Mensen met ASS nemen de wereld anders waar en denken anders dan anderen. Ze hebben moeite met sociale interactie en communicatie, en zijn minder flexibel. Daarnaast vinden ze het moeilijk om informatie te filteren en te integreren. ASS beïnvloedt ook studie- en leerprocessen.
Zichtbaarheid van ASS verschilt tussen jongens en meisjes
Ongeveer twee procent van de kinderen heeft ASS; bij jongens wordt het meer waargenomen dan bij meisjes. Het kan zijn dat ASS bij jongens daadwerkelijk vaker voorkomt, maar ook kan het verschil komen doordat ASS bij meisjes zich anders en subtieler uit. Meisjes weten ook beter te compenseren en camoufleren wat ze lastig vinden. Verder zijn er aanwijzingen dat signalerings- en diagnostische instrumenten vooral gebaseerd zijn op mannelijke ASS-profielen.
Leerkrachten en andere professionals herkennen ASS bij meisjes vaak minder goed dan bij jongens. De kennis die leerkrachten over ASS hebben, wordt enigszins beïnvloed door hun beeld van jongens en meisjes. Mogelijk zijn ze zich niet zo bewust van de verschillen in uitingsvormen van ASS bij jongens en meisjes.
Ontbreken van vroege signalering werkt door in loopbaan en leven
Doordat de vroege signalering verschilt, krijgen meisjes met ASS hun diagnose vaak later dan jongens. Bovendien is de kans kleiner dat meisjes met een vergelijkbaar niveau van autistische kenmerken een diagnose krijgen dan jongens. Verder zijn er aanwijzingen dat meisjes zwaardere moeilijkheden moeten hebben en hogere niveaus van bijkomende problemen, voordat ze een diagnose krijgen.
Als een vroege diagnose uitblijft, kunnen de gevolgen op de (onderwijs)loopbaan en in het verdere leven groot zijn. Te denken valt aan sociale isolatie, pesten en gevoelens van onbegrepen worden of ‘er niet bij horen’. Meisjes waarvan ASS onopgemerkt blijft, ervaren problemen met lesstof verwerken en met overgangen binnen en tussen onderwijsinstellingen. Daarnaast sluiten interactie met medeleerlingen en leerkrachten, en de sensorische omgeving van school niet aan bij hun behoeften. Dat kan uiteindelijk leiden tot gevoelens van angst en verminderd welbevinden, waardoor ze mogelijk school gaan vermijden.
Signaleringsinstrumenten zijn nog in ontwikkeling
Het is lastig om laagdrempelige signaleringsinstrumenten te vinden die leerkrachten kunnen inzetten om ASS specifiek bij meisjes te signaleren. Afname van bestaande instrumenten vergt veel tijd en is niet praktisch. Diagnostisch geschoolde gedragswetenschappers moeten bijvoorbeeld de scores interpreteren. Een bewezen effectief Engelstalig instrument is de Autism Spectrum Screening Questionnaire (ASSQ). Een latere versie daarvan, de ASSQ-GIRLS, meet kenmerken van ASS bij meisjes in een klinische context.
Gericht op gebruik in reguliere, niet-klinische situaties is de Questionnaire for Autism Spectrum Conditions (Q-ASC). Deze screeningsvragenlijst is opgezet voor ouders en gaat over genderspecifieke autismekenmerken. Een laagdrempeligere versie hiervan bevat vragen over gendergebonden gedrag, sensorische gevoeligheid, meegaand gedrag, vriendschappen en spel, sociaal maskeren, verbeelding en imitatie. Mogelijk biedt dit instrument – na vertaling – in het Nederlandse basisonderwijs een praktische handvat voor leerkrachten om ASS bij meisjes beter te herkennen. Of de Q-ASC een effectief signaleringsmiddel is, is niet onderzocht.
Meer kennis bij leerkrachten kan meisjes met ASS helpen
Er zijn aanwijzingen dat niet alleen signaleringsinstrumenten, maar ook meer kennis over ASS bij meisjes leerkrachten kan helpen bij vroegtijdige signalering. Zolang leerkrachten niet weten hoe autisme zich bij meisjes uit, kunnen ze deze meisjes vaak niet herkennen als autistisch. Dan krijgen die meisjes ook geen passende ondersteuning bij het leren.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Suna Duysak (kennismakelaar Kennisrotonde).