Tutorprogramma’s om leesproblemen te voorkomen zijn het effectiefst als ze vroeg starten. Leerlingen die in groep 1/2 starten met een tutorprogramma verbeteren hun voorbereidende leesvaardigheden. Ook hebben zij vanaf groep 3 minder vaak leesbegeleiding nodig en scoren zij aan het eind van groep 3 en daarna gemiddeld beter op leesvaardigheden. Tutoring vanaf groep 1/2 is met name effectief als er wekelijks veel sessies zijn en als de nadruk ligt op fonologisch bewustzijn.
De inzet van leesstrategieën lijkt in zijn algemeenheid een positief effect op het leesbegrip van leerlingen te hebben. Maar het is niet duidelijk welke leesstrategieën het beste werken bij welke leerlingen en in welke omstandigheden. Het is zelfs zo dat resultaten op gestandaardiseerde toetsen zeer kleine effecten of geen effect laten zien. Mogelijk vinden leerlingen het lastig om de transfer van geoefende strategieën naar toetsing te maken. Betrouwbare uitspraken over welke leesstrategieën effectief kunnen zijn om specifiek de Engelse leesvaardigheid op het vmbo te verbeteren, zijn niet te doen.
Geactualiseerd:16 januari 2025
Leerlingen in het voortgezet onderwijs lijken baat te hebben bij kortdurende interventieprogramma’s waarbij ze intensief oefenen met leesstrategieën of hun woordenschat uitbreiden. Dat geldt vooral voor leerlingen die moeite hebben met begrijpend lezen. Dit soort ‘snelle’ oplossingen helpen echter niet genoeg om een opgelopen achterstand in begrijpend leesniveau volledig in te halen. Zowel leerlingen met als zonder achterstand hierin hebben namelijk vaak moeite om nieuwe kennis en vaardigheden in te zetten in andere contexten. Om deze transfer te bevorderen is het van belang om onderwijs in begrijpend lezen structureel te integreren in de zaakvakken.
Geactualiseerd: 26 augustus 2024
De Alfabetcode is een methode om kinderen te leren lezen en schrijven. Voor de effectiviteit van een aantal kenmerken van deze aanpak is wetenschappelijke evidentie voor zowel de lees- als spellingvaardigheid. Het gaat om het systematisch bevorderen van het fonemisch bewustzijn, uitgaan van de klankstructuur en zelf schrijven van letters. Voor één van de belangrijkste uitgangspunten - leerlingen eerst leren schrijven en dan pas leren lezen - ontbreekt wetenschappelijk bewijs.
De vijfvingertest is een methode om leerlingen zelf te laten beoordelen of het boek dat zij kiezen, aansluit bij hun leesvaardigheidsniveau. Leerkrachten en bibliotheekmedewerkers zetten de vijfvingertest regelmatig in. Omdat onderzoek naar het effect van de vijfvingertest ontbreekt, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de geschiktheid van de methode.
Leraren kunnen het leesgedrag van leerlingen positief beïnvloeden door rekening te houden met hun leesvoorkeuren en competentieniveau. Belangrijk is dat leerlingen de overtuiging hebben dat lezen binnen hun vermogen ligt. Daarbij helpt het als ze zelf boeken kunnen kiezen. Door feedback te geven, kunnen leraren succesvolle leeservaringen van leerlingen versterken. Verplichte leesmomenten in de klas zorgen voor leesroutines. Praten over boeken en leeservaringen uitwisselen, kunnen ook leiden tot positief leesgedrag.
Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.
Bij pictolezen ondersteunt beeldschrift het leesproces. Er zijn geen aanwijzingen voor de meerwaarde van picto’s bij het aanvankelijk leren lezen bij leerlingen met een verstandelijke beperking. Het lijkt er zelfs op dat het gebruik van picto’s tot minder goede resultaten op onder meer letterkennis, technisch lezen en spelling leidt.
Geïntegreerd begrijpend lees- en zaakvakonderwijs vergroot de leesmotivatie van leerlingen. Het is daarbij belangrijk dat de leerkracht de self-efficacy van de leerlingen (het vertrouwen in eigen kunnen) bevordert. Ook moet het om interessante teksten gaan die een verbinding leggen tussen het dagelijks leven en onderwerpen in de les. Met een breed aanbod kunnen leerlingen zelf keuzes maken in teksten en verwerkingsactiviteiten. Ook vrije keuze in samenwerking is cruciaal om de leesmotivatie te bevorderen.
Thuis boeken en verhalen lezen heeft een positieve relatie met prestaties op begrijpend leestaken op school. Voor het lezen van tijdschriften is dat veelal niet of beperkt het geval. Een combinatie van leesmaterialen thuis – zoals tijdschriften en boeken – lijkt wel van meerwaarde voor het leesbegrip. Het is aannemelijk dat dit ook op school geldt. Aangezien keuzevrijheid in leesmateriaal de motivatie bevordert, zou het aanbieden van tijdschriften in de klas naast ander aanbod de leesmotivatie van leerlingen kunnen verhogen.