Memoriseren betekent dat iets uit het hoofd is geleerd. Het gaat over parate kennis en staat los van de wijze waarop deze kennis is verkregen. Memoriseren is iets anders dan automatiseren, waar het gaat om het vlot kunnen toepassen van een rekenstrategie.
Een zwak werkgeheugen beperkt mogelijkheden voor memoriseren
Leerlingen die moeilijk tot getalbegrip en memoriseren van getalsymbolen komen, hebben moeite met getallen vergelijken en met getallen op de getallenlijn plaatsen. Een oorzaak voor dergelijke problemen is vaak een zwak werkgeheugen. Met een zwak werkgeheugen is het lastig om getallen, getalsymbolen of bewerkingen te onthouden. Ook instructies opvolgen en meerdere verschillende gegevens onthouden, is voor leerlingen met een zwak werkgeheugen moeilijk.
Over mogelijke interventies bij het leren memoriseren van getalsymbolen voor leerlingen in het speciaal onderwijs is weinig bekend. Dat geldt eveneens voor effecten van interventies bij leerlingen met een verminderd werkgeheugen.
Effectieve interventies op het bredere gebied van rekenen
Wel is er kennis over effectieve interventies op het bredere gebied van rekenen voor leerlingen met speciale ondersteuningsbehoeften. Voor zwakke rekenaars in het speciaal onderwijs werken directe instructie en zelfinstructie op voorbereidende rekenvaardigheden als getalsymbolen en hoeveelheden beter dan geleide instructie. Bij directe instructie door de leerkracht krijgen leerlingen één standaard oplossingsstrategie aangeboden die ze vervolgens trainen. Zelfinstructie is een didactisch model waarbij leerlingen zich nieuwe leerstof eigen maken door zelfstandig te oefenen met speciaal daarvoor ontwikkelde opdrachtenreeksen. Als leerlingen zelf een strategie bij een opgave mogen kiezen, heet dat geleide instructie.
Intensief trainen van rekenfeiten
Ook is meer bekend over interventies die leerlingen met rekenproblemen in het basisonderwijs helpen. Zo heeft intensief trainen van rekenfeiten, waartoe getallen en getalsymbolen behoren, een groot effect bij zwak presterende leerlingen. Voor een dergelijke training is uitbreiding en intensivering van de leertijd nodig. Het effect neemt toe als leerlingen in kleine groepjes worden begeleid. Leren in een groepje van twee tot vijf leerlingen zorgt voor kunnen afkijken (een bruikbare leerstrategie) en voor motivatie. Daarnaast draagt het gecontroleerd en langzaam opbouwen van oefeningen bij aan een beter resultaat.
Oefenen met één specifieke strategie met behulp van verschillende werkvormen leidt tot resultaat wanneer leerlingen drie keer per week twintig tot dertig minuten extra begeleiding krijgen, bovenop de reguliere rekeninstructie. Voorbeelden van die werkvormen zijn flitskaartjes, begeleide oefening en een afwisseling in oefeningen op de computer, op papier en door er met elkaar over te praten.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Judith Amels (kennismakelaar Kennisrotonde).