Het is aannemelijk dat leerlingen nieuwe informatie beter kunnen onthouden als ze direct na de instructie oefenen, in plaats van later te oefenen losgekoppeld van de instructie. Bij aaneengesloten instructie en oefening is de voorkennis van leerlingen al geactiveerd en kunnen ze nieuwe leerstof direct toepassen. Dat helpt nieuwe informatie te onthouden. Om de leerstof op te slaan in het langetermijngeheugen is herhaalde oefening noodzakelijk. Er is geen onderzoek beschikbaar waarin aaneengesloten instructie en oefening versus losgekoppelde instructie en oefening met elkaar zijn vergeleken in relatie tot leerlingresultaten.
De leesvaardigheid van leerlingen in de eerste twee leerjaren van het vwo wordt grotendeels verklaard door leerlinggebonden factoren. Het gaat om intelligentie, achtergrondkennis, taalbegrip en intrinsieke motivatie. Daarnaast heeft de instructiekwaliteit van docenten grote invloed op de leesprestaties. Een effectieve didactiek met een gedifferentieerd aanbod en integratie met andere vakken bevorderen het leesbegrip van leerlingen.
Er bestaat een klein positief verband tussen prestaties van leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en deelname aan een combinatieklas, blijkt uit Noors onderzoek. Jongerejaars leerlingen in die klassen presteren namelijk iets beter. In combinatieklassen in de bovenbouw van het basisonderwijs in Nederland is er juist een klein negatief verband met leerprestaties. Hoewel combinatieklassen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) niet specifiek zijn onderzocht is het aannemelijk dat deze bevindingen daar ook kunnen gelden.
Met inhoudsgerichte vragen, open vragen of schrijfopdrachten kan de leerkracht de complexe vaardigheid begrijpend lezen bij leerlingen toetsen. Voorkennis helpt leerlingen om een tekst op een dieper niveau te kunnen begrijpen. Daarom speelt voorkennis altijd een rol bij verschillende typen toetsen voor begrijpend lezen. De leerkracht kan ervoor zorgen dat alle leerlingen een bepaalde mate van voorkennis hebben over een bepaald thema door een kennisrijk curriculum in te zetten.
Het is niet duidelijk of zwakke rekenaars die vasthouden aan eerder geleerde strategieën beter presteren dan zwakke rekenaars die overstappen op een nieuwe strategie of meer strategieën naast elkaar leren inzetten. Wel heeft de zogeheten rijgstrategie bij de rekenbewerking aftrekken voor zwakke rekenaars de voorkeur, omdat deze minder foutgevoelig is dan de splitsstrategie. Het is aannemelijk – maar niet bewezen – dat overstappen naar een effectieve strategie, zoals rijgen bij aftrekken, kan leiden tot betere rekenprestaties bij zwakke rekenaars. Onderzoek naar het aanleren van meer rekenstrategieën aan zwakke rekenaars laat wisselende resultaten zien.
Werken met thema’s vraagt om zorgvuldige keuzes waarbij samenhang belangrijk is, zowel binnen als tussen de thema’s. De thema’s moeten aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen en uitdagend, gevarieerd, betekenisvol en kennisrijk zijn. Een helder overzicht van de te bereiken ontwikkelingsdoelen en leerlijnen voor de leerlingen vormt het uitgangspunt bij de keuze van de thema’s. Of tweejaarlijks thema’s vaststellen voor groep 1 en 2 bijdraagt aan het behalen van ontwikkelingsdoelen is niet duidelijk. Die werkwijze is niet als zodanig onderzocht.
Stillezen in de klas kan bijdragen aan technische leesvaardigheid, een positieve leeshouding en meer lezen in de vrije tijd. Deze drie aspecten hangen onderling samen, aan te duiden als de positieve leesspiraal. De bewijzen voor een bijdrage van stillezen aan een van de elementen in deze leesspiraal zijn niet heel sterk. De resultaten van stillezen hangen voor een belangrijk deel af van de wijze waarop stillezen wordt uitgevoerd en van de mate waarin leerkrachten rekening houden met interesses en technische leesvaardigheden van individuele leerlingen.
Luisteren naar kinderen en hun ouders, en een professionele zorgstructuur op school dragen bij aan het succesvol terugplaatsen van leerlingen uit het speciaal onderwijs. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten hoge verwachtingen hebben van al hun leerlingen en diversiteit waarderen. Voor leerlingen die na terugplaatsing ook jeugdhulp nodig hebben, is een goede samenwerking tussen school en jeugdhulporganisaties essentieel. Er is geen onderzoek gevonden over succesvolle afronding van een schoolloopbaan na terugplaatsing in het regulier onderwijs.
Wanneer mbo-studenten inzicht verwerven in hun mediagedrag, kunnen ze leren verstandig om te gaan met hun smartphone tijdens beroepspraktijkvorming. Andere interventies zijn ze te leren wat de impact is van digitale afleiding en hoe ze die afleiding in verschillende contexten kunnen voorkomen. Het is niet bekend of een smartphoneverbod in de lessen invloed heeft op het gebruik van de smartphone op de leerwerkplek.
Met de stoplichtmethode kunnen leerkrachten gedragsregels met de kleuren rood, oranje en groen duidelijk maken in de klas. Leerlingen vertonen met die aanpak meer taakgericht en minder storend gedrag. Dit geldt voor leerlingen van verschillende leeftijden en in verschillende onderwijssettings. Het lijkt belangrijk om de stoplichtmethode zorgvuldig te introduceren en te bespreken met de leerlingen.