Er is een lichte aanwijzing dat leerlingen meer nieuwe woorden leren uit teksten die voor een groter deel uit bekende woorden bestaan. Tekstbegrip lijkt hierbij een rol te spelen. Als de context voldoende duidelijk is, kunnen leerlingen de betekenis van nieuwe woorden daar gemakkelijker uit afleiden. Verder helpt het als leerlingen nieuwe woorden vaker en in verschillende contexten tegenkomen. Op die manier wordt er steeds nieuwe informatie over het woord toegevoegd aan de al bestaande kennis over het woord.
Er is beperkt onderzoek beschikbaar naar de Response to Intervention-benadering (RTI) voor leerlingen in het speciaal onderwijs met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Daaruit blijkt dat RTI een passende aanpak kan zijn om het juiste ondersteuningsniveau te bepalen. Daarmee kunnen deze leerlingen hun lees - en spellingvaardigheid verbeteren. Om een interventie op maat te kunnen bieden is een taalprofiel en een foutenanalyse belangrijk; idealiter zijn daar verschillende expertises bij betrokken.
Over de effectiviteit van impliciet leren om de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis te verbeteren, is weinig bekend. Er is wel bewijs dat expliciet leren bijdraagt aan de mondelinge taalvaardigheid. Door bijvoorbeeld directe instructie en afgepaste informatie te geven, leren leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis grammatica beter. En ze kunnen grammaticaregels dan ook beter toepassen.
Om de leesvaardigheid van zwakkere lezers in het vwo te verbeteren kunnen docenten het best inzetten op een grotere woordenschat, leesmotivatie en leesstrategieën. Leerlingen verbeteren hun leesvaardigheid echter niet alleen tijdens taallessen. Daarom zouden ook docenten van andere vakken er aandacht aan moeten besteden. Om dit voor elkaar te krijgen is taalbeleid nodig dat door alle docenten wordt gedragen.
Om leerlingen meetconcepten – zoals omtrek, oppervlakte en volume – te laten begrijpen, richt de leerkracht de instructie op de verschillende aspecten van meten en de verbanden daartussen. Ook door berekeningen hiervoor visueel en tastbaar te maken, begrijpen leerlingen deze abstracte concepten beter. Begrip kun je ook vergroten door leerlingen hun denkprocessen te laten verwoorden. Dit kan door open vragen te stellen en door samen misconcepties te bespreken. Om rekenkennis te laten beklijven, zijn regelmatige herhaling, en afwisselende en gespreide oefening belangrijk.
Er is een positieve samenhang tussen de veerkracht van leerlingen en hoe veilig ze zich voelen op school. Maar het is niet duidelijk hoe de relatie precies in elkaar zit. Zorgt veerkracht voor een groter veiligheidsgevoel op school, of andersom?
Schoolleiders kunnen op verschillende manieren stimuleren dat leraren onderzoekend werken. Door het belang ervan expliciet te onderstrepen, leraren te stimuleren om onderzoeksliteratuur te gebruiken, en te zorgen voor voldoende tijd en begeleiding. Hoeveel effect de verschillende interventies hebben is nog niet goed onderzocht.
Het is niet bekend of thuistalen inzetten in de klas effect heeft op de taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van meertalige leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Onderzoeksresultaten van meertalige leerlingen zónder TOS geven in combinatie met de beschikbare kennis over TOS wel aanwijzingen voor mogelijk positieve effecten.
Het kan lastig zijn om autismespectrumstoornissen (ASS) bij meisjes te herkennen, omdat ASS zich bij hen anders uit dan bij jongens. En omdat ze problemen die ze ervaren beter verhullen. Bovendien zijn (laagdrempelige) signaleringsinstrumenten nog in ontwikkeling. Er zijn aanwijzingen dat meer kennis over ASS bij meisjes leerkrachten kan helpen bij vroegtijdige signalering en hen passende ondersteuning bij het leren aanbieden of doorverwijzen.
Leerlingen die elkaar helpen als ‘maatje’ halen betere resultaten bij vakken als taal en rekenen. Dat geldt zowel voor de helper als voor de leerling die wordt geholpen. Voorwaarde is wel dat zo’n ‘maatjesproject’ past bij het leerdoel en de leeromgeving. En dat het zorgvuldig wordt uitgevoerd en begeleid.