Genen én omgeving zijn van invloed op zowel de cognitieve als identiteitsontwikkeling van kinderen, ook bij tweelingen. Vaak wordt gedacht dat eeneiige tweelingen genetisch identiek zijn, maar al in de baarmoeder kunnen verschillen in de hersenen ontstaan. Hoewel de erfelijke bepaaldheid van de intelligentie toeneemt met de leeftijd, mag de invloed van de omgeving niet worden verwaarloosd. Het verschil in intelligentie bij tweelingen kan behoorlijk zijn, bijvoorbeeld bij vroege scheiding en grote verschillen in het leefmilieu.
Identiteitsontwikkeling
Meer nog dan de cognitieve ontwikkeling is de identiteitsontwikkeling een reden om tweelingen wel of niet bij elkaar te plaatsen in één klas. Hersenonderzoek laat zien dat de identiteit van kinderen, ook van tweelingen, een individuele ontwikkeling doormaakt. Het individuatieproces bij tweelingen kan langer duren dan bij broers en zussen van verschillende leeftijd, omdat ze in dezelfde leeftijdsfase zitten en samen opgroeien. Ze zijn daardoor sterk op elkaar gericht. Dit kan leiden tot een zwak zelfbeeld of een dominante rol van de een en een ondergeschikte rol van de ander. Naarmate de kinderen ouder worden nemen die problemen doorgaans af.
Het is belangrijk dat de individualiteit van een tweeling wordt bevorderd. Daarbij is afstemming op de relatie tussen de tweeling steeds de toetssteen. Wat kunnen ze aan? De bevordering van de individualiteit begint met het goed observeren van de verschillen en die verschillen in de omgang honoreren.
Tweelingen op de basisschool
Basisscholen kunnen ervoor kiezen om kinderen van een tweeling in verschillende klassen te plaatsen met als argument dat daarmee de ontwikkeling van hun identiteit en de cognitieve ontwikkeling gebaat zou zijn. De scheiding van tweelingen bevordert hun ontwikkeling echter niet. Integendeel: gescheiden tweelingen in groep 2 en 3 tonen meer internaliserend probleemgedrag (angst, onzekerheid) en ook lagere schoolprestaties dan niet-gescheiden tweelingen. In groep 8 zijn deze verschillen verdwenen. Het is onverstandig om tweelingen zo vroeg mogelijk uit elkaar te halen. Een onvoorbereide gescheiden plaatsing kan op school tot (leer)problemen leiden.
Afspraken maken
Een advies is de individualiteit van tweelingen op school geleidelijk te bevorderen. Het is raadzaam om de plaatsing per jaar en per fase te bekijken. Aan het begin van de basisschool kan worden gekeken of de tweeling, afhankelijk van hun ontwikkeling, zonder problemen bij elkaar in de klas kan worden geplaatst of scheiding beter is?
Als een tweeling het toelaat, kunnen ze al in afzonderlijke kleutergroepen worden geplaatst. Ze kunnen dan hun eigen vriendjes kiezen en ervaringen opdoen met verschillende leerkrachten. Maar kies als ouder liever geen school met een rigide plaatsingsbeleid.
Uiteindelijk weten de ouders het beste of en wanneer hun kinderen gescheiden zouden moeten worden. Het is daarom belangrijk de plaatsing van de tweeling goed te bespreken met de schoolleiding en afspraken te maken over de follow-up.
Rolverdeling
Argumenten om een tweeling wel apart te plaatsen zijn onder andere: de bevordering van de eigen persoonlijkheid, de bevordering van een goede relatie met de leerkracht, het voorkomen van een ongewenste rolverdeling bij tweelingen (actief/passief) en de bevordering van een harmonieuze relatie tussen de tweeling. Daarbij is het verstandig de kinderen emotioneel te ondersteunen om het eventuele gemis aan te kunnen. Wanneer wordt gekozen voor plaatsing in dezelfde groep, is het belangrijk dat de leraren de individualiteit van de kinderen bevorderen. Bijvoorbeeld door ze niet met elkaar te vergelijken en ze niet samen in een werkgroepje te plaatsen.
De overgang naar het voortgezet onderwijs is een ideaal moment om een tweeling uit elkaar te plaatsen. In het voortgezet onderwijs ontmoeten de kinderen verschillende leraren die ieder afzonderlijk bewust moeten omgaan met een tweeling.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Pieter Appelhof (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt, update (kennismakelaar Kennisrotonde).