Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

110 resultaten

    Mbo-studenten behalen minder vaak een hbo-diploma dan havisten of vwo’ers. Een succesvolle doorstroom kun je vermoedelijk vooral bevorderen met een samenhangende aanpak waarin mbo- en hbo-instellingen samen optrekken. Interventies die in combinatie de doorstroom bevor-deren, richten zich vooral op studiekeuze, oriëntatie op het hbo, studievaardigheden, sociale en inhoudelijke aansluiting en je thuisvoelen op het hbo.

    Lees meer

    Of de seksesamenstelling van studentengroepen hun ontwikkeling beïnvloedt volgens de groepsfasen van Tuckman, is niet duidelijk. Er is weinig onderzoek naar gedaan en bovendien heeft het model van Tuckman beperkte waarde. Eén studie buiten het onderwijs suggereert dat homogene vrouwengroepen de eerste fase (forming) sneller doorlopen dan mannen- of gemengde groepen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de seksesamenstelling van groepen invloed kan hebben op aspecten als samenwerking, groepsprestaties, zelfvertrouwen en welbevinden.

    Lees meer

    Met steunlessen kun je de reken-wiskundevaardigheden van middelbareschoolleerlingen verbeteren, als je daarbij expliciete instructie geeft gericht op strategieën, meerdere representaties en reken-wiskundetaal. Ook sluit je aan bij de kennishiaten van je leerlingen en bied je de steunlessen voor een langere periode aan. Leerlingen van verschillende leeftijden en leerjaren, en in kleine en grote groepen kunnen zo hun rekenvaardigheden verbeteren.

    Lees meer

    Onderzoek naar procedures die leiden tot plaatsing van leerlingen op een niveau dat aansluit bij hun competenties ontbreekt. Beschikbare onderzoeken naar procedures kijken naar andere uitkomsten, zoals objectiviteit van de besluitvorming en acceptatie van het advies door leerlingen en ouders. Mogelijk zijn kenmerken van die procedures te gebruiken voor een passende plaatsing.

    Lees meer

    Als leerlingen (langdurig) afwezig zijn doordat zij veel stress en angst ervaren rond school, wordt dit ook wel ‘schoolweigering’ genoemd. Het lijkt belangrijk om dit vroeg te signaleren, omdat terugkeren naar school moeilijker wordt naarmate leerlingen langer afwezig zijn. Bij leerlingen die een veilig schoolklimaat en positieve relaties met leraren ervaren, komt schoolweigering minder vaak voor. Pesten en eenzaamheid op school hangen er juist mee samen. Het is daarbij niet altijd duidelijk in hoeverre dit oorzaken of ook deels gevolgen zijn van schoolweigering. Bij interventies gebaseerd op cognitieve gedragstherapie oefenen leerlingen stapsgewijs met situaties die spanning oproepen, zoals naar school gaan. Dit leidt doorgaans tot verbeterde schoolaanwezigheid.

    Lees meer

    Docenten in het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen met ADHD helpen om effectieve leerstrategieën toe te passen, in alle fasen van het leerproces. Door deze leerlingen te begeleiden bij de planning, uitvoering en evaluatie van hun taken, zijn ze beter voorbereid en werken ze taakgerichter en nauwkeuriger. Ook vertonen ze minder storend gedrag. Bovendien zorgt de ondersteuning ervoor dat klasgenoten beter functioneren.

    Lees meer

    Er bestaat geen genormeerde test die het leesniveau van kinderen die stotteren objectief vast kan stellen. Leerkrachten kunnen breder gerichte methoden met enkele aanpassingen inzetten om zicht te krijgen op hun leesniveau. Ze kunnen bijvoorbeeld mondelinge leestesten afnemen met weinig of geen nadruk op snelheid en deze combineren met stille leestesten. Daarnaast kunnen korte individuele leesgesprekken inzicht geven in leesstrategieën, tempo en tekstbegrip. Door deze informatie zorgvuldig te interpreteren en waar nodig af te stemmen met een logopedist, kunnen leerkrachten het leesniveau beter onderbouwd inschatten.

    Lees meer

    Het is niet duidelijk welke criteria scholen aan het einde van een heterogene brugperiode het beste kunnen gebruiken om leerlingen te plaatsen in het schooltype waar zij de grootste kans hebben op het behalen van een passend diploma. Onderzoek daarnaar ontbreekt. Toetsresultaten in het voortgezet onderwijs en het advies van de basisschool kunnen aanwijzingen geven, maar beide hebben beperkingen. Over andere criteria, zoals werkhouding en gedrag van leerlingen in de klas, is te weinig bekend.

    Lees meer

    Programma’s om ouders met hun kinderen te laten oefenen met taal zijn effectiever als ze een duidelijke focus hebben en aansluiten bij de kenmerken en routines van gezinnen. Zo zijn taal- en spelactiviteiten voor laagopgeleide ouders vaak effectiever dan voorleesactiviteiten. In de communicatie met ouders doen pedagogisch professionals er goed aan een positieve, onbevooroordeelde houding aan te nemen en gerichte adviezen te geven. Dit vergroot de betrokkenheid van ouders en zorgt ervoor dat ze zich competenter voelen.

    Lees meer

    Er zijn aanwijzingen dat peuter-kleutergroepen bijdragen aan een soepele overgang naar school. Peuters profiteren van een hogere educatieve kwaliteit en kunnen zich optrekken aan de kleuters. Het succes wordt mede bepaald door het aantal kinderen per beroepskracht en de mate van differentiatie in de klas. Voor een succesvolle integratie van opvang en onderwijs werken de professionals samen als team en stemmen ze een doorlopende pedagogische en didactische lijn af.

    Lees meer