Wat zijn de effecten van een aanpassing in het lesaanbod, waarbij er 's ochtends centrale lessen worden gegeven en ’s middags ondersteuning en verdieping op de leerprestaties en de motivatie van leerlingen?

Een combinatie van ingedikte vaklessen in de ochtend en ’s middags ondersteunings- of verdiepingslessen heeft een positief effect op de leerprestaties van beter presterende leerlingen. Op de minder presterende leerlingen heeft deze aanpassing van het lesaanbod zonder aanvullende maatregelen een negatief effect. Vervolgens heeft dat ook een negatief effect op hun motivatie. Wanneer de vaklessen ’s morgens met directie instructie worden gegeven en de ondersteuningslessen daarop aansluiten als verlengde instructie, kunnen de minder presterende leerlingen voldoende worden gecompenseerd. Ook pre-teaching biedt mogelijkheden voor compensatie. Daarbij worden voor de minder presterende leerlingen in de middag de vaklessen voor de volgende dag voorbereid. Dat vereist wel nauwe afstemming tussen inhoud van vaklessen en ondersteuningslessen.

Gepubliceerd:

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Video: Animatie: Ingedikte lessen voortgezet onderwijs

Dit antwoord is geschreven voor 2020. Benieuwd naar de nieuwste inzichten? Stel de vraag opnieuw via Stel je vraag. 

Een havo/vwo-school overweegt het lesaanbod anders in te gaan richten. In de nieuwe situatie zou het aanbod bestaan uit een programma van 8.30 tot 14.30 met 5 vaklessen die verplicht, groepsgewijs en docentgestuurd zijn. In die lessen wordt de inhoud van de vakken qua snelheid en diepgang afgestemd op 60% betere leerlingen.

In het middagprogramma van 14.30 tot 16.30 worden de leerlingen verdeeld in een groep die (individueel of in groepsverband) extra ondersteuning krijgt en een groep die een facultatief verdiepingsprogramma krijgt aangeboden. Er vindt daarmee differentiatie plaats naar leerniveau/-tempo en naar interesse.

Risico

Het effect van het voorgestelde onderwijsprogramma op prestatie en motivatie verschilt voor de goed-presteerders en voor de ‘achterblijvers’. Voor de goed-presteerders zal het programma waarschijnlijk goed uitpakken. Voor de ‘achterblijvers’ schuilt hier een risico. Het tempo van de vaklessen ligt voor hen waarschijnlijk te hoog. Zij zijn dus aangewezen op compensatie daarvoor vanuit de ondersteuningslessen. Als de manier van instructie en organisatie van de vaklessen en de ondersteuning niet optimaal wordt ingericht, leidt dat vermoedelijk tot achteruitgang in hun leerprestaties.

Effectieve instructie

Het directe-instructiemodel is een combinatie van a) gezamenlijke instructie, b) begeleide inoefening, c) zelfstandige verwerking. Deze wordt voorafgegaan door een introductie en afgesloten met een evaluatie. Directe instructie is een van de meest effectieve vormen van instructie. Directe instructie blijkt vooral effectief te zijn voor leerlingen met leerachterstanden binnen de domeinen rekenen, lezen en schrijven. Maar ook voor leerlingen met een gemiddeld prestatieniveau is directe instructie een effectieve instructiemethode.

De effectiviteit van directe instructie pleit voor een combinatie van gezamenlijke instructie gevolgd door verlengde instructie voor leerlingen die behoefte hebben aan extra uitleg. Dit ondersteunt dus de plannen om vaklessen te laten volgen door steunlessen. Een verschil is dat bij directe instructie de verlengde instructie doorgaans direct volgt op de gezamenlijke instructie. Bij de voorgestelde dagindeling zit daar waarschijnlijk wat tijd tussen.

Pre-teaching

Een alternatief voor verlengde instructie is ‘pre-teaching’. Het doel van pre-teaching is om kennis te activeren die leerlingen nodig hebben de gezamenlijke instructie. Leerlingen worden voorbereid op de gezamenlijke instructie, zodat ze die zo goed mogelijk kunnen volgen.

In de voorgestelde dagindeling zou dit betekenen dat de pre-teaching plaatsvindt in de middag voorafgaand aan de gezamenlijke instructie. Vooral bij het leren van complexe kennis of vaardigheden wordt pre-teaching toegepast. Leerlingen leren de verschillende ‘bouwstenen’ van de stof, die tijdens de gezamenlijke instructie met elkaar in verband worden gebracht.

Zowel pre-teaching als re-teaching (waarvan de ondersteuningslessen een voorbeeld zijn) is effectief voor het vergroten van leeropbrengsten. Pre-teaching heeft een gunstige uitwerking op het zelfvertrouwen van leerlingen, wat weer gunstig is voor de leerprestaties. Dit stelt uiteraard eisen aan de afstemming tussen inhoud van vaklessen en ondersteuningslessen.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sjerp van der Ploeg, Christa Teurlings en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaars Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Studies naar de effecten van indeling in niveaugroepen op de motivatie van leerlingen, laten een wisselend beeld zien: positief, negatief of neutraal. De aanpak van de leraar en kenmerken van een leerling hebben echter een belangrijker invloed op de prestaties en motivatie dan de indeling in niveaugroepen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 1 november 2024

    Leerlingen betrekken bij onderwijsinterventies kan bijdragen aan hun motivatie en leerresultaten. Door de inhoud van onderwijsinterventies tussen docenten en leerlingen af te stemmen wordt het eigenaarschap van leerlingen aangesproken. Zo wordt ook een beroep gedaan op hun intrinsieke motivatie. Die motivatie heeft een gunstig effect op leerresultaten. Er zijn echter ook andere factoren van invloed. Daarom gaat de betrokkenheid van leerlingen bij interventies niet standaard gepaard met meer motivatie en betere leerresultaten.

    Lees meer

    Geactualiseerd: september 2021

    Het werken vanuit leerlijnen en leerdoelen kan onder bepaalde voorwaarden het eigenaarschap bij leerlingen versterken. Belangrijk is om samen met de leerlingen groeidoelen te formuleren, om passende instructiestrategieën te hanteren, en om leerlingen procesgerichte feedback te geven. Vaak is hiertoe op scholen een professionaliserings- en cultuuromslag nodig.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 28 juni 2024

    Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun prestaties. Niet voor alle domeinen en vakken leiden aanpassingen echter tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast een focus op cognitieve prestaties ook om de juiste begeleiding en leraren met expertise op dit terrein. De benodigde begeleiding hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen begint idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele, en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs qua inhoud, organisatie en pedagogisch-didactische begeleiding hierbij aansluit, zijn (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.

    Lees meer

    Eigenaarschap van leren is de mate waarin de leerling verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen leerproces. Om het eigenaarschap van leerlingen te versterken kun je onder meer de motivatie, betrokkenheid, zelfsturing en metacognitieve vaardigheden bevorderen. Docenten kunnen daarvoor hun eigen gedragsrepertoire verbreden, bijvoorbeeld door didactische strategieën toe te passen die zijn gericht op het gevoel van autonomie, betrokkenheid en competentie. Ook leerlingen effectieve leerstrategieën aanleren en hen ondersteunende feedback geven, zijn voorbeelden van effectief docentgedrag. Bovendien kunnen docenten de leeromgeving verrijken met bijvoorbeeld goed toegankelijke informatiebronnen, internet en andere (digitale) hulpmiddelen.

    Lees meer