Kleuters kunnen kennismaken met zowel hoofdletters als kleine letters wanneer zij voor het eerst leren welke klank bij welke letter hoort (de klank-tekenkoppeling). Het is vaak handig om met de hoofdletter te beginnen. Die is namelijk gemakkelijker te leren. De kleine letter kun je tegelijkertijd of daarna aanbieden. Zo ontdekken kinderen dat verschillende lettervormen bij dezelfde klank horen. Kennis van hoofdletters helpt hen ook om deze ‘nieuwe’ vormen (kleine letters) aan de juiste klank te koppelen. Uiteindelijk is kennis van kleine letters nodig om te leren lezen. Woorden en teksten lees je namelijk sneller in kleine letters dan in hoofdletters.
Met steunlessen kun je de reken-wiskundevaardigheden van middelbareschoolleerlingen verbeteren, als je daarbij expliciete instructie geeft gericht op strategieën, meerdere representaties en reken-wiskundetaal. Ook sluit je aan bij de kennishiaten van je leerlingen en bied je de steunlessen voor een langere periode aan. Leerlingen van verschillende leeftijden en leerjaren, en in kleine en grote groepen kunnen zo hun rekenvaardigheden verbeteren.
Leerlingen met een hogere intelligentie zijn over het algemeen beter in begrijpend lezen. Deze relatie is echter tamelijk complex omdat beide concepten uit meerdere deelvaardigheden bestaan. Specifieke deelvaardigheden van intelligentie spelen een belangrijke rol bij begrijpend lezen. Deze deelvaardigheden hangen samen met de kennis en vaardigheden getoetst op methodeonafhankelijke toetsen. Daarom is het aannemelijk dat intelligentie van invloed is op de scores van deze toetsen. We weten niet of dat ook geldt voor methodegebonden toetsen.
Wanneer leerlingen coöperatief schrijven, dus in duo’s of kleine groepjes een gedicht of een verhaal schrijven, gaat de kwaliteit van de tekst vooruit. Dit geldt voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 uit zowel regulier als speciaal basisonderwijs. Wel moet je als leerkracht bij coöperatief schrijven het doel specifiek formuleren en de samenwerking goed (voor)structureren.
Het is onduidelijk welke effecten kortdurende praktijkgerichte projecten en activiteiten hebben op de interesse en keuze van basisschoolleerlingen voor techniek. Direct na afloop van zo’n activiteit zijn leerlingen meestal meer geïnteresseerd, maar dat lijkt na verloop van tijd af te nemen. Bij Nederlandse middelbare schoolleerlingen kon ook direct na afloop geen effect op techniek-interesse worden vastgesteld. Er zijn aanwijzingen dat bij langer lopende schoolinterventies, en die waar leerlingen zich vrijwillig voor aanmelden, er wel op de langere termijn een verschil in is in interesse én studiekeuze.
Docenten in het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen met ADHD helpen om effectieve leerstrategieën toe te passen, in alle fasen van het leerproces. Door deze leerlingen te begeleiden bij de planning, uitvoering en evaluatie van hun taken, zijn ze beter voorbereid en werken ze taakgerichter en nauwkeuriger. Ook vertonen ze minder storend gedrag. Bovendien zorgt de ondersteuning ervoor dat klasgenoten beter functioneren.
Kortstondig contact met een rolmodel vergroot op de korte termijn de interesse van leerlingen in techniek, maar over langetermijneffecten is weinig bekend. Rolmodellen lijken ook invloed te hebben op de studiekeuze van leerlingen, met name wanneer leerlingen vlak voor een studiekeuze staan. Onduidelijk is of deze positieve effecten veroorzaakt worden doordat leerlingen zich identificeren met het rolmodel of dat de wijze waarop het rolmodel zich presenteert de doorslag geeft.
Begrijpend lezen is een complexe vaardigheid. Verschillende toetsen meten verschillende aspecten ervan. Open opdrachten, observaties en hardop denken bieden het beste inzicht in het leesproces van leerlingen. Meerkeuzevragen zijn minder geschikt voor formatief toetsen, omdat ze vooral een beeld geven van wat leerlingen weten van een tekst na het lezen, en minder van het leesproces. Voor het leesonderwijs is het belangrijk dat een toets een beter beeld van (deel)vaardigheden van leerlingen geeft, en leerkrachten ondersteunt om leerlingen instructie op maat te geven.
Onderwijsprofessionals kunnen sociale interacties tijdens vrije situaties verbeteren door het schoolplein gestructureerd in te richten, klasgenoten actief te betrekken bij de interacties en leerlingen doelgericht te begeleiden. Dit maakt vrije situaties overzichtelijker en veiliger, en zorgt dat sociale signalen duidelijker en voorspelbaarder zijn. Leerlingen kunnen daardoor makkelijker contact maken.
Er bestaat geen genormeerde test die het leesniveau van kinderen die stotteren objectief vast kan stellen. Leerkrachten kunnen breder gerichte methoden met enkele aanpassingen inzetten om zicht te krijgen op hun leesniveau. Ze kunnen bijvoorbeeld mondelinge leestesten afnemen met weinig of geen nadruk op snelheid en deze combineren met stille leestesten. Daarnaast kunnen korte individuele leesgesprekken inzicht geven in leesstrategieën, tempo en tekstbegrip. Door deze informatie zorgvuldig te interpreteren en waar nodig af te stemmen met een logopedist, kunnen leerkrachten het leesniveau beter onderbouwd inschatten.