Geactualiseerd: april 2024
Kinderen die in de kleuterperiode geen gericht aanbod krijgen in het aanleren van de klank-letterkoppelingen, lopen een groter risico op het ontwikkelen van leesproblemen vanaf groep 3. Fonologisch bewustzijn (kunnen omgaan met klanken) in combinatie met actieve letterkennis en woordenschat zijn de bouwstenen voor directe, vlotte woordherkenning vanaf de start van de formele leesinstructie. Om een goed begin te kunnen maken met leren lezen (coderen) in groep 3, is het noodzakelijk om hiervoor al in de kleuterperiode een stevige basis te leggen. Het aanleren van klank-letterkoppelingen in groep 2 heeft dus een positief effect op de leesresultaten van leerlingen in groep 3. Bovendien voorkomt het leesproblemen op de korte of langere termijn.
Er zijn maar twee onderzoeken gedaan naar effectieve behandelmethodes voor de combinatie van motorische articulatieproblemen en stotteren. De onderzochte groepen waren klein. Beide onderzochte behandelmethodes leverden goede resultaten op: zowel het stotteren als de articulatieproblemen verminderden. Bij deze behandelmethodes werd PROMPT niet ingezet.
Geactualiseerd: augustus 2024
De onderwijsprestaties in landen die vroeg selecteren liggen niet hoger dan in landen die later selecteren. Wel blijkt de onderwijsongelijkheid groter te zijn bij vroege selectie: de spreiding van onderwijsprestaties is groter. Ook scoren leerlingen uit lagere sociale klassen minder goed en minder leerlingen halen het minimale onderwijsniveau.
Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs, die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.
Geactualiseerd: september 2021
Principes van traumasensitief lesgeven (TSL) zijn veelbelovend voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van getraumatiseerde kinderen. Deze manier van lesgeven lijkt een positieve invloed te hebben op het gevoel van veiligheid en het welbevinden van de kinderen. En dit zijn belangrijke voorwaarden om tot leren te komen, ook het leren van een tweede taal. Systematisch onderzoek naar effecten van TSL op de taalontwikkeling van vluchtelingkinderen in Nederland is echter niet voorhanden.
Geactualiseerd: 17 augustus 2022
Jongeren in de puberteit hebben pas later op de avond behoefte aan slaap terwijl hun slaapbehoefte op ruim 9 uur per nacht blijft. Pubers willen daarom in de ochtend wat langer slapen. Doordeweeks moeten scholieren vroeg hun bed uit om op tijd te zijn voor het eerste lesuur. Bij een deel van de scholieren leidt dat tot een gebrek aan slaap, wat hun leerprestaties negatief beïnvloedt. Verschuiving van de aanvangstijd van de lessen met één uur (of meer) draagt bij aan minder te laat komen op school, minder slaperigheid overdag, meer aandacht tijdens de les en betere leerprestaties.
De meeste Nederlandse leerlingen beschikken over basale ict-vaardigheden die meestal als ‘knoppenkennis’ worden aangeduid. Die leren ze al doende. Met de meer complexe of strategische vaardigheden – op een efficiënte en doelgerichte manier informatie verzamelen om je doel te bereiken – hebben veel leerlingen moeite. Op het vmbo haalt het overgrote deel van de leerlingen deze hogere niveaus van ict-vaardigheid niet. Specifiek onderzoek naar effecten van informatievaardigheidstrainingen in het (v)mbo is er niet. Maar onderzoek in het basis-, voortgezet en hoger onderwijs laat zien dat het onderwijs informatievaardigheid kan stimuleren door te werken met hele taken, door te demonstreren en door het proces te ondersteunen.
Geactualiseerd: 16 maart 2023
Stress bij leraren beïnvloedt hun manier van lesgeven, de mate waarin ze sympathie kunnen tonen, de uitoefening van hun rol als leraar en de omgang met leerlingen. Emotioneel uitgeputte leraren zijn minder in staat om de klas effectief te managen en een kalme en gestructureerde leeromgeving te creëren. Als leraren zich minder betrokken voelen, kunnen hun leerlingen zich ook minder verbonden gaan voelen met de school, wat kan leiden tot slechtere leerresultaten.
Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maken scholen soms gebruik van de theorie van Human Dynamics. Er is echter geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing van het gedachtengoed van Human Dynamics in het onderwijs. Of het een positieve, neutrale dan wel negatieve invloed heeft op de leerresultaten van leerlingen, kan dus niet worden gezegd.
Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.