Welke factoren hangen in de eerste twee leerjaren van het vwo samen met leesbegrip en woordenschat?

De leesvaardigheid van leerlingen in de eerste twee leerjaren van het vwo wordt grotendeels verklaard door leerlinggebonden factoren. Het gaat om intelligentie, achtergrondkennis, taalbegrip en intrinsieke motivatie. Daarnaast heeft de instructiekwaliteit van docenten grote invloed op de leesprestaties. Een effectieve didactiek met een gedifferentieerd aanbod en integratie met andere vakken bevorderen het leesbegrip van leerlingen.

Gepubliceerd:

© Ground Picture / Shutterstock Leesbegrip vwo

Leesbegrip en woordenschat hangen nauw met elkaar. Om een tekst goed te kunnen begrijpen, moeten lezers het grootste deel van de woorden kennen. Daarnaast speelt een belangrijke rol hoeveel een lezer weet van een woord. Hoe ‘dieper’ de woordenschat, hoe beter het leesbegrip.

Leesbegrip onder meer afhankelijk van intelligentie en taalbegrip

De intelligentie en het taalbegrip van leerlingen hebben grote invloed op hun leesbegrip. Leerlingen met een hogere intelligentie hebben een groter leesbegrip dan leerlingen met een lagere intelligentie. Leerlingen met een beperkt taalbegrip in het Nederlands – bijvoorbeeld leerlingen die thuis een andere taal spreken – ondervinden doorgaans moeilijkheden bij het begrijpen van teksten. Daarnaast is er een sterke relatie tussen (intrinsieke) motivatie en het  leesbegrip van leerlingen. Die motivatie omvat persoonlijke factoren als nieuwsgierigheid, interesse en plezier in lezen.

Effectieve didactiek bevordert ontwikkeling leesbegrip

Docenten kunnen diverse effectieve didactieken inzetten om het leesbegrip van leerlingen van verschillende niveaus en leeftijden te stimuleren.

Activeren van achtergrondkennis

Achtergrondkennis over de inhoud van een tekst draagt bij aan beter tekstbegrip. Docenten kunnen die achtergrondkennis bij leerlingen activeren door hun vragen te stellen of hen de betekenis van wat ze hebben gelezen aan zichzelf uit te laten leggen. Ook helpt het als docenten expliciete instructie geven hoe leerlingen hun achtergrondkennis kunnen inzetten om verbanden te leggen tussen delen van een tekst.

Kennis over tekststructuren

Teksten met een vaste structuur geven meer sturing aan het verwerken en onthouden van de informatie in de tekst. Echter, om te kunnen profiteren van een duidelijke structuur (en om teksten met een minder duidelijke structuur alsnog goed te kunnen begrijpen), hebben leerlingen kennis nodig over tekststructuren en signaalwoorden. Deze kennis expliciet aanbieden leidt tot meer leesbegrip en leerlingen zijn beter in het onthouden en samenvatten van de informatie in de tekst.

Instructie in leesstrategieën

Expliciete instructie in leesstrategieën stimuleert de leesontwikkeling van leerlingen. Bijvoorbeeld door leerlingen uit te leggen hoe ze de hoofdgedachte in een tekst kunnen achterhalen en de inhoud kunnen samenvatten. Verder moeten leerlingen instructie krijgen in oriënteren op een tekst en leesdoelen stellen. Welke strategieën effectief zijn om tot beter leesbegrip te komen, is afhankelijk van het leesdoel, de tekst en de lezer.

Leesmotivatie stimuleren

Leesmotivatie verwijst naar drijfveren van een persoon om te lezen. Het omvat hier persoonlijke factoren van binnenuit (intrinsieke motivatie). Hoe hoger de leesmotivatie, hoe groter het leesbegrip en hoe groter het leesbegrip, hoe hoger de leesmotivatie. Docenten kunnen de intrinsieke motivatie van leerlingen stimuleren door leestaken te kiezen die aansluiten bij de interesse van leerlingen en hun gevoel van autonomie versterken.

Aanbod in zone van naaste ontwikkeling

Leerlingen leren het meest van teksten die net iets boven hun leesniveau liggen. Het is aan de docent om het onderwijs in leesbegrip zo te differentiëren dat elke leerling genoeg wordt uitgedaagd op zijn of haar eigen niveau om zich verder te kunnen ontwikkelen. Geschikte teksten zijn uitdagend, bevatten gevarieerd taalgebruik en zijn goed gestructureerd.

Integratie van lees- en schrijfonderwijs

Lees- en schrijfonderwijs integreren, leidt tot beter leesbegrip (en betere schrijfvaardigheid). Het is bijvoorbeeld effectief om leerlingen verschillende informatieve teksten over een onderwerp te laten lezen en ze daarover vervolgens een tekst te laten schrijven.

Vakoverstijgend leesonderwijs

Het is van belang dat ook docenten van andere vakken dan Nederlands aandacht besteden aan leesbegrip. Een effectieve aanpak is Concept Oriented Reading Instruction (CORI). In deze aanpak oefenen leerlingen leesstrategieën in betekenisvolle teksten over zaakvakthema’s. CORI bevordert zowel de leesmotivatie als het leesbegrip.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Emmi Stuij (antwoordspecialist) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd:16 januari 2025

    Leerlingen in het voortgezet onderwijs lijken baat te hebben bij kortdurende interventieprogramma’s waarbij ze intensief oefenen met leesstrategieën of hun woordenschat uitbreiden. Dat geldt vooral voor leerlingen die moeite hebben met begrijpend lezen. Dit soort ‘snelle’ oplossingen helpen echter niet genoeg om een opgelopen achterstand in begrijpend leesniveau volledig in te halen. Zowel leerlingen met als zonder achterstand hierin hebben namelijk vaak moeite om nieuwe kennis en vaardigheden in te zetten in andere contexten. Om deze transfer te bevorderen is het van belang om onderwijs in begrijpend lezen structureel te integreren in de zaakvakken.

    Lees meer

    Taalgericht vakonderwijs bevordert de taalvaardigheid van leerlingen. Deze inhoudsgerichte benadering is effectief wanneer de docent taal en inhoud met elkaar verbindt. Verder helpt het hoge verwachtingen te hebben van leerlingprestaties en feedback te geven op het taalgebruik. Daarnaast zijn leerlingen gebaat bij interactie en samenwerking om hun taalvaardigheid te oefenen. Om taalgericht vakonderwijs op school in te voeren, is een overkoepelend en breed gedragen taalbeleid raadzaam. Daarvoor is samenwerking tussen taal- en vakdocenten nodig en professionalisering van vakdocenten.

    Lees meer