Twee factoren zijn van belang bij geïntegreerde leertrajecten. Als leerlingen en studenten extra ondersteuning krijgen, is de kans groter dat ze het leertraject succesvol afronden. Daarnaast lijken leerlingen en studenten gebaat te zijn bij een gecombineerde inzet van docenten. Een aparte docent die hen basisvaardigheden als taal aanleert, naast een docent voor beroepsvaardigheden.
Effectieve leertrajecten stellen de persoonlijke situatie van NT2-deelnemers centraal en bieden intensieve ondersteuning bij het lezen en spreken. Daarnaast zijn praktische randvoorwaarden van belang, zoals kinderopvang en bereikbaarheid. Verder lijkt het goed om taal- en rekenvaardigheden geïntegreerd aan te bieden. Er is vrijwel geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van leermaterialen en -methoden Engels en rekenen voor jongvolwassenen met een NT2-achtergrond.
Leraren kunnen het leesgedrag van leerlingen positief beïnvloeden door rekening te houden met hun leesvoorkeuren en competentieniveau. Belangrijk is dat leerlingen de overtuiging hebben dat lezen binnen hun vermogen ligt. Daarbij helpt het als ze zelf boeken kunnen kiezen. Door feedback te geven, kunnen leraren succesvolle leeservaringen van leerlingen versterken. Verplichte leesmomenten in de klas zorgen voor leesroutines. Praten over boeken en leeservaringen uitwisselen, kunnen ook leiden tot positief leesgedrag.
Een lagere taalvaardigheid en gedragsproblemen hangen samen. Dat kan te maken hebben met een samenhang tussen lage taalvaardigheid en problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Een andere mogelijke verklaring is dat leerlingen met een lage taalvaardigheid moeite hebben sociale relaties aan te gaan. Er is geen bewijs dat een taalachterstand gedragsproblemen bij NT2-leerlingen veroorzaakt.
Er zijn verschillende manieren die helpen om laaggeletterde volwassenen te bereiken. Dat zijn de doelgroep specificeren, samenwerking tussen organisaties en een passend aanbod creëren, op zowel inhoud als vorm. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met belemmeringen die de doelgroep kan ervaren. Bij dit alles is duidelijke communicatie essentieel. Over effectieve manieren om laaggeletterde ouders te bereiken en hen te stimuleren mee te doen aan activiteiten om de eigen taalvaardigheid te vergroten, is niets bekend.
Net als leerlingen die geletterd raken, moeten volwassen ongeletterde NT2-leerders op hetzelfde niveau en in dezelfde volgorde de basisbeginselen van geletterdheid leren. Voor beide groepen geldt dat aandacht voor fonemisch bewustzijn, woordenschatontwikkeling en leesstrategieën belangrijk is bij leren lezen. Daarbij moet de instructie wel zijn afgestemd op de belevingswereld van de doelgroep. Volwassen ongeletterde NT2-leerders hebben behoefte aan expliciete en systematische instructie in een voor hen betekenisvolle context.
Er is enig bewijs dat een meertalig kind met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer baat heeft bij ondersteuning in alle talen die het spreekt dan bij ondersteuning in één taal. Aannemelijk is dat logopedisten die gespecialiseerd zijn in meertaligheid hierin uitkomst kunnen bieden. Voor een goede diagnostisering van een TOS is het van belang om een kind te testen in alle talen die het spreekt. Ook het proces van het taalleren moet in kaart worden gebracht.
Leerkrachten kunnen op verschillende manieren effectieve feedback geven aan kleuters. Bijvoorbeeld door kleuters informatieve feedback op taken te geven, zoals het juiste antwoord of een aanwijzing voor de oplossing. Het is belangrijk om de feedback aan te bieden in gesproken tekst of simpele visuele vorm. Kleuters hebben het meest aan neutrale feedback gericht op de inhoud van de taak. Omdat kleuters vaak eenvoudiger vaardigheden leren, is feedback direct na een taak het effectiefst.
Leerlingen met hardnekkige lees- en spellingproblemen, al dan niet gediagnosticeerd als dyslexie, kunnen baat hebben bij fonologische spellingbehandeling. Deze behandeling richt zich op het expliciet aanleren van de klankstructuur van woorden en strategieën om de juiste klank-tekenkoppelingen te maken. Vooral zeer zwakke spellers kunnen zodoende opklimmen tot een gemiddeld niveau.
Losse studievaardigheidslessen kunnen enigszins bijdragen aan leerprestaties van leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs. Dit geldt zeker voor prestaties op toetsen waarbij leerlingen concrete problemen moeten oplossen door studievaardigheden in te zetten. Maar als leerkrachten tijdens de vaklessen expliciete en geïntegreerde instructie geven in studievaardigheden, zijn echt betere leerprestaties te verwachten op vakinhoudelijke toetsen.