Didactische strategieën waarbij de docent het schoolvak verbindt met de buitenwereld verhogen het begrip van concepten in de bètavakken het meest. Ook van samenwerken in groepjes leren leerlingen veel. Er zijn echter grote individuele verschillen tussen leerlingen. Het leren begrijpen van natuurwetenschappelijke concepten verloopt zeer uiteenlopend, zeker als leerlingen al een eigen – (deels) onjuist – begrip van een onderwerp hebben. Om hun eigen ideeën bij te stellen, moeten ze een cognitief conflict ervaren; echt zien dat het anders zit.
Geactualiseerd: 20 september 2023
Onderzoek naar vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische didactische bekwaamheden vindt vooral plaats binnen de algemeen vormende vakken, en dan ook nog hoofdzakelijk binnen de bètavakken en wiskunde. Daardoor is niet duidelijk in hoeverre deze bekwaamheden overlappen tussen algemeen vormende en beroepsgerichte vakken. Er zijn wel aanwijzingen dat vakdidactiek niet noodzakelijkerwijs samenvalt met vakinhoudelijke kennis en dat er overlap bestaat in vakdidactische bekwaamheden bij niet-gerelateerde vakken. Maar om stevigere conclusies te trekken is meer onderzoek nodig.
Over de effectiviteit van verschillende typen co-teaching op de leerresultaten, betrokkenheid en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen is wel een en ander bekend. Maar juist over effecten van de variant duobaan ontbreken onderzoeksgegevens. De andere vormen van co-teaching verschillen wezenlijk op het punt van de verhouding tussen aantallen leraren en leerlingen. Daarom vallen de onderzoeksuitkomsten van die vormen niet te vertalen naar de variant duobaan.
De inzet van onderwijsassistenten heeft een positief effect op het werkplezier, het stressniveau en de werkdruk van leraren. Echter, hoe meer onderwijsassistenten doen, hoe minder leerlingen vooruitgaan in leerprestaties. Dit komt door de mindere kwaliteit van de instructie die onderwijsassistenten geven en door de onduidelijkheid over hun rol. Schoolleiders en leraren dienen helder te maken welke rol onderwijsassistenten hebben en de werkwijze systematisch te evalueren. Het is belangrijk leraren te scholen in hoe onderwijsassistenten hen kunnen ondersteunen, en onderwijsassistenten te trainen in het uitvoeren van interventies.
Aanleg, de thuissituatie, de school en de neuropsychologische ontwikkeling van de leerling spelen een rol bij onderpresteren. Om presteren onder een verwacht niveau in het algemeen te kunnen verklaren, is er echter nog onvoldoende duidelijk. Er is evenmin helderheid over de relatie tussen onderpresteren en gedragsproblemen. Een vroege aanpak-op-maat ligt evenwel voor de hand. Scholen en docenten bieden leerlingen dan een veilige omgeving en structuur. Docenten gaan empathisch met de leerlingen om, waarbij het welbevinden van de leerlingen extra aandacht verdient, ook van de meisjes.
De stage en de overgang naar werk zijn voor veel mbo-studenten met een ondersteuningsbehoefte een struikelblok in de opleiding. Echter, passend onderwijs kan ook in de beroepspraktijkvorming bijdragen aan de succesvolle begeleiding van die studenten. Een in de praktijk ontwikkelde en beproefde methode hiervoor is de Transitieroute. Het is een individueel maatwerktraject dat een jaar voor afstuderen begint en een jaar na afstuderen eindigt. Een gezamenlijke aanpak van betrokkenen kan leiden tot een succesvolle transitie.
Geactualiseerd: 1 februari 2023
Schrijven op het gladde oppervlak van een beeldscherm vraagt meer motorische controle. Op een scherm moeten leerlingen hun aandacht vooral houden bij het maken van de schrijfbeweging, wat ten koste gaat van letters en woorden onthouden. Letters worden vaak groter gemaakt en zijn minder goed leesbaar. Leerlingen van wie de schrijfvaardigheid nog in ontwikkeling is, hebben meer moeite met het schrijven op een tablet dan volwassenen.
Om samenwerkend leren effectief te laten zijn, is een goede interactie tussen groepsleden en een juiste didactische vormgeving essentieel. Leerkrachten moeten leerlingen voorbereiden en ondersteunen om samen te werken. Dat kunnen ze doen door leerlingen te trainen in sociale vaardigheden, de juiste taken te kiezen, leerlingen interactieregels te laten toepassen en individuele feedback te geven over interactie. Training van leerkrachten hierop kan helpen.
Geactualiseerd: 28 augustus 2023
Effectieve vormen van feedback zijn doelgericht, concreet en positief geformuleerd. Docenten moeten zich veilig voelen en zien dat de feedback aansluit op hun eigen leervragen en ontwikkelpunten. Verder moet feedback betrouwbaar en overtuigend zijn. Als aan deze voorwaarden is voldaan, kan feedback docenten motiveren tot verdere professionele ontwikkeling. Videofeedback is daarbij een veelgebruikte en effectieve methode.
Observatie van lessen aan de hand van kijkwijzers kan waardevolle input leveren voor evaluatiegesprekken met leraren. Het is echter niet vanzelfsprekend dat zij daardoor anders gaan handelen. Leraren professionaliseren als zij zich veilig voelen, zich kunnen vinden in de leervraag en invloed hebben op het proces. Over effecten van zelfgemaakte kijkwijzers zijn geen gegevens bekend.