Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag.
Een Geografisch informatie systeem, afgekort GIS, is beschikbaar als software (desktop GIS), zoals ArcGIS, of via het internet (webgis), zoals Google Earth en CBS in uw buurt. Bij ‘leren met GIS’ ligt de focus op het ontwikkelen van vakkennis, zoals het gebruik van digitale kaarten, en op denkvaardigheden, zoals relaties leggen tussen verschillende kaarten. Het gaat dan om inzicht in geografische vraagstukken, bijvoorbeeld verklaringen zoeken voor de bevolkingsdichtheid in verschillende kustgebieden. Geografische vraagstukken komen niet alleen voor bij aardrijkskunde, maar ook in andere vakken zoals maatschappij(leer), geschiedenis en biologie.
Vijf keer per week
Uit de onderzoeken naar de effecten op toetsen blijkt dat GIS niet eenduidig de prestaties verhoogt. Als GIS wel positieve effecten had op toetsresultaten gold dat echter niet voor elke groep in dezelfde mate. In het onderzoek van Goldstein & Alibrandi (2013) bleek GIS alleen een positief effect te hebben op de prestaties in science (in Nederland vakken als aardrijkskunde, biologie en natuurkunde) van leerlingen met een niet-westerse achtergrond.
Daarnaast bleek ook de frequentie van GIS van invloed op de prestaties in social studies (in Nederland bijvoorbeeld maatschappijleer). Leerlingen die vijf keer per week met GIS werkten, presteerden beter dan leerlingen die dit twee keer per week deden. In de lessen – dus niet in de toetsresultaten – waren wel effecten van GIS te zien: leerlingen uit de ‘GIS groep’ konden beter synthetiseren, identificeren en redeneren met betrekking tot patronen, zoals armoede, bevolkingsdichtheid, natuurrampen, geografische ligging et cetera. Anders gezegd, leerlingen konden deze patronen beter met elkaar in verband brengen, het effect hiervan op zichzelf betrekken en beredeneren wat de gevolgen ervan zijn.
Heldere leerdoelen
Volgens Favier (2014) heeft GIS ook een significant groter effect op geografische inzichten in vergelijking met conventionele lessen. In zijn onderzoek bestonden lessen met GIS uit onderzoekend leren, inclusief discussies, quizzen en opdrachten maken en presenteren. Maar het effect kan niet enkel aan GIS zelf worden toegeschreven. De vormgeving en voorbereiding van de lessen en opdrachten spelen ook een belangrijke rol. Denk daarbij aan het stellen van heldere, complete en toepasselijke leerdoelen, goede digitale middelen, goed ontwikkelde taken en een hoge kwaliteit instructie, coaching en reflectie door de leraar.
Bij het ontwerpen van onderwijs met GIS moet ook rekening worden gehouden met de competenties uit het curriculum, zoals kaartlezen, en competenties die nodig zijn bij het leren en omgaan met GIS.
Belevingswereld
Zonder (GIS) technologie blijkt hetzelfde effect bereikt te kunnen worden. Maar de (GIS) technologieën bieden meerdere mogelijkheden, waardoor het makkelijker is een goede lessenserie te ontwikkelen (Favier, 2014). Daarnaast zijn leerlingen die met GIS leren meer betrokken omdat werken met computers en lokale data beter aansluit bij hun belevingswereld.
‘Onderzoeken met’ GIS zou de meest ideale vorm zijn om dit systeem te gebruiken. Leerlingen leren zo de lesstof zelf ontdekken en verkennen, waardoor het leren verandert in analyseren en probleemoplossend leren. GIS kan probleemoplossend leren optimaal ondersteunen, door een combinatie van computeropdrachten en discussies over de geografische inhoud en onderzoekstrategieën.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Lees ook:
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Raisa Huijsmans.