Basisschoolleerlingen op (kleine) dorpsscholen hebben vaker te maken met pesten dan leerlingen op stadsscholen. Doordat leerlingen op dorpsscholen afhankelijker zijn van hun schoolreputatie, ervaren zij vaak meer stress van pesten. Uit onderzoek wordt niet duidelijk of leerlingen op (kleine) dorpsscholen zich daar minder veilig voelen. Ook is niet zeker of deze leerlingen vaker last hebben van gedragsproblemen en mentale gezondheidsproblemen.
Geactualiseerd: 26 augustus 2024
De Alfabetcode is een methode om kinderen te leren lezen en schrijven. Voor de effectiviteit van een aantal kenmerken van deze aanpak is wetenschappelijke evidentie voor zowel de lees- als spellingvaardigheid. Het gaat om het systematisch bevorderen van het fonemisch bewustzijn, uitgaan van de klankstructuur en zelf schrijven van letters. Voor één van de belangrijkste uitgangspunten - leerlingen eerst leren schrijven en dan pas leren lezen - ontbreekt wetenschappelijk bewijs.
Directe individuele feedback tijdens het maken van een opdracht is effectief om leerlingen kennis en vaardigheden aan te leren. Een leerkracht kan echter telkens maar één leerling feedback geven. Digitale tutors zorgen voor gelijktijdige directe individuele feedback voor alle leerlingen. Als digitale tutors adaptief reageren op elke stap die een leerling neemt in een opdracht werken ze even goed of beter dan feedback in klassikale omgevingen. Dit geldt voor afgebakende en goed gestructureerde kennis- en vaardigheidsdomeinen.
De attitude van leraren, hun kennis en ervaring en inschatting van de ondersteuningsbehoefte van leerlingen zijn van invloed op verwijsgedrag naar het speciaal onderwijs. Leerkrachten die positief zijn over inclusief onderwijs, die faciliteiten krijgen en steun van collega’s, spannen zich meer in om zulke leerlingen op de reguliere basisschool te houden. Het is niet te zeggen of dit ook leidt tot minder verwijzingen. Daar hebben leerlingkenmerken, de klassensamenstelling en de schoolgrootte namelijk ook invloed op.
In het algemeen geldt dat extra lestijd die wordt besteed aan rekenen en taal in het basisonderwijs bijdraagt aan de verbetering van de leerprestaties voor die vakken. Dat geldt ook voor extra lestijd in de vorm van leertijduitbreiding, dus wanneer het niet ten koste gaat van andere vakken. Voor leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond lijkt er geen positief effect van extra lestijd op hun leesniveau.
Er zijn aanwijzingen dat lockdowns negatieve effecten hebben gehad op de ontwikkeling van executieve functies bij jonge kinderen. Het gaat om functies als werkgeheugen, respons-inhibitie, flexibiliteit, aandacht vasthouden en zelfregulatie. Het beeld is wel wisselend: de negatieve effecten worden niet altijd in dezelfde mate of voor dezelfde executieve functies gevonden. Meer stress in gezinnen in lockdowntijd en het ontstaan van ongezonde gewoonten zoals meer beeldschermgebruik hebben ook een negatief effect gehad.
Er is geen onderzoek gevonden naar effecten van feedback vragen door een leerkracht aan leerlingen en deze feedback vervolgens benutten om het pedagogisch-didactisch klasklimaat te verbeteren.
Nieuwkomers in groep 3 hebben meer tijd nodig om mondeling en schriftelijk vaardig te worden in het Nederlands. Bepaalde vormen van vertraging en verbreding van het aanvankelijk leesproces kunnen daarvoor effectief zijn. Vertragen kan door deze leerlingen aanvullende lessen te geven, expliciete uitleg te geven en lesstof te herhalen. Verbreden kan vermoedelijk door taalonderwijs in andere delen van het curriculum te integreren, en door tweetalig leesonderwijs of onderwijs in de moedertaal van nieuwkomers te geven.
Het is aannemelijk dat onderwijs op een zeer kleine school geen negatief effect heeft op de sociale vorming van een leerling. Dat is in die specifieke context weliswaar niet onderzocht, maar valt af te leiden uit onderzoek naar de gevolgen van thuisonderwijs. Die situatie vertoont duidelijke verwantschap met de situatie op zeer kleine scholen met maximaal vijf leerlingen. Leerlingen die les krijgen op zeer kleine scholen ontwikkelen hun sociale vaardigheden even goed als leerlingen op reguliere scholen, mits sociale interacties met leeftijdgenoten buiten de school om worden gefaciliteerd.
Extra geld voor onderwijs leidt gemiddeld genomen tot hogere onderwijsopbrengsten. In het basis- en voortgezet onderwijs verbeteren de toetsresultaten, is er meer doorstroom naar vervolgonderwijs en halen meer leerlingen hun diploma. De financiële middelen worden voornamelijk ingezet voor kleinere groepen en klassen, huisvesting, meer onderwijstijd en lerarensalarissen.