Door recente aanscherpingen van de regelgeving rondom de vrijwillige ouderbijdrage heeft een deel van de basisscholen het aanbod aan extra-curriculaire activiteiten afgeslankt. Dit kan er op wijzen dat scholen bezuinigen op vieringen en uitstapjes voor leerlingen als ze de vrijwillige ouderbijdrage afschaffen.
In een klas met leerlingen met externaliserend probleemgedrag lijkt de kans groter dat klasgenoten lagere leerresultaten halen voor rekenen en taal. Dit komt mogelijk doordat leraren meer tijd nodig hebben voor klassenmanagement, wat dan ten koste gaat van de effectieve leertijd. Of andere leerlingen nemen het externaliserend gedrag over, waardoor ze minder goed gaan presteren. Er is echter meer onderzoek nodig om beter zicht te krijgen op het effect van externaliserend gedrag en verklaringen hiervoor.
Het is niet bekend of een schoolbreed beloningssysteem een positief effect heeft op de gedragsontwikkeling bij leerlingen. Algemene schoolbrede aanpakken voor gedrag bieden wel aanknopingspunten voor te verwachten effecten. Dergelijke aanpakken lijken positief uit te werken op het gedrag en welbevinden van leerlingen; positiever dan wanneer leerkrachten verschillende aanpakken inzetten. Duidelijkheid en voorspelbaarheid van een uniforme aanpak geeft leerlingen een gevoel van controle, wat een belangrijke factor is voor mentale gezondheid en welbevinden. Leerkrachten voelen zich bij een schoolbrede aanpak competenter in omgaan met probleemgedrag van leerlingen.
Een rijke taal- en woordenomgeving ondersteunt de ontwikkeling van de woordenschat en woordkennis van leerlingen. Een schoolbibliotheek inrichten draagt daar al aan bij. Verder kan de school een talige omgeving creëren door vakoverstijgend woordenschatonderwijs aan te bieden door dit te integreren in alle schoolvakken. Een effectieve manier om expliciet woordenschatonderwijs vorm te geven, is het viertaktmodel. Dat model onderscheidt vier fasen, te weten kennismaking met het nieuwe woord, betekenis geven, herhalen en controleren. Voor elk van deze fasen zijn effectieve didactische principes en werkvormen bekend.
Hoewel verschillende kenmerken van startende leraren relevant lijken voor de vormgeving van hun begeleiding, is het niet goed te zeggen voor wie nou precies welk arrangement het meest geschikt is. Maatwerk in overleg met starters lijkt het beste, waarbij het belangrijk is dat de begeleiding breed en doelgericht is. Bij zij-instromers is het belangrijk om collegiaal contact te stimuleren en relevante expertise uit hun eerdere loopbaan actief te waarderen.
Om getalbegrip van leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs te bevorderen is het effectief om gebruik te maken van concreet materiaal. Daarnaast is het effectief om leerlingen alle denkhandelingen te laten verwoorden. Leerkrachten kunnen hen helpen om relaties te leggen tussen handelingsniveaus. Bij instructie is het effectief als de leerkracht aspecten van getalbegrip benadrukt. Ook doen leerkrachten er goed aan de instructie te laten aansluiten bij de voorkennis van leerlingen en onderwijsinhoud aan te bieden in voor leerlingen betekenisvolle situaties.
Hoe meer leerlingen met externaliserend probleemgedrag er in een klas zitten, hoe groter de kans dat klasgenoten ook dergelijk gedrag gaan vertonen. Het risico is het grootst als er veel leerlingen met externaliserend gedrag in een klas zitten, en klasgenoten deze leerlingen als vriend beschouwen. Externaliserend gedrag van leerlingen vergroot ook de kans op internaliserend gedrag bij klasgenoten, zoals terugtrekken en neerslachtigheid. Voor leerlingen met externaliserend gedrag kan het juist positief uitpakken als zij in de klas zitten met klasgenoten zonder dit gedrag.
Er is weinig onderzoek gedaan naar de verschillen tussen leerprestaties van kinderen met een lage sociaal-economische status (SES) in het montessorionderwijs en in het reguliere onderwijs. Beperkt internationaal onderzoek onder jonge kinderen met arme ouders wijst erop dat zij in het montessorionderwijs niet slechter presteren op taal en rekenen-wiskunde dan jonge kinderen met arme ouders op andere typen scholen. De montessorileerlingen scoren juist beter op taal. Op reken/wiskundegebied zijn de leerprestaties vergelijkbaar; soms presteren de montessorileerlingen iets beter.
Extra ondersteuning kan voor leergroei zorgen mits de kwaliteit hoog is en deze specifiek gericht is op de achterstand van een leerling. Belangrijk is ook dat de leerkracht of een goed getrainde onderwijsassistent de ondersteuning geeft en dat die aansluit bij de reguliere lessen. Er moet continuïteit in de ondersteuning zitten, die niet ten koste mag gaan van andere vakken of de reguliere lessen. Dit geldt zowel voor de ondersteuning in de onder- als in de bovenbouw.
Goed klassenmanagement in het basisonderwijs is essentieel voor een veilige en rustige leeromgeving. Belangrijke onderdelen van klassenmanagement zijn regels en routines, en een duidelijke inrichting van het klaslokaal. Dat helpt om leerlingen kalm en zelfstandig aan het werk te laten gaan. Mogelijk geldt dit ook voor de start van de dag. Er is echter geen onderzoek beschikbaar over effectieve manieren waarop leerkrachten de schooldag kunnen opstarten, zodat kleuters rustig en zelfstandig aan het werk gaan.