Luisteren naar kinderen en hun ouders, en een professionele zorgstructuur op school dragen bij aan het succesvol terugplaatsen van leerlingen uit het speciaal onderwijs. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten hoge verwachtingen hebben van al hun leerlingen en diversiteit waarderen. Voor leerlingen die na terugplaatsing ook jeugdhulp nodig hebben, is een goede samenwerking tussen school en jeugdhulporganisaties essentieel. Er is geen onderzoek gevonden over succesvolle afronding van een schoolloopbaan na terugplaatsing in het regulier onderwijs.
Gezelschapsspelletjes spelen kan een positief effect hebben op woordenschat, spreekvaardigheid en grammatica. Dat blijkt uit een aantal kleinschalige onderzoeken in het buitenland, veelal studies naar tweedetaalverwerving. Vergelijkingen met reguliere taallessen ontbreken. Of leerlingen in Nederland in de bovenbouw van het primair onderwijs hogere taalprestaties kunnen behalen door het spelen van gezelschapsspelletjes dan via reguliere taallessen is dus niet bekend.
Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften tijdig ondersteunen kan (ergere) problemen voorkomen. Het is echter onduidelijk in welke onderwijsomgeving deze ondersteuning het beste geboden kan worden. Voor leerprestaties en socialisatie lijkt regulier onderwijs voordelen te hebben, maar voor zelfbeeld juist speciaal onderwijs. Over de timing van de verwijzing laat onderzoek wisselende resultaten zien. Amerikaans onderzoek laat zien dat leerprestaties beter zijn als leerlingen vroeger worden verwezen. Terwijl Nederlands onderzoek aantoont dat leerlingen bij latere verwijzing beter scoren op gedrag en werkhouding en ‘hogere’ schooladviezen krijgen.
De vijfvingertest is een methode om leerlingen zelf te laten beoordelen of het boek dat zij kiezen, aansluit bij hun leesvaardigheidsniveau. Leerkrachten en bibliotheekmedewerkers zetten de vijfvingertest regelmatig in. Omdat onderzoek naar het effect van de vijfvingertest ontbreekt, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de geschiktheid van de methode.
Er is weinig informatie over relevante kenmerken voor een positief pedagogisch klimaat in klassen met zeer moeilijk lerende (zml) kinderen. Er is geen indicatie dat zo’n klimaat in die klassen er anders uitziet dan in een reguliere klas. Wel zijn er aanwijzingen dat aandacht voor verschillen in ontwikkelingsniveau in de les en aanleren van sociaal gewenst gedrag kunnen helpen om het pedagogisch klimaat in een zml-klas te bevorderen.
Het onderwijs wordt inclusiever als leraren op gespecialiseerde en reguliere scholen meer samenwerken, bijvoorbeeld door samen les te geven in de klas en kennis, materialen en ruimtes te delen. Ook samen lessen, handelingsplannen en materialen ontwikkelen draagt bij aan inclusiever onderwijs. Om hun collega’s in het regulier onderwijs goed te kunnen helpen, moeten gespecialiseerde leraren de kans krijgen om zich meer professionaliseren in samenwerking, consultatie en communicatie.
Er is geen eenduidig bewijs dat kauwgom kauwen in de klas bijdraagt aan de leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook zijn resultaten wisselend of kauwgom kauwen bijdraagt aan cognitieve processen die leerprestaties verbeteren, zoals werkgeheugen. Er is het meest eenduidige bewijs dat kauwgom kauwen (jong)volwassenen helpt om hun aandacht vast te houden. Maar ook dan lijken andere, grotendeels nog onbekende factoren van invloed te zijn op het effect van kauwgom kauwen op leerprestaties en cognitieve processen.
Directe instructie en zelfinstructie werken voor zwakke rekenaars in het speciaal onderwijs beter dan geleide instructie. De leerkracht biedt bij directe instructie één oplossingsstrategie aan die de leerlingen intensief trainen. Bij zelfinstructie maken leerlingen zich nieuwe leerstof eigen door zelfstandig te oefenen met speciaal daarvoor ontwikkelde opdrachtenreeksen. Er zijn uit onderzoek geen effectieve interventies bekend die leerlingen in het speciaal onderwijs helpen bij het leren memoriseren van getalsymbolen.
Een schoolgebouw moet alle leerlingen voldoende bewegingsruimte bieden. Dat geldt voor gangen, klaslokalen, toiletten, trappenhuizen, aula, gymzalen en kleedkamers. Ook dienen er voor iedereen toegankelijke opbergruimten te zijn. Verder hebben leerlingen met een beperking specifieke ruimtes nodig om met maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten of verpleegkundigen af te kunnen spreken. Het is raadzaam om leerlingen met verschillende beperkingen te betrekken bij het ontwerpen van scholen voor inclusief onderwijs.
Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.