Kennisdeling (inzichten uitwisselen) en kennisbenutting (nieuwe inzichten toepassen) zijn belangrijke onderdelen van professionalisering. Er zijn aanwijzingen dat een aantal kenmerken bijdraagt aan het delen en benutten van kennis in bovenschoolse professionele netwerken. Zo lijkt het belangrijk dat er een vaste groep is met een veilige, collegiale en open sfeer. Ook lijkt het waardevol als deelnemers het netwerk als relevant ervaren voor hun eigen werkpraktijk en voldoende tijd hebben. Verder zijn er signalen dat het helpt als het netwerk goed georganiseerd is en schoolleiders het ondersteunen.
Concentratie is essentieel voor leren en presteren op school. Maar omdat de concentratiemodus energie kost, kunnen leerlingen deze maar beperkte tijd vasthouden. Met vijf strategieën kun je als docent de concentratie van leerlingen bevorderen: (1) Zorg voor goede ventilatie en een aangename temperatuur in het lokaal. (2) Bied leerlingen kansen op succeservaringen. (3) Wees alert op mogelijke afleidingen. (4) Zorg voor lesactiviteiten die leerlingen activeren. (5) Investeer in een positieve sfeer in de klas en een goede relatie met leerlingen.
Een verhaal vertellen is taalkundig en cognitief complex. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen achterlopen op verschillende aspecten van vertelvaardigheid. Er zijn aanwijzingen dat het helpt als de leerkracht het goede voorbeeld geeft (modelleren), kinderen laat oefenen en hun visuele ondersteuning geeft. Hoe vaak en hoe lang leerlingen moeten oefenen, weten we niet precies.
Oefenen met rekenautomatisering helpt leerlingen om hun rekenvaardigheden te verbeteren. Waarschijnlijk geldt dit ook voor het voortgezet speciaal onderwijs (vso) cluster 3. Hoewel er weinig specifiek onderzoek is naar rekenautomatisering bij vso-leerlingen, laten studies bij leerlingen met leerstoornissen en leerachterstanden zien dat gestructureerd oefenen positieve effecten heeft. Dat geldt vooral voor een combinatie van strategie-instructie en oefening.
Maatschappelijke betrokkenheid is een onderbelicht onderdeel van burgerschap in het gespecialiseerd onderwijs. Er is weinig onderzoek gedaan naar hoe je die maatschappelijke betrokkenheid effectief kunt bevorderen. Service learning, een Amerikaanse aanpak vergelijkbaar met een maatschappelijke stage, laat veelbelovende uitkomsten zien. Maar daarbij is niet gekeken naar positieve gevolgen voor de ontwikkeling van maatschappelijke betrokkenheid.
Leraren kunnen met verschillende interventies de executieve functies van leerlingen met ADHD of een autismespectrumstoornis (ASS) verbeteren. Een aantal van deze aanpakken laten positieve effecten zien, zoals mindfulness, lichaamsbeweging, cognitieve trainingen en digitale oefeningen. Maar die effecten zijn niet altijd blijvend. Ook is niet altijd duidelijk in hoeverre leerlingen er ook buiten de oefensetting, in het dagelijks leven, baat bij hebben.
Het is niet bekend of thuistalen inzetten in de klas effect heeft op de taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van meertalige leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Onderzoeksresultaten van meertalige leerlingen zónder TOS geven in combinatie met de beschikbare kennis over TOS wel aanwijzingen voor mogelijk positieve effecten.
Over de effectiviteit van impliciet leren om de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis te verbeteren, is weinig bekend. Er is wel bewijs dat expliciet leren bijdraagt aan de mondelinge taalvaardigheid. Door bijvoorbeeld directe instructie en afgepaste informatie te geven, leren leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis grammatica beter. En ze kunnen grammaticaregels dan ook beter toepassen.
Er is beperkt onderzoek beschikbaar naar de Response to Intervention-benadering (RTI) voor leerlingen in het speciaal onderwijs met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Daaruit blijkt dat RTI een passende aanpak kan zijn om het juiste ondersteuningsniveau te bepalen. Daarmee kunnen deze leerlingen hun lees - en spellingvaardigheid verbeteren. Om een interventie op maat te kunnen bieden is een taalprofiel en een foutenanalyse belangrijk; idealiter zijn daar verschillende expertises bij betrokken.
Er bestaat een klein positief verband tussen prestaties van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en deelname aan een combinatieklas, blijkt uit Noors onderzoek. Jongerejaars leerlingen in die klassen presteren namelijk iets beter. In combinatieklassen in de bovenbouw van het basisonderwijs in Nederland is er juist een klein negatief verband met leerprestaties. Hoewel combinatieklassen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) niet specifiek zijn onderzocht is het aannemelijk dat deze bevindingen daar ook kunnen gelden.