Creativiteit is een combinatie van divergent denken (het vermogen om met veel verschillende ideeën te komen) en convergent denken (tot een toepasbare probleemoplossing komen). Er zijn verscheidene pedagogisch-didactische aanpakken en materialen ontwikkeld, gericht op het bevorderen van creatief denken. Er is nog niet empirisch vastgesteld op welke wijze het onderwijs effectief kan bijdragen aan de ontwikkeling van creativiteit en welke didactische aanpakken daarbij de beste zijn.
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maken scholen soms gebruik van de theorie van Human Dynamics. Er is echter geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing van het gedachtengoed van Human Dynamics in het onderwijs. Of het een positieve, neutrale dan wel negatieve invloed heeft op de leerresultaten van leerlingen, kan dus niet worden gezegd.
Geactualiseerd: 8 februari 2024
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maakt een aantal scholen gebruik van de theorie over meervoudige intelligentie. Er zijn beperkte aanwijzingen dat aandacht voor meervoudige intelligentie gunstig werkt bij wiskunde en biologie in het voortgezet onderwijs. Naar het effect van meervoudige intelligentie op de leerresultaten in het onderwijs is weinig deugdelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan. Of de theorie invloed heeft op de leerresultaten weten we dus niet. Er zijn andere, wél met onderzoek onderbouwde manieren om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen.
Geactualiseerd: 13 augustus 2021
Het trainen van muzikale vaardigheden kan nuttig zijn voor kinderen met taalontwikkelingsstoornissen, maar harde cijfers daarvoor ontbreken. Wel is duidelijk dat muzikale ontwikkeling en taalontwikkeling met elkaar samenhangen. Gevoel voor ritme en toonhoogte kan helpen om de verschillende klanken in de taal te leren onderscheiden, maar ook syntactische structuren en intonatie te leren herkennen. Ook leent muziekonderwijs zich voor veel herhaling van woorden, klankopeenvolgingen en zinstructuren.
Geactualiseerd: september 2020
Taalontwikkeling speelt een belangrijke rol in de emotionele ontwikkeling. Hoe taliger kinderen zijn, hoe makkelijker zij hun gevoelens kunnen benoemen en uitleggen. Het is dus essentieel dat kinderen een gevoelswoordenschat opbouwen. Leerlingen die hun ervaren gevoel niet in woorden kunnen omzetten, zullen andere wegen zoeken (slaan, zich terugtrekken) om uitdrukking te geven aan innerlijke onrust. Goede communicatievaardigheden verminderen het risico op emotionele problemen. Over de specifieke invloed van praten over gevoelens op het welbevinden van leerlingen, zijn echter geen onderzoeksresultaten bekend.
Een succesvolle aanpak van professionalisering van leraren voor lesgeven met ict hangt samen met de visie van de school op onderwijs en onderwijsvernieuwing. De aanpak moet passen bij de schoolorganisatie. De school biedt ruimte om leraren actief en onderzoekend aan de slag te laten gaan. Het praktisch nut voor de leraar in de lespraktijk staat voorop. Er zijn verschillende competentieprofielen voor leraren voor leren en lesgeven met ict. Het is goed om te kijken wat er al in huis is, wat er mag worden verwacht en wat er nog nodig is.
Ondernemerschapsonderwijs draagt bij aan het zelfvertrouwen van studenten, het benutten van kansen, oplossingsgerichtheid en doorzettingsvermogen. Ook geeft het studenten meer mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De belangrijkste competenties in het onderwijs voor ondernemerschap zijn specifieke sleutelvaardigheden voor een ondernemer (zoals creativiteit, bereidheid risico te nemen, zelfvertrouwen), de ondernemer als manager en de ondernemer als ondernemer.
Geactualiseerd: 7 augustus 2022
Ouders en behandelaars geven aan dat kinderen dankzij zogenoemde reflextherapiemethodes zowel cognitief als gedragsmatig forse vooruitgang boeken. De reguliere wetenschap plaatst reflextherapie in het alternatieve circuit. Er is nauwelijks onafhankelijk onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze therapieën. Het wetenschappelijke bewijs voor de effectiviteit van INPP-therapie en aanverwante interventies is zeer mager.
De meeste vmbo-gediplomeerden die overstappen naar havo-4 behalen ook hun havo-diploma. Het is niet bekend of het samenstellen van gemengde docententeams (mavo-havo) bijdraagt aan dat succes. Wel is duidelijk dat de eindexamencijfers van vmbo’ers een belangrijke rol spelen. Degenen met de laagste cijfers hebben de meeste moeite met de andere pedagogisch-didactische aanpak in het havo. Het lijkt daarom verstandig om die groep extra aandacht te geven, zowel in de voorbereiding op als in de begeleiding op het havo. Vmbo-leerlingen van bredere scholengemeenschapen doen het beter in het havo dan vmbo’ers van scholen met alleen een vmbo-aanbod (inclusief categorale mavo’s).
De menstruatiecyclus heeft zeker invloed op het alledaagse functioneren, zowel positief als negatief. Bij de meeste vrouwen, met een gezonde cyclus, zijn nadelige effecten hiervan waarschijnlijk minimaal. Vrouwen met premenstrueel syndroom (PMS) of premenstruele dysfore stoornis (PMDD) lijken wel een duidelijkere verslechtering in cognitieve functies te hebben tijdens de premenstruele fase. Of en welke invloed dit heeft op de prestaties is niet bekend.