Er zijn verschillende aanpakken die taalontwikkeling en vakinhoud integreren. Deze hebben gezamenlijke wortels, maar verschillen in focus en doelgroep:
- CLIL is in Nederland vooral bekend binnen tweetalig onderwijs, waarbij docenten een deel van de zaakvakken in het Engels geven. Dit om de taalvaardigheid van leerlingen in het Engels te bevorderen én vakinhoud aan te leren. CLIL wordt vaak aangeboden als extra uitdaging aan (veelal eentalige) vo-leerlingen.
- Taalgericht vakonderwijs (TVO) richt zich in de eerste plaats op vakinhoud aanleren, waarbij (vak)taal een belangrijke rol speelt. Net als bij CLIL zijn er taaldoelen en inhoudsdoelen, maar anders dan bij CLIL is dit in principe met het oog op vakinhoud in plaats van taalontwikkeling. Oorspronkelijk was TVO gericht op leerlingen met een niet-Nederlandse thuistaal, maar tegenwoordig zetten scholen het ook breder in.
- Bij Content-Based Language Teaching (CBLT) gebruiken docenten vakinhoud als middel om een tweede of vreemde taal aan te leren. De vakinhoud geeft dan een betekenisvolle context.
In de praktijk worden deze termen soms door elkaar gebruikt.
Principes voor CLIL overlappen met taalgericht vakonderwijs
Bovenstaande aanpakken hebben belangrijke overeenkomsten die docenten kunnen gebruiken binnen eentalig én tweetalig onderwijs. Onderzoekers formuleerden zes principes voor effectieve CLIL-didactiek:
- Bied een betekenisvolle context, door bijvoorbeeld voorkennis te activeren en verschillende soorten geschreven en gesproken teksten te gebruiken.
- Maak vakinhoud en vaktaal toegankelijk, bijvoorbeeld met visuele ondersteuning of door geschreven teksten te verrijken met bijvoorbeeld tussenkopjes of woordenlijsten.
- Stimuleer interactie met en tussen leerlingen, door bijvoorbeeld vragen te stellen of leerlingen in groepen te laten werken.
- Stimuleer en begeleid inhoudelijke én talige kennistoepassing, bijvoorbeeld door leerlingen te laten schrijven en feedback te geven op zowel taal als inhoud.
- Geef aandacht aan schoolse en vakspecifieke taal, bijvoorbeeld door leerlingen bewust te maken van dagelijkse, schoolse en vakspecifieke taal.
- Benut de eerste taal/meertaligheid, door bronnen in verschillende talen te gebruiken of leerlingen kernconcepten te laten vertalen naar hun eerste taal of thuistaal.
Deze CLIL-principes overlappen deels met de pijlers van TVO in Nederland: context scheppen, interactie stimuleren en taalsteun bieden. Zo kunnen docenten bij zowel CLIL als TVO een betekenisvolle context bieden door nieuwe taal- en vakkennis te koppelen aan bestaande kennis. De taalkennis van eerstetaalleerders kan wel verschillen van leerlingen die in een tweede of vreemde taal les krijgen. Ook kunnen docenten bij zowel CLIL als TVO aandacht besteden aan meertaligheid en schoolse en vakspecifieke taal.
CLIL is in voortgezet vreemdetalenonderwijs vooral effectief voor woordenschat
De effectiviteit van CLIL binnen een eentalige benadering is niet onderzocht. Wel weten we dat CLIL bij vreemdetalenonderwijs met name voor woordenschat effectief is. We kunnen daaruit niet zomaar concluderen dat dat ook geldt voor eentalige benaderingen, omdat een eerste taal leren anders gaat dan een tweede taal. Zo speelt bij tweedetaalleerders het niveau van hun eerste taal een rol, net als de leeftijd waarop ze beginnen met leren.
Aanwijzingen dat TVO en gerelateerde aanpakken bijdragen aan taalontwikkeling
Er zijn aanwijzingen dat een eentalige TVO-aanpak de taalontwikkeling van leerlingen stimuleert, al is daar in het Nederlandse onderwijs nog weinig onderzoek naar gedaan. Internationale studies naar vergelijkbare aanpakken in het po en ho laten aanwijzingen zien voor positieve effecten op zowel taal- als vakkennis. Het is aannemelijk dat deze ook gelden voor het vo.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Elly Koutamanis en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaars Kennisrotonde). Zij hebben Maaike Hajer (expert Taalgericht Vakonderwijs) geconsulteerd.