Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

366 resultaten

    Tutorprogramma’s om leesproblemen te voorkomen zijn het effectiefst als ze vroeg starten. Leerlingen die in groep 1/2 starten met een tutorprogramma verbeteren hun voorbereidende leesvaardigheden. Ook hebben zij vanaf groep 3 minder vaak leesbegeleiding nodig en scoren zij aan het eind van groep 3 en daarna gemiddeld beter op leesvaardigheden. Tutoring vanaf groep 1/2 is met name effectief als er wekelijks veel sessies zijn en als de nadruk ligt op fonologisch bewustzijn.

    Lees meer

    De inzet van leesstrategieën lijkt in zijn algemeenheid een positief effect op het leesbegrip van leerlingen te hebben. Maar het is niet duidelijk welke leesstrategieën het beste werken bij welke leerlingen en in welke omstandigheden. Het is zelfs zo dat resultaten op gestandaardiseerde toetsen zeer kleine effecten of geen effect laten zien. Mogelijk vinden leerlingen het lastig om de transfer van geoefende strategieën naar toetsing te maken. Betrouwbare uitspraken over welke leesstrategieën effectief kunnen zijn om specifiek de Engelse leesvaardigheid op het vmbo te verbeteren, zijn niet te doen.

    Lees meer

    Gezelschapsspelletjes spelen kan een positief effect hebben op woordenschat, spreekvaardigheid en grammatica. Dat blijkt uit een aantal kleinschalige onderzoeken in het buitenland, veelal studies naar tweedetaalverwerving. Vergelijkingen met reguliere taallessen ontbreken. Of leerlingen in Nederland in de bovenbouw van het primair onderwijs hogere taalprestaties kunnen behalen door het spelen van gezelschapsspelletjes dan via reguliere taallessen is dus niet bekend.

    Lees meer

    Vakinhoudelijke en vakdidactische expertise van docenten hebben een positief effect op de voortgang van het leerproces van studenten. Of er verschillen zijn in taalvaardigheid van studenten die les krijgen van docenten met NT1-expertise of van docenten met NT2-expertise is niet bekend. Daar is geen onderzoek naar gedaan. Het verschil in focus tussen wat er nodig is in een NT1- en NT2-klas maakt het echter aannemelijk dat specifieke expertise over lagere orde-vaardigheden en het taalverwervingsproces bevorderlijk is voor de taalverwerving van NT2-studenten.

    Lees meer

    In een klas met leerlingen met externaliserend probleemgedrag lijkt de kans groter dat klasgenoten lagere leerresultaten halen voor rekenen en taal. Dit komt mogelijk doordat leraren meer tijd nodig hebben voor klassenmanagement, wat dan ten koste gaat van de effectieve leertijd. Of andere leerlingen nemen het externaliserend gedrag over, waardoor ze minder goed gaan presteren. Er is echter meer onderzoek nodig om beter zicht te krijgen op het effect van externaliserend gedrag en verklaringen hiervoor.

    Lees meer

    Een rijke taal- en woordenomgeving ondersteunt de ontwikkeling van de woordenschat en woordkennis van leerlingen. Een schoolbibliotheek inrichten draagt daar al aan bij. Verder kan de school een talige omgeving creëren door vakoverstijgend woordenschatonderwijs aan te bieden door dit te integreren in alle schoolvakken. Een effectieve manier om expliciet woordenschatonderwijs vorm te geven, is het viertaktmodel. Dat model onderscheidt vier fasen, te weten kennismaking met het nieuwe woord, betekenis geven, herhalen en controleren. Voor elk van deze fasen zijn effectieve didactische principes en werkvormen bekend.

    Lees meer

    Om getalbegrip van leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs te bevorderen is het effectief om gebruik te maken van concreet materiaal. Daarnaast is het effectief om leerlingen alle denkhandelingen te laten verwoorden. Leerkrachten kunnen hen helpen om relaties te leggen tussen handelingsniveaus. Bij instructie is het effectief als de leerkracht aspecten van getalbegrip benadrukt. Ook doen leerkrachten er goed aan de instructie te laten aansluiten bij de voorkennis van leerlingen en onderwijsinhoud aan te bieden in voor leerlingen betekenisvolle situaties.

    Lees meer

    Hoe meer leerlingen met externaliserend probleemgedrag er in een klas zitten, hoe groter de kans dat klasgenoten ook dergelijk gedrag gaan vertonen. Het risico is het grootst als er veel leerlingen met externaliserend gedrag in een klas zitten, en klasgenoten deze leerlingen als vriend beschouwen. Externaliserend gedrag van leerlingen vergroot ook de kans op internaliserend gedrag bij klasgenoten, zoals terugtrekken en neerslachtigheid. Voor leerlingen met externaliserend gedrag kan het juist positief uitpakken als zij in de klas zitten met klasgenoten zonder dit gedrag.

    Lees meer

    Er is weinig onderzoek gedaan naar de verschillen tussen leerprestaties van kinderen met een lage sociaal-economische status (SES) in het montessorionderwijs en in het reguliere onderwijs. Beperkt internationaal onderzoek onder jonge kinderen met arme ouders wijst erop dat zij in het montessorionderwijs niet slechter presteren op taal en rekenen-wiskunde dan jonge kinderen met arme ouders op andere typen scholen. De montessorileerlingen scoren juist beter op taal. Op reken/wiskundegebied zijn de leerprestaties vergelijkbaar; soms presteren de montessorileerlingen iets beter.

    Lees meer

    Er is geen onderzoek bekend naar het verschil tussen schrijven of typen bij basisschoolleerlingen voor diepe informatiewerking en ook niet bij leerlingen met ernstige spellingproblemen. Bij leerlingen in het basisonderwijs speelt de mate van automatisering van typen of schrijven wel een grote rol. Als automatisering van typen (door geringe ervaring) of schrijven (bijvoorbeeld door ernstige spellingproblemen) onvoldoende tot stand is gekomen, is het voor leerlingen moeilijker om zich te focussen op relevante informatie.

    Lees meer