Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

251 resultaten

    Het is niet bekend of een schoolbreed beloningssysteem een positief effect heeft op de gedragsontwikkeling bij leerlingen. Algemene schoolbrede aanpakken voor gedrag bieden wel aanknopingspunten voor te verwachten effecten. Dergelijke aanpakken lijken positief uit te werken op het gedrag en welbevinden van leerlingen; positiever dan wanneer leerkrachten verschillende aanpakken inzetten. Duidelijkheid en voorspelbaarheid van een uniforme aanpak geeft leerlingen een gevoel van controle, wat een belangrijke factor is voor mentale gezondheid en welbevinden. Leerkrachten voelen zich bij een schoolbrede aanpak competenter in omgaan met probleemgedrag van leerlingen.

    Lees meer

    Het is (nog) niet bekend welke didactische aanpak bij de inzet van AI-schrijftools, zoals ChatGPT en Copilot, effectief is voor de ontwikkeling van de schrijfvaardigheid van mbo-studenten. AI-schrijftools zijn zo nieuw, dat er nog geen grootschalige effectstudies zijn uitgevoerd. Bovendien komen er regelmatig nieuwere, verbeterde versies van de tools beschikbaar. Waar wel voldoende kennis over is zijn de eigenschappen van AI-schrijftools en de mogelijke consequenties daarvan in het onderwijs. Deze kennis zou logischerwijs onderdeel moeten zijn van het didactisch repertoire van docenten en de competenties van studenten.

    Lees meer

    Hoewel verschillende kenmerken van startende leraren relevant lijken voor de vormgeving van hun begeleiding, is het niet goed te zeggen voor wie nou precies welk arrangement het meest geschikt is. Maatwerk in overleg met starters lijkt het beste, waarbij het belangrijk is dat de begeleiding breed en doelgericht is. Bij zij-instromers is het belangrijk om collegiaal contact te stimuleren en relevante expertise uit hun eerdere loopbaan actief te waarderen.

    Lees meer

    Studenten die beoordeeld worden aan de hand van een woordschaal (zoals ‘onvoldoende’ of ‘goed’) lijken even hard te werken als studenten die beoordeeld worden aan de hand van cijfers. Zij zijn even vaak aanwezig bij studieactiviteiten en besteden evenveel tijd aan hun studie. Wel zijn er aanwijzingen dat beoordelen met woorden andere aspecten van het studeergedrag positief beïnvloedt. Maar op studieresultaten is er geen effect; studenten die worden beoordeeld met woorden halen vergelijkbare studieresultaten als studenten die cijfers krijgen.

    Lees meer

    Studenten beoordelen met woorden in plaats van met cijfers zorgt doorgaans voor een beter welzijn van studenten. Ze ervaren minder angst, depressie en stress, en meer positieve emoties en energie. Ook zijn ze tevredener over hun studie en hun persoonlijke leven. Dit lijkt vooral zo te zijn als een woordbeoordelingsschaal bestaat uit twee categorieën, bijvoorbeeld ‘voldaan’ of ‘niet voldaan’.

    Lees meer

    In het voortgezet onderwijs blijkt er geen relatie te zijn tussen het aantal toetsen dat leerlingen moeten maken en hun ervaren toetsdruk of toetsstress. Dit sluit aan bij bevindingen in het hoger onderwijs, waar die relatie evenmin wordt gevonden. Andere factoren zoals geslacht, migratieachtergrond, onderwijstype of prestatiecultuur spelen een grotere rol in de ervaren toetsdruk dan het aantal toetsen.

    Lees meer

    Extra ondersteuning kan voor leergroei zorgen mits de kwaliteit hoog is en deze specifiek gericht is op de achterstand van een leerling. Belangrijk is ook dat de leerkracht of een goed getrainde onderwijsassistent de ondersteuning geeft en dat die aansluit bij de reguliere lessen. Er moet continuïteit in de ondersteuning zitten, die niet ten koste mag gaan van andere vakken of de reguliere lessen. Dit geldt zowel voor de ondersteuning in de onder- als in de bovenbouw.

    Lees meer

    Goed klassenmanagement in het basisonderwijs is essentieel voor een veilige en rustige leeromgeving. Belangrijke onderdelen van klassenmanagement zijn regels en routines, en een duidelijke inrichting van het klaslokaal. Dat helpt om leerlingen kalm en zelfstandig aan het werk te laten gaan. Mogelijk geldt dit ook voor de start van de dag. Er is echter geen onderzoek beschikbaar over effectieve manieren waarop leerkrachten de schooldag kunnen opstarten, zodat kleuters rustig en zelfstandig aan het werk gaan.

    Lees meer

    In het regulier onderwijs is het raadzaam met maximaal drie niveaugroepen te werken. Dat is in het speciaal basisonderwijs een uitdaging, want daar zijn de verschillen tussen leerlingen vaak fors. Een flexibele benadering, waarbij de leerkracht regelmatig de groepssamenstelling herziet op basis van de individuele ontwikkeling van de leerlingen, is effectief. Als sbo-scholen gerichte extra ondersteuning in het leesonderwijs willen geven, moet er eerst goed zicht zijn op de aard van de leerachterstand of de leesproblemen. Voor het rekenonderwijs geldt in grote lijnen hetzelfde, al is dat niet in het speciaal basisonderwijs onderzocht.

    Lees meer

    Klaslokaalkenmerken, zoals temperatuur en licht, beïnvloeden de cognitieve ontwikkeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het lijkt er wel op dat deze leerlingen minder gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsprikkels dan leerlingen in het basisonderwijs. Klaslokalen op middelbare scholen zijn meestal ingericht voor specifieke vakgebieden. Leerlingen wisselen vaak elk lesuur van lokaal en ondervinden daarom meer variatie in hun fysieke leeromgeving. Of dat van betekenis is voor hun ontwikkeling is niet bekend.

    Lees meer