Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

436 resultaten

    Of een leerkracht de afname- en beoordelingsprocedure van een dictee mag aanpassen bij dyslectische leerlingen hangt af van het doel. Als de leerkracht de leerling wil vergelijken met andere leerlingen in de klas of met een landelijke norm, zijn wijzigingen niet toegestaan. Wil de leerkracht het dictee als formatieve toets gebruiken, om de leerling verder te helpen in het leren, dan zijn wijzigingen wel mogelijk. Het verdient aanbeveling om op schoolniveau door de leerjaren heen dezelfde wijzigingen toe te passen. Alleen dan is het namelijk mogelijk om resultaten van de leerling met eerdere resultaten te vergelijken.

    Lees meer

    De fitheid van leerlingen is van invloed op hun schoolprestaties. Leerlingen met een goed uithoudingsvermogen halen betere resultaten op taal- en rekentoetsen. Mentale gezondheidsproblemen hangen samen met lagere schoolprestaties. Er zijn meerdere interventies voor scholen om aan de fitheid van leerlingen te werken, waarvan enkele met succes: fittere leerlingen. Over effecten van de interventies op schoolprestaties is echter weinig bekend. Een enkele keer spelen ouders een rol in die interventies. Dat verhoogt hun betrokkenheid, maar onduidelijk is of dat het effect van de interventies versterkt.

    Lees meer

    Onderwijsprofessionals gebruiken inzichten uit onderzoek gemakkelijker als op hun school een structuur voor kennisbenutting aanwezig is en er een onderzoekscultuur heerst. De houding en vaardigheden van onderwijsprofessionals spelen ook een rol, maar hoe deze tot uiting komen is afhankelijk van de schoolcontext. Er zijn sterke aanwijzingen dat onderwijsprofessionals eerder kennis benutten wanneer zij die samen met onderzoekers creëren en ze een gelijkwaardige relatie met hen hebben.

    Lees meer

    Leerkrachten kunnen eigenaarschap van leerlingen bevorderen door samen haalbare en uitdagende doelen te stellen. Maar ook door leerstrategieën direct en ingebed in de leerstof te onderwijzen, en door procesgerichte feedback te geven. Louter autonomie verlenen aan leerlingen helpt vaak niet. Leerlingen tonen zich eigenaar van het leren als zij actief de verantwoordelijkheid nemen voor hun leerproces en resultaten. Dit hangt mede samen met de mate waarin zij in staat zijn om het eigen leerproces te sturen. Eigenaarschap en zelfgestuurd leren zijn al mogelijk vanaf jonge leeftijd. Daar is wel instructie en begeleiding door leerkrachten en ouders bij nodig.

    Lees meer

    Begrijpend luisteren vertoont een duidelijke relatie met begrijpend lezen. De vaardigheid begrijpend luisteren in groep 1 en 2 heeft zelfs een voorspellende waarde voor het leesbegrip op latere leeftijd. Dit komt onder meer door gedeelde subvaardigheden als het maken van inferenties (leerlingen leggen verbanden tussen de tekst en hun kennis van de wereld). Het aanleren van subvaardigheden in groep 1 en 2 kan ervoor zorgen dat leerlingen deze vaardigheden ook gebruiken bij het begrijpend lezen in groep 4.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 28 oktober 2023

    Er is veel aandacht in de wetenschappelijke literatuur voor de transfer van kennis. Er is echter geen empirisch bewijs dat onderwijskennis direct effect kan hebben op de onderwijspraktijk. Welke kenmerken van bijeenkomsten waar onderzoekers en leraren elkaar ontmoeten bevorderlijk zijn voor de transfer van kennis, is op basis van onderzoek dan ook niet te zeggen. Onderzoekers en onderwijsprofessionals zijn van mening dat het voor de transfer van kennis van belang is dat ze elkaar (geregeld) ontmoeten.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 17 april 2023

    Veel oefenen helpt bij het leren automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen voor rekenen en wiskunde op de basisschool. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij programma’s met een systematische lesopbouw, één strategie, directe instructie en herhalingsoefeningen. Over het beste moment en fasering is weinig bekend. Scholen met effectief onderwijs in het automatiseren en memoriseren van basisbewerkingen rekenen en wiskunde onderscheiden zich van andere scholen door hun invulling van aanbod, onderwijstijd, didactisch handelen, zorg en begeleiding, en kwaliteitszorg.

    Lees meer

    De validiteit van de eindtoets basisonderwijs is in het geding als de leerling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Vanuit de literatuur zijn geen ondergrenzen voor het taalbeheersingsniveau bekend om een eindtoets te maken. Doel van de eindtoets is echter om het referentieniveau op taal- en rekenniveau bij leerlingen in groep 8 vast te stellen. Aan het einde van de basisschool is voor taal een referentieniveau van 1F gewenst. Toetsontwikkelaars houden daar rekening mee. Daarom kun je er vanuit gaan dat bij nieuwkomers een taalbeheersingsniveau van rond 1F afdoende is om een valide meting te krijgen.

    Lees meer

    Het is voor de taalontwikkeling beter als leerlingen met een andere eerste taal dan het Nederlands direct instromen in het reguliere onderwijs. Deze NT2-leerlingen hebben minimaal vier jaar nodig om op hetzelfde niveau te komen als hun leeftijdsgenoten. In een aparte taalklas missen de leerlingen de rijke input van Nederlandstalige klasgenootjes. Het is wel nodig dat er in het reguliere onderwijs een positief, inclusief schoolklimaat heerst met ruimte voor de moedertaal. Dat geldt voor NT2-leerlingen van alle leeftijden en alle achtergronden. Belangrijk is verder dat ze langdurig en systematisch extra taalondersteuning krijgen van een NT2-specialist.

    Lees meer

    Gerichte interventies kunnen probleemgedrag bij leerlingen terugdringen of voorkomen. Welke aanpak het geschiktst is, hangt af van de ernst van de gedragsproblemen en de leeftijd van de leerling. Gaat het om leerlingen tot twaalf jaar, dan is een gedragstherapeutische training voor ouders het effectiefst. Mocht dat niet werken, dan is cognitieve gedragstherapie voor het kind zelf – vanaf acht jaar – een optie. Het gaat dan vooral om training in zelfcontrole en het reguleren van agressie. Daarnaast bevordert de therapie de ontwikkeling van sociale vaardigheden of probleemoplossend vermogen. Ook het versterken van executieve functies kan probleemgedrag terugdringen.

    Lees meer