Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

65 resultaten

    Geactualiseerd: september 2021

    Er bestaan meerdere varianten van gepersonaliseerd leren. De sturing van het leren kan volledig bij de leerlingen worden gelegd, waarbij zij zelf het leerproces ter hand nemen. Maar de sturing kan ook deels of volledig door de docent worden uitgevoerd. Of leerlingen de zelfsturing aankunnen, hangt onder meer af van hun kennis, ervaring en leeftijd. Bij veel tieners is volledig zelfstandig leergedrag (nog) niet ten volle waar te maken. De hersenfuncties die voor dit leergedrag nodig zijn, zijn nog in ontwikkeling. Zelfregulatie kan wel worden bevorderd door directe instructie, door gepaste feedback, door leerlingen te inspireren en uit te dagen, en door de sturing langzaamaan aan hen over te dragen. Een motiverende rol van de docent is daarbij een noodzakelijke voorwaarde.

    Lees meer

    Een combinatie van ingedikte vaklessen in de ochtend en ’s middags ondersteunings- of verdiepingslessen heeft een positief effect op de leerprestaties van beter presterende leerlingen. Op de minder presterende leerlingen heeft deze aanpassing van het lesaanbod zonder aanvullende maatregelen een negatief effect. Vervolgens heeft dat ook een negatief effect op hun motivatie. Wanneer de vaklessen ’s morgens met directie instructie worden gegeven en de ondersteuningslessen daarop aansluiten als verlengde instructie, kunnen de minder presterende leerlingen voldoende worden gecompenseerd. Ook pre-teaching biedt mogelijkheden voor compensatie. Daarbij worden voor de minder presterende leerlingen in de middag de vaklessen voor de volgende dag voorbereid. Dat vereist wel nauwe afstemming tussen inhoud van vaklessen en ondersteuningslessen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 5 augustus 2021

    Dé mbo-student bestaat niet. Er is een grote diversiteit onder mbo’ers, onder andere in type en niveau van de vooropleiding, leeftijd, sociaal-economische status ouders, beheersing van de basisvaardigheden en ambities voor vervolgloopbaan (werk en/of doorleren). De vele verschillende mbo-opleidingen zijn ook debet aan die diverse populatie studenten. De pedagogisch-didactische aanpak afstemmen op de kenmerken van een groep of individuele studenten heeft in het algemeen een positief effect op leerprestaties en –ontwikkeling van studenten. Het is aannemelijk dat dit ook voor mbo-studenten geldt, maar nader onderzoek moet uitwijzen of dat inderdaad zo is.

    Lees meer

    Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.

    Lees meer

    Digitaal lesmateriaal biedt voordelen voor leerlingen met ADHD of ASS, omdat het structurerend is en voorspelbaar. Daardoor helpt het lesmateriaal deze kinderen om te gaan met beperkt ontwikkelde executieve functies. Bovendien heeft digitaal lesmateriaal met game-elementen een positieve invloed op de motivatie. Dat executieve functies ook verbeteren door het gebruik van digitaal lesmateriaal, is niet aangetoond. Met dat doel zijn er speciale trainingsprogramma’s ontwikkeld: Cogmed en Braingame Brian. Deze trainingen hebben voor kinderen met ADHD een positieve invloed op verschillende executieve functies, zowel op de korte als de middellange termijn. Voor kinderen met ASS is de effectiviteit niet aangetoond. Onderzoek naar de invloed van digitaal lesmateriaal op sociale competenties is niet aangetroffen.

    Lees meer

    Er zijn maar twee onderzoeken gedaan naar effectieve behandelmethodes voor de combinatie van motorische articulatieproblemen en stotteren. De onderzochte groepen waren klein. Beide onderzochte behandelmethodes leverden goede resultaten op: zowel het stotteren als de articulatieproblemen verminderden. Bij deze behandelmethodes werd PROMPT niet ingezet.

    Lees meer

    Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maken scholen soms gebruik van de theorie van Human Dynamics. Er is echter geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de toepassing van het gedachtengoed van Human Dynamics in het onderwijs. Of het een positieve, neutrale dan wel negatieve invloed heeft op de leerresultaten van leerlingen, kan dus niet worden gezegd.

    Lees meer

    Differentiëren kan op verschillende manieren. Bij convergente differentiatie wordt gestreefd naar het behalen van minimumdoelen voor alle leerlingen. Bij divergente differentiatie gelden verschillende doelen voor verschillende (groepen) leerlingen. Heterogene groepen verdienen bij convergente differentiatie de voorkeur boven homogene groepen. Vooral zwakke leerlingen hebben hier baat bij. Individualisering van het onderwijs resulteert doorgaans in afname van de instructietijd per leerling en is daarom niet wenselijk voor zwakke leerlingen.

    Lees meer

    Aspecten van gepersonaliseerd leren hebben een positief effect op leeropbrengsten, vooral zelfregulerend leren en gebruik van ict. Gepersonaliseerd leren vereist van leerlingen goede metacognitieve en zelfregulerende vaardigheden. Die vaardigheden bevorderen de motivatie van leerlingen en maken dat ze zich competenter voelen. Bovendien gaan de leerresultaten omhoog. De invoering van gepersonaliseerd leren kan het beste geleidelijk plaatsvinden. De sturing door de leerkracht neemt via gedeelde sturing af tot de uiteindelijke zelfsturing door leerlingen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 8 februari 2024

    Om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen, maakt een aantal scholen gebruik van de theorie over meervoudige intelligentie. Er zijn beperkte aanwijzingen dat aandacht voor meervoudige intelligentie gunstig werkt bij wiskunde en biologie in het voortgezet onderwijs. Naar het effect van meervoudige intelligentie op de leerresultaten in het onderwijs is weinig deugdelijk wetenschappelijk onderzoek gedaan. Of de theorie invloed heeft op de leerresultaten weten we dus niet. Er zijn andere, wél met onderzoek onderbouwde manieren om recht te doen aan verschillen tussen leerlingen.

    Lees meer