Compacten, oftewel het ‘indikken’ van lesstof, gebeurt meestal voor hoogpresterende leerlingen die in de overgebleven tijd kunnen werken aan meer verdieping van de leerstof. Nu willen sommige scholen aan alle leerlingen een compact curriculum aanbieden, zodat ze ook laagpresterende leerlingen gedifferentieerde, extra ondersteuningslessen kunnen geven. Hiertegenover staat wel dat de laagpresteerders een deel van de lestijd mee moeten doen met het versnelde curriculum voor de hoogpresteerders. De vraag is welk effect dit heeft op hun motivatie en prestaties.
Effect compacting voor laagpresteerders
Verschillende theorieën wijzen uit dat de motivatie van laagpresteerders kan dalen wanneer ze alleen het compacte curriculum meekrijgen. Dat komt doordat die lessen wellicht te snel gaan en daardoor zullen laagpresteerders zelf verwachten minder succesvol te zijn en dat heeft een negatief effect op hun motivatie. Of de extra ondersteuning in de vrijgespeelde lestijd helpt om deze leerlingen meer te motiveren, is niet bekend. Wel is zeker dat goede instructie van een leraar een positief effect heeft op de motivatie. Dat kan werken als een vliegwiel: meer motivatie leidt niet alleen tot betere prestaties, maar betere prestaties leiden ook weer tot hogere motivatie.
Gevarieerde effecten van niveau-indeling op motivatie
Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag of de indeling van leerlingen naar niveau, in combinatie met het invoeren van een compact curriculum, effect heeft op hun motivatie. Uit verschillende studies komt naar voren dat de indeling in niveaugroepen zowel negatieve, neutrale, als positieve effecten kan hebben op de motivatie van laagpresteerders.
Een verklaring voor een negatief effect is dat leerlingen in de lage niveaugroepen zich bewust zijn van de lagere status van hun niveau. Het gevolg is dat hun zelfvertrouwen daalt en leerlingen zich slecht voelen over hun prestaties. Hierdoor kan een selffulfilling prophecy ontstaan: leraren hebben lage verwachtingen van laagpresteerders en hoge verwachtingen van hoogpresteerders. Die beïnvloeden het pedagogisch-didactisch handelen, waardoor verwachtingen uitkomen: de prestaties en motivatie van laagpresteerders dalen en die van hoog presteerders stijgen.
Andere studies laten geen effecten zien. Het zelfvertrouwen van laagpresteerders daalt niet per definitie als deze leerlingen op prestatieniveau worden ingedeeld. Leerlingen blijken hun prestaties vooral te vergelijken met die van groepsgenoten en niet zozeer met leerlingen die hoger presteren. Omdat het gemiddelde niveau binnen een groep van laagpresteerders lager wordt, kunnen deze leerlingen zich juist meer competent voelen.
Positieve effecten blijken uit een studie in het basisonderwijs in de VS. Het plaatsen van hoogpresteerders in aparte klassen had daar geen invloed op de verwachtingen van leraren die de overige leerlingen lesgaven. Leerlingen die normaal ondergesneeuwd werden door hoogpresteerders, kregen juist de kans om op te bloeien. Ook werden alle leraren geschoold in het lesgeven aan hoogpresteerders. Van die kwaliteiten profiteerden ook de laagpresteerders.
Prestaties en motivatie gebaat bij goede leraar
Uit ander, algemener onderzoek komen sterke aanwijzingen naar voren dat prestaties en motivatie meer afhangen van de aanpak van een leraar en kenmerken van een leerling dan van de groepsindeling. Het effect van het wel of niet indelen in prestatieniveaus is daarmee ondergeschikt aan het effect van de kwaliteit van het handelen van leraren.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Ebbo Bulder (antwoordspecialist) en Sjerp van der Ploeg (kennismakelaar Kennisrotonde)