Een goede examentraining sluit aan op de lesstof en is afgestemd op de vorderingen van de leerlingen. Leraren moeten hiervoor de inhoudelijke structuur van testen en examens (her-) kennen en de vereiste prestatieniveaus moeten helder zijn. Op basis van prestaties van leerlingen op eerdere (formatieve) toetsen, kan de leraar verbanden leggen met de beschikbare leerstof en aangepaste instructies en oefeningen geven. Hierdoor ontstaat een positieve 'teaching-to-the-test'.
Het is nog te vroeg om harde conclusies te trekken over de effectiviteit van VR of AR in het onderwijs. Veel van de onderzoekers zijn echter positief en zien veel mogelijkheden voor deze nieuwe leermiddelen. De grootste uitdaging ligt in de ontwikkeling van goede educatieve inhoud en inbedding in lesprogramma’s.
Geactualiseerd: 21 december 2018
Meisjes zijn in het onderwijs meer risicomijdend en hebben meer moeite met het maken van fouten dan jongens. Als meisjes denken dat een opdracht te moeilijk voor hen is, zijn ze eerder dan jongens geneigd om op te geven. Dit geldt het sterkst voor meisjes met een hoog IQ. Het besef van eigen talent en begaafdheid helpt meisjes niet om hun faalangst te overwinnen, integendeel. Anderzijds werken meisjes, meer dan jongens, planmatig en gedisciplineerd aan hun schoolwerk. Als ze een positieve terugkoppeling krijgen op deze inzet, raken ze minder snel ontmoedigd door tegenslagen. Opvoeders en leraren kunnen meisjes helpen door ze te prijzen voor hun inzet, niet voor hun talenten.
Hyperfocus is een specifieke, intensieve vorm van aandacht. Een positief aspect van hyperfocus is dat het lijkt op ‘flow’, een hoge concentratie en betrokkenheid bij een activiteit. Aan de andere kant lijkt hyperfocus ook op perseveratie, het niet kunnen schakelen tussen verschillende activiteiten. Dit wijst op minder goed ontwikkelde executieve functies.
Geactualiseerd: 31 januari 2023
Het potlood of de pen, welke is beter voor het handschrift? Eigenlijk weten we het niet.
Een veelgehoord advies is om te beginnen met potlood en daarna over te stappen op materiaal dat gevoelig is voor de druk die wordt uitgevoerd, zoals een vulpotlood of een vulpen. Maar uit onderzoek blijkt niet dat dit resulteert in een beter handschrift.
Geactualiseerd: 28 mei 2019
Vormen van vakspecialisatie waar leerkrachten in het primair onderwijs zelf taal en rekenen geven aan een eigen groep en zich daarnaast specialiseren in de andere vakken en daarin les geven aan meer groepen, komen weinig voor. Andere vormen van specialisatie komen wel vaker voor, namelijk de inzet van vakdocenten en specialisten, soms ook van buiten de school. Vakspecialisatie wordt vooral ingezet om de prestaties van leerlingen te verbeteren. De verwachte positieve effecten blijken soms wel, soms niet op te treden.
Geactualiseerd: 2 augustus 2019
Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.
De grootte van een (resultaatverantwoordelijk) team heeft naar alle waarschijnlijkheid een negatief effect op de effectiviteit ervan. Grotere teams leiden tot motivatieverlies om maximaal te presteren. Ook kennen grotere teams meer coördinatieproblemen en is de kans op interne conflicten groter. Of een team effectief is, hangt van veel contextfactoren af, maar de ideale teamgrootte lijkt niet meer dan 10 personen te zijn.
GIS kan een positief effect hebben op het inzicht in geografische vraagstukken. Het is een manier om ruimtelijk inzicht te stimuleren en te ondersteunen. Maar positieve effecten van GIS gelden niet voor alle leerlingen. Leerlingen met een niet-westerse achtergrond profiteren bijvoorbeeld meer van GIS dan andere leerlingen. Over het algemeen geldt dat de kwantiteit, hoe vaak per week GIS wordt gebruikt, en de kwaliteit, hoe de lessen met GIS worden vormgegeven, belangrijk zijn. Essentieel is het ontwerp van de lessen met GIS. In een goed ontwerp staan complete en heldere doelen centraal. Het bevat opdrachten waarin leerlingen zelf ontdekken en verkennen. En leerlingen werken vijf keer per week aan de opdrachten en bespreken deze klassikaal.
Geactualiseerd: 8 maart 2024
Het is niet raadzaam tweelingen al vanaf het begin van de basisschool principieel in gescheiden groepen te plaatsen. Niet-gescheiden tweelingen ontwikkelen zich in de eerste schooljaren gemiddeld genomen beter dan gescheiden tweelingen. De beslissing om tweelingen wel of niet in verschillende klassen te plaatsen dient altijd in overleg met ouders te worden genomen, daarbij rekening houdend met de hechtheid tussen de tweeling en het opvoedingsproces. Rigide plaatsingsbeleid is uit den boze.