Leesbegrip en woordenschat hangen nauw met elkaar. Om een tekst goed te kunnen begrijpen, moeten lezers het grootste deel van de woorden kennen. Daarnaast speelt een belangrijke rol hoeveel een lezer weet van een woord. Hoe ‘dieper’ de woordenschat, hoe beter het leesbegrip.
Leesbegrip onder meer afhankelijk van intelligentie en taalbegrip
De intelligentie en het taalbegrip van leerlingen hebben grote invloed op hun leesbegrip. Leerlingen met een hogere intelligentie hebben een groter leesbegrip dan leerlingen met een lagere intelligentie. Leerlingen met een beperkt taalbegrip in het Nederlands – bijvoorbeeld leerlingen die thuis een andere taal spreken – ondervinden doorgaans moeilijkheden bij het begrijpen van teksten. Daarnaast is er een sterke relatie tussen (intrinsieke) motivatie en het leesbegrip van leerlingen. Die motivatie omvat persoonlijke factoren als nieuwsgierigheid, interesse en plezier in lezen.
Effectieve didactiek bevordert ontwikkeling leesbegrip
Docenten kunnen diverse effectieve didactieken inzetten om het leesbegrip van leerlingen van verschillende niveaus en leeftijden te stimuleren.
Activeren van achtergrondkennis
Achtergrondkennis over de inhoud van een tekst draagt bij aan beter tekstbegrip. Docenten kunnen die achtergrondkennis bij leerlingen activeren door hun vragen te stellen of hen de betekenis van wat ze hebben gelezen aan zichzelf uit te laten leggen. Ook helpt het als docenten expliciete instructie geven hoe leerlingen hun achtergrondkennis kunnen inzetten om verbanden te leggen tussen delen van een tekst.
Kennis over tekststructuren
Teksten met een vaste structuur geven meer sturing aan het verwerken en onthouden van de informatie in de tekst. Echter, om te kunnen profiteren van een duidelijke structuur (en om teksten met een minder duidelijke structuur alsnog goed te kunnen begrijpen), hebben leerlingen kennis nodig over tekststructuren en signaalwoorden. Deze kennis expliciet aanbieden leidt tot meer leesbegrip en leerlingen zijn beter in het onthouden en samenvatten van de informatie in de tekst.
Instructie in leesstrategieën
Expliciete instructie in leesstrategieën stimuleert de leesontwikkeling van leerlingen. Bijvoorbeeld door leerlingen uit te leggen hoe ze de hoofdgedachte in een tekst kunnen achterhalen en de inhoud kunnen samenvatten. Verder moeten leerlingen instructie krijgen in oriënteren op een tekst en leesdoelen stellen. Welke strategieën effectief zijn om tot beter leesbegrip te komen, is afhankelijk van het leesdoel, de tekst en de lezer.
Leesmotivatie stimuleren
Leesmotivatie verwijst naar drijfveren van een persoon om te lezen. Het omvat hier persoonlijke factoren van binnenuit (intrinsieke motivatie). Hoe hoger de leesmotivatie, hoe groter het leesbegrip en hoe groter het leesbegrip, hoe hoger de leesmotivatie. Docenten kunnen de intrinsieke motivatie van leerlingen stimuleren door leestaken te kiezen die aansluiten bij de interesse van leerlingen en hun gevoel van autonomie versterken.
Aanbod in zone van naaste ontwikkeling
Leerlingen leren het meest van teksten die net iets boven hun leesniveau liggen. Het is aan de docent om het onderwijs in leesbegrip zo te differentiëren dat elke leerling genoeg wordt uitgedaagd op zijn of haar eigen niveau om zich verder te kunnen ontwikkelen. Geschikte teksten zijn uitdagend, bevatten gevarieerd taalgebruik en zijn goed gestructureerd.
Integratie van lees- en schrijfonderwijs
Lees- en schrijfonderwijs integreren, leidt tot beter leesbegrip (en betere schrijfvaardigheid). Het is bijvoorbeeld effectief om leerlingen verschillende informatieve teksten over een onderwerp te laten lezen en ze daarover vervolgens een tekst te laten schrijven.
Vakoverstijgend leesonderwijs
Het is van belang dat ook docenten van andere vakken dan Nederlands aandacht besteden aan leesbegrip. Een effectieve aanpak is Concept Oriented Reading Instruction (CORI). In deze aanpak oefenen leerlingen leesstrategieën in betekenisvolle teksten over zaakvakthema’s. CORI bevordert zowel de leesmotivatie als het leesbegrip.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Emmi Stuij (antwoordspecialist) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).