Werktevredenheid van leerkrachten lijkt vooral samen te gaan met werkomstandigheden op school en de samenstelling van het leerkrachtenteam. Eenduidige uitspraken over welke teamgrootte bijdraagt aan werktevredenheid zijn niet mogelijk, omdat onderzoek hiernaar ontbreekt. Scholen kunnen het best streven naar een goede match tussen leerkracht, team en werkomstandigheden, gericht op het beoogde onderwijs op maat.
Wanneer leerkrachten meer vrijheid krijgen om hun rooster zelf in te vullen, kan dat leiden tot meer arbeidstevredenheid, minder werkdruk en minder verzuim. Een andere verdeling van de onderwijstijd vraagt evenwel meer van scholen, zowel op organisatorisch als op didactisch gebied. De invloed van de verdeling van onderwijsuren op leerkrachten en op de schoolorganisatie is nauwelijks onderzocht. Wel is bekend dat leerkrachten het continurooster vaak als taakverzwaring ervaren, vooral door toezichttaken tussen de middag.
Leerlingen waarderen flexibele leerplekken positiever dan een traditioneel klaslokaal met rijen tafels en stoelen. Een leeromgeving met flexibel meubilair en diverse inrichtingsmogelijkheden biedt leerlingen meer bewegingsvrijheid en ruimte om te kiezen. Of door flexibele leerplekken de leerprestaties toenemen, is niet onderzocht. Positieve effecten van flexibele leerplekken zijn mede afhankelijk van de wijze waarop scholen deze inzetten en van de vaardigheid van leerkrachten om deze toe te passen in hun onderwijs.
Het herverdelen van zitplaatsen in de klas heeft invloed op de relaties tussen leerlingen. Zo gaan leerlingen die dichterbij elkaar geplaatst worden elkaar steeds aardiger vinden. En dat heeft een positief effect op het sociale klimaat. Om relaties binnen een klas te verbeteren, kan de leerkracht dus leerlingen een andere plaats in de klas geven. Over effecten van het herverdelen van complete groepen in het primair onderwijs is weinig bekend, hier is meer onderzoek naar nodig.
De ouderversie van de SDQ, een screeningsvragenlijst voor psychosociale problematiek, geeft mogelijk een vertekend beeld van het psychosociale functioneren bij kinderen van ouders met een migratieachtergrond. Waar de totaalscore een betrouwbaar signaal van eventuele psychosociale problemen laat zien, doen scores op de subschalen dat mogelijk niet. Daarnaast spelen onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal door ouders met een migratieachtergrond en de beperkte culturele diversiteit van de SDQ een rol.
Om onderpresteren, gebrek aan motivatie of probleemgedrag te voorkomen moeten leerlingen met begaafdheidskenmerken al van jongs af aan een passend onderwijsaanbod krijgen. Lesmethodes en werkvormen die compacten en verrijken hebben een positief effect op motivatie, welbevinden en gedrag. Als dit onvoldoende werkt, kan versnelling uitkomst bieden of het organiseren van onderwijs in plusklassen. Daarnaast zijn er specifieke aanpakken voor het stimuleren van executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden.
Een sociogram geeft een leraar inzicht in de sociale relaties in een klas. De nominatieprocedure wordt daarvoor het meest gebruikt. Leerlingen nomineren dan hun klasgenoten aan de hand van vragen, zoals: met wie speel je graag? Deze procedure is het betrouwbaarst wanneer leerlingen een ongelimiteerd aantal medeleerlingen mogen nomineren. Andere methoden zijn de ratingprocedure, de paarsgewijze vergelijking en de observatiemethode. Alle methoden hebben zowel voor- als nadelen.
Leerkrachten hanteren uiteenlopende definities van pesten. Ook hebben ze verschillende opvattingen. Deze opvattingen bepalen welke pestgedragingen zij waarnemen en – bewust of onbewust – tegengaan of bekrachtigen. Consistent en weloverwogen ingrijpen is vaak effectief om pestgedrag te stoppen, bij voorkeur op groepsniveau. Het effect van interventies verschilt niet tussen jongens en meisjes.
Leerprestaties van leerlingen in combinatieklassen wijken nauwelijks af van die van leerlingen uit jaargroep-klassen. Leerlingen uit combinatieklassen hebben vaker een positief zelfbeeld en meer zelfvertrouwen. Het combineren van bepaalde jaargroepen is niet slechter of beter voor leerprestaties dan het combineren van andere jaargroepen.
De persoonlijke situatie, bijvoorbeeld problemen met gezondheid, is een belangrijke reden voor beginnende leraren in het voortgezet onderwijs om binnen vijf jaar uit het onderwijs te stappen. Andere redenen hebben te maken met het beroep (bijvoorbeeld werkdruk en stress), de school (bijvoorbeeld weinig doorgroeimogelijkheden en gebrekkige communicatie) en verstoorde relaties met collega’s en leidinggevenden.