Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

870 resultaten

    Voor het tekstbegrip is het beter langere, informatieve teksten te lezen van papier dan van een scherm. Dit geldt in het bijzonder voor zwakkere lezers. De verklaring voor het negatieve effect van een scherm is niet duidelijk. Het lijkt erop dat schermlezers makkelijker afdwalen en hun leesprestatie op scherm overschatten. Als digitale teksten goed ontworpen zijn, met ondersteunende interactieve elementen, kunnen ze wel bijdragen aan het tekstbegrip.

    Lees meer

    Kennistoetsen zijn vooralsnog de beste methode om de kenniscomponent van sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen te meten. Voor het meten van houdingen kan de leraar leerlingen een reeks stellingen voorleggen. Of, om meer inzicht in hun gedachteprocessen te krijgen, kan de leraar open vragen stellen. Voor het meten van vaardigheden heeft het de voorkeur om leerlingen in authentieke situaties te plaatsen, maar dat kan in de praktijk vaak niet. Vaardigheden worden daarom doorgaans indirect gemeten door leerlingen een zelfinschatting te laten maken.

    Lees meer

    Mbo-studenten met ouders die een laag inkomen hebben of laagopgeleid zijn en studenten met schulden, hebben een minder grote kans op studiesucces. Ook andere kenmerken die met een lage sociaal-economische status verband kunnen houden, gaan samen met een lager studiesucces in het mbo. Het gaat dan om onder andere weinig ondersteuning en betrokkenheid ervaren van ouders, afkomstig zijn uit een eenoudergezin of zelf al kinderen hebben.

    Lees meer

    Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.

    Lees meer

    NT2-leerlingen kunnen bij de start van de basisschool moeite hebben met de uitspraak van Nederlandse klanken. Er lijkt echter geen specifieke of extra instructie of oefening nodig te zijn om de correcte uitspraak van het Nederlands aan te leren. Uitspraakfouten bij jonge kinderen verdwijnen in de loop van de tijd vanzelf, naarmate ze meer zijn blootgesteld aan de Nederlandse taal. Vooral tijdens de sensitieve fase – die loopt tot het einde van de puberteit – kunnen leerlingen een hoog beheersingsniveau behalen in de tweede taal.

    Lees meer

    Gebruik van smartphones in de klas en op school lijkt niet bij te dragen aan het welbevinden van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn aanwijzingen dat leerlingen minder direct contact met elkaar hebben, waardoor ze bepaalde communicatievaardigheden minder goed ontwikkelen.

    Lees meer

    Een schoolgebouw moet alle leerlingen voldoende bewegingsruimte bieden. Dat geldt voor gangen, klaslokalen, toiletten, trappenhuizen, aula, gymzalen en kleedkamers. Ook dienen er voor iedereen toegankelijke opbergruimten te zijn. Verder hebben leerlingen met een beperking specifieke ruimtes nodig om met maatschappelijk werkers, fysiotherapeuten of verpleegkundigen af te kunnen spreken. Het is raadzaam om leerlingen met verschillende beperkingen te betrekken bij het ontwerpen van scholen voor inclusief onderwijs.

    Lees meer

    Het is aannemelijk dat mbo-studenten zelfregulerend leren kunnen aanleren. Dat moet dan wel gebeuren in de context van het vak en via expliciete strategie-instructie. De docent legt uit, doet voor, toetst en geeft hierop feedback. Verder zijn ondersteunende en veilige leeromgevingen van belang. Zelfs als niet alle studenten volledig tot zelfregulerend leren komen, is het aan te raden om als docent aandacht te geven aan ‘leren leren’. Ook laag presterende studenten profiteren namelijk van de ondersteuning daarbij.

    Lees meer

    Plusklassen kunnen een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van zelfregulerend leren van begaafde leerlingen. Het is dan wel belangrijk dat de leerkracht expliciet de leerlingen strategieën voor zelfregulerend leren aanleert. Daarnaast is emotionele ondersteuning door begaafde medeleerlingen van belang. Dan kunnen ze elkaar motiveren om door te zetten en goed werk af te leveren. Er zijn geen aanwijzingen dat meer uren in een plusklas bijdragen aan de ontwikkeling van zelfregulerend leren.

    Lees meer

    Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.

    Lees meer