Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

14 resultaten

    Als leerlingen (langdurig) afwezig zijn doordat zij veel stress en angst ervaren rond school, wordt dit ook wel ‘schoolweigering’ genoemd. Het lijkt belangrijk om dit vroeg te signaleren, omdat terugkeren naar school moeilijker wordt naarmate leerlingen langer afwezig zijn. Bij leerlingen die een veilig schoolklimaat en positieve relaties met leraren ervaren, komt schoolweigering minder vaak voor. Pesten en eenzaamheid op school hangen er juist mee samen. Het is daarbij niet altijd duidelijk in hoeverre dit oorzaken of ook deels gevolgen zijn van schoolweigering. Bij interventies gebaseerd op cognitieve gedragstherapie oefenen leerlingen stapsgewijs met situaties die spanning oproepen, zoals naar school gaan. Dit leidt doorgaans tot verbeterde schoolaanwezigheid.

    Lees meer

    Het effect van School Wide Positive Behavior Support op hoogbegaafde leerlingen met een lage sociaal-economische status is niet specifiek onderzocht. Er zijn aanwijzingen dat hoogbegaafde leerlingen vooral graag worden betrokken bij het opstellen van regels en gedragsverwachtingen. School Wide Positive Behavior Support kan hierin voorzien, maar of dit direct leidt tot een positief leerklimaat is niet bekend.

    Lees meer

    Leerkrachten kunnen hoogbegaafdheid bij anderstalige leerlingen signaleren door te letten op non-verbale aspecten en door met ouders te praten. Als leerlingen het Nederlands wat beter beheersen, kunnen leerkrachten nagaan of en hoe leerlingen schakelen tussen hun thuistaal en het Nederlands. Daarnaast is het belangrijk om hoge verwachtingen te hebben van de leerprestaties en een veilige omgeving te bieden. Verder moeten leerkrachten rekening houden met cultuurverschillen en mogelijke traumatische ervaringen.

    Lees meer

    Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich zowel in een heterogene als homogene klas prettig voelen. Voordeel van een klas met andere hoogbegaafden is dat zij onderwijs krijgen dat beter past bij hun leerbehoeften. Het effect op het welbevinden hangt echter ook af van (onder andere) kenmerken van het kind en de lesstijl van de leraar. Het is dan ook belangrijk om individueel af te wegen in welke soort klas het kind zich het best voelt.

    Lees meer

    Leerkrachten kunnen rapportcijfers, intelligentietests, observaties en gesprekken met betrokkenen gebruiken om vast te stellen welke leerlingen in aanmerking komen voor versnellen of verrijken. Het is daarbij belangrijk om meerdere van deze informatiebronnen te gebruiken. Dan krijgen zoveel mogelijk leerlingen de kans om te mogen versnellen en verrijken, en worden er geen leerlingen over het hoofd gezien.

    Lees meer

    Om onderpresteren, gebrek aan motivatie of probleemgedrag te voorkomen moeten leerlingen met begaafdheidskenmerken al van jongs af aan een passend onderwijsaanbod krijgen. Lesmethodes en werkvormen die compacten en verrijken hebben een positief effect op motivatie, welbevinden en gedrag. Als dit onvoldoende werkt, kan versnelling uitkomst bieden of het organiseren van onderwijs in plusklassen. Daarnaast zijn er specifieke aanpakken voor het stimuleren van executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden.

    Lees meer

    Veel leraren hebben behoefte aan begeleiding om passend onderwijs te kunnen bieden aan leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften. Intern begeleiders kunnen hen helpen met handelingsgericht werken: een cyclische werkwijze die effectief is. Hoogbegaafde leerlingen zijn erbij gebaat als intern begeleiders aansturen op vroege signalering. Werken met een portfolio en een kort, verrijkt programma stimuleert ook hun ontwikkeling. Verder kunnen intern begeleiders inzetten op het wetenschappelijk onderbouwen en evalueren van nieuwe initiatieven.

    Lees meer

    Geactualiseerd: oktober 2024

    Empirisch onderzoek naar de vraag hoe (hoog)begaafde leerlingen het beste begeleid kunnen worden door de leerkracht in een reguliere groep is schaars. Wel is gebleken dat compacten, versnellen en verrijken, positieve effecten hebben op de ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ook geven experts aan dat effectief klassenmanagement met gedifferentieerde instructie en begeleiding bij zelfregulerend leren van belang zijn voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde leerlingen.

    Lees meer

    Bij het gebruik van het EDI-model gaat de instructie voor hoogbegaafde leerlingen vaak te langzaam. Als de leraar voldoende differentiatiemogelijkheden biedt, kan dit model toch goed werken bij hoogbegaafde leerlingen. Zij hebben vaak genoeg aan een zeer korte versie van de instructie en kunnen vervolgens verder werken aan verdiepende en verrijkende opdrachten. Ontdekkend leren en meer keuzevrijheid in wat ze leren, waar mogelijk in een groepje gelijkgestemden, werkt ook motiverend voor hen.

    Lees meer

    Basisschoolleerlingen die een groep overslaan hebben een leervoorsprong, maar kunnen in hun nieuwe groep – met oudere klasgenoten – een relatieve achterstand hebben. Afhankelijk van het gemak waarmee versnelde leerlingen leerstof of vaardigheden leren, hun intelligentie en de pedagogisch-didactische begeleiding door school, kunnen zij deze relatieve achterstand inlopen gedurende de basisschoolperiode. De mate waarin versnelde leerlingen relatief achterlopen ten opzichte van hun nieuwe klasgenoten en in hoeverre ze dat inhalen binnen het basisonderwijs, is niet uit onderzoek bekend.

    Lees meer