Bij ondernemerschap gaat het om ondernemendheid en om het werken als ondernemer. Specifiek op ondernemerschap en ondernemendheid gericht landelijk overheidsbeleid van 2005 tot 2012 hebben bijgedragen aan succesvolle inbedding in alle sectoren van het onderwijs. Sinds 2012 zijn er stimuleringsmaatregelen die meer indirect op ondernemerschap zijn gericht. Effectieve ondernemerschapsprogramma’s hebben kenmerken als contextrijk, activerend, projectmatig en interdisciplinair samenwerkend. Specifiek gekwalificeerde docenten geven lessen in een doorlopende leerlijn, binnen een samenhangend programma door de onderwijsniveaus heen, waarin de verschillende competenties geïntegreerd zijn.
Verankerd
In het onderwijs over ondernemerschap zijn drie groepen competenties belangrijk: specifieke sleutelvaardigheden voor een ondernemer, de ondernemer als manager en de ondernemer als ondernemer. Studenten worden opgeleid om proactief te zijn, initiatief te nemen, kansen te zien, risico te nemen en creatieve ideeën om te zetten in actie. Ondernemerschap is de sleutelcompetentie voor persoonlijke ontwikkeling, actief burgerschap, sociale inclusie en loopbaankansen op de arbeidsmarkt. In 2012 had in het mbo meer dan tachtig procent van de instellingen ondernemerschap verankerd in het curriculum.
Ondernemerschapsprojecten die studenten in contact brengen met de buitenwereld in het algemeen en het bedrijfsleven in het bijzonder dragen bij aan ondernemerschap. Dat geldt ook voor activerende vormen van leren en leervormen waarbij leerlingen eigen initiatief en verantwoordelijkheidsbesef ontwikkelen, projectmatig werken en samenwerken met anderen. Samengevat onder de noemer learning by doing. Ondernemerschapsonderwijs is onderscheidend in de zin dat het een uitdagend, ervaringsgericht, zelfsturend, contextrijk, wereldgericht, multidisciplinair en risicovol karakter heeft. Indicatoren voor effectief ondernemerschapsonderwijs in het beroepsonderwijs zijn onder meer een goede balans tussen theorie en praktijk (handelingsgericht, gebaseerd op ervaring, actieve betrokkenheid en eigen verantwoordelijk van studenten), aansluiting bij de leeromgeving en de opleidingsrichting, actieve betrokkenheid van bedrijven, ervaren zakenlieden en jonge ondernemers, confrontatie met real life-werksituaties, gekwalificeerde docenten met ervaring in het bedrijfsleven, en uitwisselen met andere studenten van andere opleidingen.
Leerlingen in het voortgezet onderwijs die deelnemen aan ondernemerschapsonderwijs staan positiever tegenover ondernemen dan jongeren die hier niet aan deelnemen. Kennis en vaardigheden op jonge leeftijd hebben zowel op de korte termijn als op de langere termijn effecten. Ondernemerschapsonderwijs op de basisschool leidt tot positieve effecten op de korte termijn. Bij de aan het lesprogramma deelnemende leerlingen namen het zelfvertrouwen, prestatiegerichtheid, risicobereidheid, analytisch vermogen, doorzettingsvermogen, pro-activiteit en creativiteit duidelijk toe. Wat betreft de langetermijneffecten, veel oud-deelnemers uit mbo en hbo geven aan dat het programma ze sterker heeft gemaakt in de persoon die ze vandaag de dag zijn. Deelnemers vinden sneller een baan, zijn minder vaak werkeloos, komen vaker in managementfuncties terecht, zijn initiatiefrijker en starten vaker een eigen bedrijf. Europees onderzoek laat zien dat leerlingen en studenten die ondernemerschapsonderwijs hebben genoten grotere kansen op een baan hebben, vaker bedrijven starten en een grotere slagingskans als ondernemer hebben. Echter, een directe relatie tussen onderwijskenmerken en resultaten bij leerlingen en studenten is lastig echt hard aan te tonen; gericht ontwerp- en effectonderzoek hiernaar ontbreekt.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Het NKO heeft een opdracht uitgezet voor een overzichtsstudie naar ondernemerschap op school. De resultaten van die studie kunnen te zijner tijd extra inzichten opleveren over dit onderwerp.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan kennismakelaars Niek van den Berg en Femke Timmermans.