In het algemeen geldt dat extra lestijd die wordt besteed aan rekenen en taal in het basisonderwijs bijdraagt aan de verbetering van de leerprestaties voor die vakken. Dat geldt ook voor extra lestijd in de vorm van leertijduitbreiding, dus wanneer het niet ten koste gaat van andere vakken. Voor leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond lijkt er geen positief effect van extra lestijd op hun leesniveau.
Aparte klassen organiseren voor minder sterk presterende leerlingen brengt ingrijpende risico’s met zich mee. Onbewuste stigmatisering en lage verwachtingen van leerkrachten kunnen namelijk negatieve effecten hebben voor de prestaties en het zelfbeeld van leerlingen. Om tot positieve effecten te komen is het van belang dat de school leerlingen selecteert op basis van prestaties, de prestaties regelmatig meet en selectie voor de Klusklas daarop aanpast. Verder moeten leerkrachten hoge verwachtingen hebben van leerlingen in de Klusklas en werken met een uitdagend curriculum.
Studies naar de effecten van indeling in niveaugroepen op de motivatie van leerlingen, laten een wisselend beeld zien: positief, negatief of neutraal. De aanpak van de leraar en kenmerken van een leerling hebben echter een belangrijker invloed op de prestaties en motivatie dan de indeling in niveaugroepen.
Het is voor de taalontwikkeling beter als leerlingen met een andere eerste taal dan het Nederlands direct instromen in het reguliere onderwijs. Deze NT2-leerlingen hebben minimaal vier jaar nodig om op hetzelfde niveau te komen als hun leeftijdsgenoten. In een aparte taalklas missen de leerlingen de rijke input van Nederlandstalige klasgenootjes. Het is wel nodig dat er in het reguliere onderwijs een positief, inclusief schoolklimaat heerst met ruimte voor de moedertaal. Dat geldt voor NT2-leerlingen van alle leeftijden en alle achtergronden. Belangrijk is verder dat ze langdurig en systematisch extra taalondersteuning krijgen van een NT2-specialist.
Kortere lesuren, en daarmee een vermindering van de totale instructietijd, zullen leiden tot een daling in leerprestaties voor leerlingen in havo/vwo. Het staat dus buiten kijf dat dan compenserende maatregelen nodig zijn. Er is onvoldoende informatie over welke interventies daarvoor afdoende zijn. Wel is duidelijk dat docenten de vrijgekomen tijd zouden moeten besteden aan het verbeteren van hun competenties om leerprestaties te bevorderen.
Onderwijstijdverlenging via verlengde schooldagen heeft een neutraal tot zwak positief effect op de leerprestaties (taal en rekenen) van basisschoolleerlingen. Vooral leerlingen op achterstandsscholen lijken te profiteren van deelname. Wat het optimaal aantal uren is voor de verlenging, is niet bekend. Meer uren leiden tot betere prestaties, maar waar het omslagpunt ligt, is onduidelijk. Programma’s gericht op niet-cognitieve ontwikkeling van leerlingen dragen positief bij aan het zelfbeeld van leerlingen en zorgen voor minder probleemgedrag. Daarnaast hebben leerlingen een betere band met school, minder drugsgebruik en positievere interacties met anderen.