Welke principes van het dalton- en freinetonderwijs zijn inzetbaar om volwassenen les te geven?

Het daltononderwijs en het freinetonderwijs delen drie principes: een eigen leerroute, praktijkgericht leren en samenwerkend leren. Deze drie principes bieden handvatten om het NT1 volwassenenonderwijs op een andere wijze te structuren. Deze werkwijze doet recht aan de niveauverschillen van de deelnemers en schept mogelijkheden om gelijkwaardige leertrajecten voor de gemêleerde groep deelnemers te organiseren. Hoewel de impact van het dalton- en freinetonderwijs niet is aangetoond, lijken deze overeenkomstige elementen inzetbaar in de volwasseneneducatie.

Gepubliceerd:

volwassenen onderwijs

Het dalton- en het freinetonderwijs komen vooral in het primair onderwijs voor. Deze vormen van traditioneel vernieuwingsonderwijs dagen leerlingen uit op een andere manier te leren. Een manier die beter aansluit bij hun interesses, mogelijkheden en behoeften.

Onderwijsprincipes daltononderwijs

Volgens de Nederlandse Dalton Vereniging is het daltononderwijs gebaseerd op vijf kernwaarden: samenwerking, vrijheid en verantwoordelijkheid, effectiviteit, zelfstandigheid en reflectie.

Lerenden en docenten werken op een gestructureerde en natuurlijke wijze samen. Ze leren van en met elkaar. De lerenden krijgen de vrijheid om keuzes te maken en op een eigen wijze werkzaamheden uit te voeren. Hierbij speelt het leren van ervaringen een belangrijke rol. Ook leren ze verantwoordelijkheid voor hun omgeving en henzelf te dragen.

Een effectieve inzet van menskracht, middelen en tijd staat centraal. Door lerenden een taak te geven die ze zelf plannen en uitvoeren, wordt het onderwijs effectiever. Hierbij is zelfsturing belangrijk. Lerenden denken na over hun gedrag en hun werk, net zoals docenten reflecteren op hun handelen en op de kwaliteit van het onderwijs.

Onderwijsprincipes freinetonderwijs

Het freinetonderwijs heeft een emancipatoir karakter. Lerenden wordt bewust gemaakt dat ze hun samenleving kunnen veranderen. Uitgangspunten zijn onderzoekend en ontdekkend leren en ervaringsgericht werken. De Vereniging voor freinetpedagogie onderscheidt drie principes: ervaringen en leervragen, burgerschapsvorming in de praktijk en leren van anderen.

De ervaringen en leervragen van de lerenden zijn uitgangspunt voor het onderwijs. De lerenden organiseren samen met de docent het klassenleven. Ze leren van ervaringen en kennis van andere lerenden, mensen en culturen. De docent zorgt ervoor dat het geleerde wordt geborgd en zorgt daarnaast voor structuur en diepte.

Overeenkomstige elementen van een leeromgeving

Het dalton- en het freinetonderwijs hanteren hun eigen principes, waarbij in elk geval drie overeenkomstige elementen van een leeromgeving centraal staan: eigen leerroute, praktijkgericht leren en samenwerkend leren. Ondanks dat de impact van beide onderwijsvormen niet direct is aangetoond, kunnen deze elementen van betekenis zijn voor de organisatie van het volwassenenonderwijs.

Eigen leerroute

Door inzet van het VUT-model (voorbereiden, uitvoeren en terugkijken) kan een individuele leerroute voor de deelnemers worden uitgezet. De docent stelt samen met de deelnemers doelen vast en geeft ze directe instructie. Vervolgens gaan de deelnemers in de eigen praktijk aan het werk. Ten slotte kijken ze terug op hun werk, ze reflecteren op wat ze hebben gedaan en wordt hun inzet beloond.

Praktijkgericht leren

Juist de praktijk is van belang bij het leren van volwassenen. Hoe meer mogelijkheden de deelnemers krijgen om het geleerde toe te passen in hun eigen praktijk, hoe beter. Daar doen ze ervaringen op en kunnen ze ontdekkend leren. Werkwijzen die hierbij passen zijn het organiseren van buitenschools taalcontact en begeleiding in de vorm van mentoring of peer support.

Samenwerkend leren

Voor taalleren is interactie belangrijk. Onder meer door samenwerkend leren kunnen volwassenen in groepen sociale en taalvaardigheden aanleren. Hierdoor verbeteren ze hun leerresultaten en mondelinge vaardigheden. Ook de motivatie van deelnemers stijgt.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde). Hij heeft hiertoe Patrick Sins (lector) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Een drietal factoren uit de leeromgeving zijn van invloed op de effectiviteit van afstandsleren voor laagopgeleide volwassenen: omgeving, begeleiding en inhoud. Positief voor commitment en zelfsturing van deze deelnemers is een leeromgeving die het mogelijk maakt het geleerde in praktijk te brengen (transfermogelijkheden). Door bijvoorbeeld buitenschools taalcontact op oefenplekken. Ook moet er goede begeleiding zijn in de vorm van mentoring of peer support. Tot slot is het belangrijk om authentieke leeractiviteiten aan te bieden, waarbij deelnemers open vaardigheden toepassen.

    Lees meer

    Interactie is belangrijk bij het leren van tweede taal. Vanwege coronamaatregelen is de groepsgrootte echter beperkt. Ook zijn niet alle deelnemers aan volwassenenonderwijs digitaal vaardig genoeg voor online onderwijs. Om hen toch in kleine groepen op anderhalf meter te laten samenwerken aan sociale- en taalvaardigheden, kunnen docenten vier interactieve werkwijzen inzetten: coöperatief leren, Team Based Learning, the Flipped Classroom en Total Physical Response Methode.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Toepassing van het vut-model maakt het mogelijk om tijdens inburgeringslessen de volwassen deelnemers een gedifferentieerde en persoonlijke aanpak te bieden. In de voorbereidingsfase stelt de docent samen met de deelnemer de leerdoelen vast. Aansluitend krijgt de deelnemer directe instructie. Vervolgens staat de praktijksituatie van de deelnemer centraal. In deze uitvoeringsfase speelt de docent een grote rol. Dit geldt ook voor de fase van terugkijken. De docent betrekt de deelnemer bij de reflectie en beloont zijn inzet.

    Lees meer