Content and Language Integrated Learning (CLIL) verwijst naar aanpakken waarin vakinhoud én een vreemde taal leren centraal staan, zoals in tweetalig onderwijs. CLIL kan de woordenschat in een vreemde taal verbeteren, maar we weten niet of het ook effectief kan worden ingezet als leerlingen in één taal les krijgen. CLIL heeft overeenkomsten met aanpakken die taal en vakinhoud integreren binnen een eentalige benadering, zoals taalgericht vakonderwijs. De principes van CLIL geven daarom aanknopingspunten voor docenten om in eentalige benaderingen de Nederlandse (vak)taal te onderwijzen.
Een verhaal vertellen is taalkundig en cognitief complex. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen achterlopen op verschillende aspecten van vertelvaardigheid. Er zijn aanwijzingen dat het helpt als de leerkracht het goede voorbeeld geeft (modelleren), kinderen laat oefenen en hun visuele ondersteuning geeft. Hoe vaak en hoe lang leerlingen moeten oefenen, weten we niet precies.
Leraren die zelf lezen in hun vrije tijd, zijn actievere leesbevorderaars. Ze praten meer over boeken, kunnen hun leerlingen beter adviseren en zijn een positief rolmodel. Hun leerlingen hebben meer plezier in lezen en lezen ook vaker. Leraren ervaren interventies met het doel het leesplezier en de gewoonte om te lezen te bevorderen als zinvol.
Met duidelijke regels en routines, en door positief gedrag te bekrachtigen kun je storende gedragingen deels voorkomen. Wanneer een leerling toch storend gedrag vertoont, kun je het gedrag het beste zo klein en passend mogelijk corrigeren. Dit heeft de voorkeur boven klassikaal ingrijpen en grote consequenties aan storend gedrag hangen. Een positieve leraar-leerlingrelatie ondersteunt preventieve en corrigerende maatregelen.
De getallenlijn is een kansrijk hulpmiddel om leerlingen te stimuleren de verschillende strategieën voor optellen en aftrekken tot honderd flexibel te gebruiken. Het helpt leerlingen om de stappen binnen de rekenstrategieën beter te visualiseren en de relaties tussen getallen inzichtelijk te maken. De effectiviteit van de getallenlijn hangt sterk af van de didactisch inzet.
Fouten maken hoort bij het leren van een tweede taal. Maar sommige fouten duiden op een onderliggende leerstoornis, zoals dyslexie. Bij volwassen NT2-leerders zijn problemen met het fonologisch bewustzijn een mogelijke indicatie van dyslexie. Ook andere factoren kunnen meespelen bij lees-en spelfouten, zoals laaggeletterdheid in de eerste taal, een beperkte Nederlandse woordenschat en klankverschillen tussen de eerste en tweede taal.
Zelfregulatie vindt plaats als leerlingen leerstrategieën inzetten om een taak voor te bereiden, uit te voeren en erop te reflecteren. Docenten in het voortgezet onderwijs kunnen zelfregulatie stimuleren door instructie te geven over leerstrategieën, leerlingen veel te laten oefenen en door feedback te geven. Bij leesbegrip spelen ook leesstrategieën een rol. Gecombineerde instructie in leer- en leesstrategieën zorgt voor beter leesbegrip in het primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan.
Met intentioneel woordenschatonderwijs, een rijk taalaanbod en actieve verwerkingsopdrachten kunnen taal- en vakdocenten de woordenschat van taalzwakke vmbo-leerlingen vergroten. Ook woordleerstrategieën kunnen helpen. Deze aanpakken kunnen (indirect) ook het leesbegrip versterken. Dit blijkt uit internationale studies naar taalzwakke jongeren. Specifiek naar woordenschatontwikkeling in het vmbo is weinig onderzoek gedaan.
Welke didactische aanpak mbo-studenten helpt om kantoortoepassingen als Word en Excel te leren gebruiken is niet specifiek onderzocht. Leertheorieën zoals de cognitive load theory en kleinschalige experimenten bieden enige handvatten: begin met eenvoudige software, werk met verhalen die aansluiten bij de leefwereld van studenten en verminder geleidelijk de ondersteuning.
Oefenen met rekenautomatisering helpt leerlingen om hun rekenvaardigheden te verbeteren. Waarschijnlijk geldt dit ook voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso) cluster 3. Hoewel er weinig specifiek onderzoek is naar rekenautomatisering bij vso-leerlingen, laten studies bij leerlingen met leerstoornissen en leerachterstanden zien dat gestructureerd oefenen positieve effecten heeft. Dat geldt vooral voor een combinatie van strategie-instructie en oefening.