Wat is het effect van verwijzing van leerlingen naar het speciaal onderwijs en het terugverwijzen naar het regulier onderwijs op het welbevinden van leerlingen?

Bekend is dat zorgleerlingen met leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden in het regulier onderwijs, die (nog) niet zijn verwezen naar het speciaal onderwijs, een lager welbevinden hebben dan vergelijkbare leerlingen in het speciaal onderwijs. Dat komt doordat zij zich, anders dan bijvoorbeeld licht verstandelijk beperkte leerlingen, vergelijken met de ‘gemiddelde’ leerling op een reguliere school. Er zijn echter geen onderzoeksresultaten beschikbaar die iets zeggen over het effect van de overstap van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs of andersom op het welbevinden van leerlingen.

Gepubliceerd:

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Sinds de invoering van passend onderwijs daalt het aantal leerlingen in het speciaal en het voortgezet speciaal onderwijs. De beweging is vooral in het basisonderwijs te zien. Het wordt minder gebruikelijk dat leerlingen een volledige schoolloopbaan in het speciaal onderwijs doorlopen. (Terug)verwijzingen van het speciaal onderwijs naar het regulier onderwijs kwamen vóór de invoering van passend onderwijs vrij zelden voor. Sinds de invoering van passend onderwijs is er een lichte stijging in de uitstroom van speciaal naar regulier onderwijs.

Welbevinden van zorgleerlingen

Gericht onderzoek naar welbevinden van leerlingen die (recent) zijn overgestapt van een school voor speciaal onderwijs naar een school in het regulier onderwijs of andersom hebben we niet aangetroffen. Er is wel het een en ander bekend over het welbevinden van zorgleerlingen in het regulier onderwijs en in het speciaal onderwijs, zonder dat daarvan bekend is of ze recentelijk zijn overgestapt.

Er zijn nauwelijks verschillen in sociaal-emotionele kenmerken tussen zorgleerlingen en niet-zorgleerlingen in het regulier basisonderwijs. Ook tussen de zorgleerlingen in het reguliere basisonderwijs en de leerlingen in het speciaal (basis)onderwijs zijn er nauwelijks verschillen in mate van welbevinden.

Sociale vergelijking

Deze bevindingen zijn verrassend. Leerlingen met leerproblemen in het regulier onderwijs zouden een negatiever zelfbeeld kunnen krijgen dan in het speciaal onderwijs, omdat ze het gevoel hebben dat zij achterblijven bij andere leerlingen. Leerlingen die volgens de leraar in het regulier onderwijs zorgleerling zijn, scoren gemiddeld lager qua welbevinden dan leerlingen die niet als zorgleerling zijn aangemerkt.

Dat zorgleerlingen in het regulier onderwijs een negatiever beeld van zichzelf hebben, kan worden verklaard door sociale vergelijking. Kinderen relateren hun eigen competenties voor een groot deel aan hun klasgenoten. Vooral voor de kinderen met specifieke leerstoornissen of gedragsmoeilijkheden valt die vergelijking negatief uit. Zij hebben vaak een gemiddelde intelligentie en vergelijken zichzelf daarom met de ‘gemiddelde’ leerling. Het ligt anders bij een leerling met een licht verstandelijke handicap die beseft dat hij ‘anders’ is en zichzelf daarom minder met anderen vergelijkt. In het voortgezet onderwijs lijkt het mechanisme van sociale vergelijking minder een rol te spelen. Reden zou kunnen zijn dat in het voortgezet onderwijs leerlingen vaker op een schooltype zitten dat past bij hun cognitieve mogelijkheden.

Zorgleerlingen in speciaal onderwijs

Een overstap van het regulier onderwijs naar het speciaal onderwijs kunnen leerlingen als overweldigend en negatief ervaren, vooral in het basisonderwijs. Wanneer leerlingen ouder worden, wordt de overstap naar speciaal onderwijs vaker als een positieve ervaring beleefd. Toch lijken leerlingen het dan ook te betreuren dat de extra ondersteuning of de overstap naar speciaal onderwijs niet eerder heeft plaatsgevonden.

Wat wellicht een belangrijke rol gaat spelen door de invoering van passend onderwijs is de zogenoemde verdichtingsproblematiek. Wanneer meer leerlingen met een lichtere zorgbehoefte naar het regulier onderwijs gaan, blijven er relatief meer leerlingen met zwaardere problematiek achter in het speciaal onderwijs. Deze verdichting kan uiteraard effect hebben op het welbevinden van leerlingen die in het speciaal onderwijs instromen/verblijven. Daarover zijn nog geen onderzoeksresultaten bekend.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg en Anke Klein Hulse (kennismakelaars van de Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Zorgleerlingen in het basisonderwijs scoren op rekenen/wiskunde, woordenschat en technisch en begrijpend lezen lager dan leerlingen in het basisonderwijs zonder ondersteuningsbehoefte en hoger dan de leerlingen in het speciaal basisonderwijs (sbo). Zorgleerlingen lopen deze achterstand niet in; de geboekte leerwinst tussen negen en twaalf jaar is voor de drie groepen vergelijkbaar. Met twee uitzonderingen: bij technisch lezen ontwikkelen leerlingen in het sbo zich sneller dan de andere twee groepen, bij begrijpend lezen blijft de leerwinst bij zorgleerlingen in het basisonderwijs wat achter.

    Lees meer