Vier voorwaarden lijken voor een succesvolle pedagogisch-didactische aanpak van het verkeersonderwijs te kunnen zorgen. Een combinatie van theorie en praktijk maakt verkeersonderwijs effectief, zodat basisschoolleerlingen veiliger gedrag vertonen op de weg. Daarnaast is ervaring opdoen in de praktijk belangrijk. Het betrekken van leerlingen bij het ontwikkelen van het programma draagt bij aan de effectiviteit. Ten slotte lijkt het belangrijk dat leerlingen professionele begeleiding krijgen in een kleine groep.
Een effectieve aanpak om te differentiëren lijkt los te staan van de keuze voor thematisch of niet-thematisch werken. Uit onderzoek is niet bekend of thematisch werken een goede context is voor differentiatie in het speciaal onderwijs. Wat wel helpt om leerlingen in het speciaal onderwijs maatwerk te bieden is: meer leertijd, begeleid spel, directe instructie, Response to Intervention en formatief handelen.
Teamteaching heeft een positief effect op het belang dat leerkrachten hechten aan samenwerking en op het vertrouwen van leerkrachten in hun eigen capaciteiten om samen te werken. Ook helpt teamteaching om minder ervaren leerkrachten gelijkwaardigere samenwerkingspartners te laten worden. Gedurende het proces moeten teamleden blijven communiceren over de visie op het onderwijs, de rolverdeling en de lespraktijk. Randvoorwaarden voor teamteaching zijn openheid, vertrouwen, respect en gelijkwaardigheid.
Het directe instructie-model is een zeer effectieve werkwijze bij onderwijs in taal, rekenen en zaakvakken. Dit geldt ook voor het onderwijs aan de jongste leerlingen. Directe instructie-programma’s voor beginnende geletterdheid en beginnende gecijferdheid hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van leerlingen. Deze is enkele jaren later nog meetbaar. Begeleid spel is eveneens zeer belangrijk voor de ontwikkeling van jonge leerlingen, zeker in combinatie met directe instructie.
Leerlingen vanaf de middenbouw van de basisschool leren waarschijnlijk van digitale huiswerkoefeningen voor rekenen en taal; misschien zelfs meer dan van papieren huiswerk. De oefeningen moeten wel aansluiten bij het niveau van de leerlingen. Verder is het belangrijk dat leerlingen voldoende leertijd besteden aan het werken met het programma. Ook moeten ze onmiddellijk feedback krijgen op hun antwoorden. Leerkrachten die goed gebruikmaken van de informatie uit het programma behalen een hoger leerrendement met hun leerlingen.
Leerlingen met een slecht handschrift hebben vaak problemen bij het maken van rekensommen. Dat komt doordat zij hun eigen handschrift niet goed lezen of sommen bijvoorbeeld slordig opschrijven. Als leraar kun je met aandacht voor de fijne motoriek leerlingen helpen hun handschrift te verbeteren. Vooral overschrijven van teksten en het natekenen van figuren kunnen helpen om beter te leren schrijven en dat kan waarschijnlijk de rekenprestaties verbeteren.
Droedelen heeft bij (jong)volwassenen een positief effect op het luisterbegrip en op het onthouden en het monitoren van informatie. Het is niet bekend wat het effect van droedelen is op de luistervaardigheid van basisschoolleerlingen. De verwachting is dat droedelen tijdens het voorlezen bij leerlingen in groep 5 eerder een positief dan een negatief effect zal hebben.
Meer dan tachtig procent van de leraren gebruikt een formele methode voor het leesonderwijs. Er lijken weinig verschillen te zitten tussen de leeropbrengsten van de verschillende methodes voor leesvaardigheid. Onderzoek naar wat een leesmethode nou juist zo effectief maakt, is er nauwelijks. Belangrijk voor goede leesresultaten is in ieder geval dat leraren zelf nadenken over de doelen van het leesonderwijs en dat zij een leesmethode doelgericht inzetten.
Probleemgedrag onder kinderen kan de gedragsontwikkeling belemmeren. Onder meer gezinsproblematiek, zoals relatieproblemen tussen ouders, scheiding en verschillende opvoedingsstijlen, kan dat probleemgedrag versterken. Een goede hechting tussen ouder en kind, en een sterke betrokkenheid van de ouder bij het kind lijken het probleemgedrag tegen te gaan. Verder kunnen de sociaal-economische status, en de faciliteiten en ondersteuning in de klas van invloed zijn op probleemgedrag onder kinderen.
Muziekonderwijs bevordert de onderwijsprestaties van leerlingen voor onder meer taal, lezen en rekenen. Er zijn geen studies bekend waarin dit effect specifiek is onderzocht voor leerlingen met laagopgeleide ouders. De verwachting is wel dat het effect sterker is voor hen, omdat ze in muziek mogelijk niet de frustratie van hun achterstand ondervinden en minder faalangst ervaren.