Wat zijn effectieve manieren om in de brugklas te differentiëren bij onderwijs in de Engelse taal?

Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.

Gepubliceerd:

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Internationaal onderzoek naar differentiatie laat zien dat er positieve effecten zijn, vooral op de motivatie van leerlingen. Effecten op leeropbrengsten zijn minder duidelijk, hoewel recent Nederlands onderzoek hoopgevende resultaten laat zien. Het belang van digitale programma's bij differentiatie zal naar verwachting toenemen, vooral programma's met een diagnostische functie.

Niveauverschillen

Leraren Engels worden in de brugklas geconfronteerd met grote niveauverschillen tussen leerlingen. Een belangrijke oorzaak daarvan is de grote variatie in het onderwijsaanbod van de basisscholen. Zo kan het voortgezet onderwijs niet voortbouwen op wat op de basisschool is bereikt. Veel scholen voor voortgezet onderwijs zien zich door deze verschillen genoodzaakt uit te gaan van het laagste niveau.

De niveauverschillen binnen de klas zijn voor veel leraren Engels aanleiding om te differentiëren. De eerste keuze betreft de groeperingsvorm: homogene groepen, heterogene groepen of geïndividualiseerd onderwijs. Bij divergente differentiatie ligt het voor de hand om de subgroepen homogeen samen te stellen naar vaardigheidsniveau, omdat voor verschillende niveaus verschillende doelen worden gesteld.

Homogene groepen leiden op zich niet tot betere resultaten, wel tot grotere verschillen tussen leerlingen. Bij convergente differentiatie is dit niet wenselijk. Vooral zwakke leerlingen zijn niet gebaat bij homogene groepen, want het schaadt hun zelfvertrouwen dat ze in de ‘zwakke’ groep zitten. Bovendien kunnen ze zich niet optrekken aan leerlingen van hoger niveau.

Daarnaast hebben leerkrachten vaak lagere verwachtingen van deze groepen en stellen ze lagere doelen. Het is verstandiger om bij convergente differentiatie te kiezen voor heterogene subgroepen, waarbij leerlingen met verschillend niveau samen in een groep zitten. Relaties tussen leerlingen zijn in heterogene groepen veelal beter dan in homogene groepen. Bovendien is het voor leerlingen van bovengemiddeld niveau niet nadelig dat ze in een groep zitten met leerlingen van een lager niveau.

De meest vergaande vorm van differentiatie is geïndividualiseerd onderwijs. In theorie een ideale aanpak, in de praktijk lastig te realiseren. Deze groeperingsvorm levert minder goede resultaten op dan instructie aan de hele klas of subgroepen binnen de klas. De instructietijd per leerling neemt namelijk sterk af. De instructie kan weliswaar op maat worden gegeven, maar duurt veel korter als hij aan individuele leerlingen wordt gegeven. Vooral zwakke leerlingen zijn hiervan de dupe, omdat zij veel instructietijd nodig hebben. De inzet van ict biedt mogelijkheden om hier de effectieve instructietijd te verhogen.

Recentelijk zijn er in Nederland enkele studies verricht naar differentiëren bij het vak Engels in de brugklas. In het proefschrift  van De Kraay (2016) wordt op basis van literatuuronderzoek geconcludeerd dat differentiatie kan bevorderen dat alle leerlingen optimaal betrokken zijn bij de les en regelmatig succeservaringen hebben. Daarbij helpt het als leerlingen zelf keuzes kunnen maken met betrekking tot het onderwijs.

Om dat op een weloverwogen manier te kunnen doen, moeten leerlingen de relatie kennen tussen de lesstof en de einddoelen van het onderwijs. Zelf-assessment en formatieve evaluatie helpen daarbij. In een experimentele studie onder zes schoolklassen is een differentiatie-aanpak, gebaseerd op deze principes, in de praktijk getoetst. De resultaten zijn hoopgevend, er werden positieve effecten gevonden op de houding ten opzichte van Engels en de taalvaardigheid.

Bij een praktische aanpak van differentiatie bij Engels verdient de inzet van ICT bijzondere aandacht. Er komen nu en in de nabije toekomst digitale programma’s ter beschikking die op basis van diagnoses leerlingen en docenten extra uitleg bieden en opdrachten. Deze worden onder meer ontwikkeld binnen het Doorbraakproject Onderwijs & ICT.

Meer weten?

Lees ook het volledige rapport geformuleerd als antwoord op de vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde) en Pieter Appelhof (Oberon)


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Door de grote verscheidenheid aan leerdoelen in de volwasseneneducatie kan differentiatie bijdragen aan een hoger leerrendement. Vooral voor taal- en rekentrajecten lijken een sterke directe instructie en variatie in leermiddelen succesvolle manieren van differentiatie. De rol van de docent als expert en mentor blijft hierbij essentieel. Deelnemers zijn tevredener als ze aan een gelijkwaardige docent gekoppeld zijn. Dus een goede afstemming tussen docent en deelnemer helpt om de individuele leerdoelen te behalen.

    Lees meer