De inzet van devices in de klas heeft de potentie om leerresultaten van basisschoolleerlingen te verbeteren. Of dat daadwerkelijk gebeurt, hangt af van de manier waarop en de context waarin devices gebruikt worden. Ook is het afhankelijk van het doel dat leerkrachten voor ogen hebben. Door de vele toepassingen die devices hebben, is er geen eenduidig overzicht van aspecten die devices in de klas effectief maken om leerresultaten te verhogen.
Wetenschappers nemen aan dat expliciete aandacht voor denkwijzen, ook wel crosscutting concepts (CCC’s) geheten, in de bètalessen belangrijk is om vakinhoud te leren en om hogere orde denkvaardigheden te versterken. Er is echter maar weinig gedegen onderzoek beschikbaar dat het effect ervan aantoont. Uit enkele kleinschalige studies is wel af te leiden dat leerlingen er baat bij hebben als docenten expliciet aandacht besteden aan denkvaardigheden of aan een specifieke denkwijze als systeemdenken.
Leerlingen zijn minder geconcentreerd tijdens het lezen van papieren boeken naarmate zij (thuis) meer tijd besteden aan devices. Ook blijkt dat meer schermtijd (thuis) samenhangt met minder concentratie. Educatieve games spelen aan het begin van de schooldag kan juist zorgen voor meer concentratie tijdens de rest van de dag. Er zijn echter weinig studies die direct onderzoeken of basisschoolleerlingen door gewenning aan feedback en beloning bij digitaal werken minder geconcentreerd en doelgericht zijn bij schriftelijk werken in de klas.
Digitale oefenprogramma’s dragen doorgaans bij aan het correct kunnen toepassen van grammaticaregels. Leerlingen lijken vooral geholpen met programma’s die directe en adaptieve feedback geven, en competitie-elementen bevatten. Ook is het bevorderlijk als leerkrachten de informatie uit digitale oefenprogramma’s gebruiken om hun grammatica-instructie aan te passen.
Een goede groepsopdracht is open en nodigt uit tot een onderzoekende houding. Het is van belang dat leerlingen elkaar nodig hebben om de opdracht tot een succesvol einde te brengen. Dat kan door een gemeenschappelijk doel te creëren of door taken te verdelen. Op die manier kan een groepsopdracht zorgen voor kennisontwikkeling en ontwikkeling van sociale vaardigheden. Leraren moeten de taakgerichte interactie tussen leerlingen wel stimuleren en ervoor zorgen dat alle groepsleden zich in gelijke mate inspannen. Dat kunnen leraren doen door te letten op de groepsgrootte en passende begeleidingsstrategieën in te zetten.
Er is sporadisch en kleinschalig onderzoek gedaan naar de effecten van het gebruik van een taxonomie en die laten wisselende resultaten zien. Daardoor is niet te zeggen wat het effect op leerresultaten is. Op zich kunnen taxonomieën leerlingen helpen omdat ze inzicht geven waar ze staan in hun leerproces. Voor docenten kan het gebruik van een taxonomie ondersteunen bij de keuze van leerdoelen, toetsvragen en leeractiviteiten.
Onderzoek maakt niet direct duidelijk of het kwaad kan of juist goed is om (powerpoint)slides te delen met leerlingen in het po en vo. De zorg dat leerlingen dan zelf geen aantekeningen meer maken kan wel gerelativeerd worden. Veel leerlingen op de middelbare school hebben sowieso moeite om zelf goede aantekeningen te maken. Zij hebben er baat bij als de docent hulpmiddelen verstrekt om goede aantekeningen te maken. Dit kunnen volledige aantekeningen zijn, een handout, aanvulaantekeningen en wellicht dus ook de slides van een presentatie.
Digitale devices zoals laptops en tablets kunnen basisschoolleerlingen helpen hun spellingvaardigheden te verbeteren. Onderzoek laat vooral positieve effecten zien van toepassingen die letters aan klanken koppelen, zoals de voorleesfunctie en spraakherkenning. Wanneer leerlingen typend leren spellen, is goed kunnen typen belangrijk voor de ontwikkeling van spellingvaardigheden. Door de automatische spellingcontrole leren leerlingen woorden correct te spellen, maar doen ze langer over een tekst schrijven. De effecten van adaptieve software zijn wisselend, al lijkt veel oefenen raadzaam.
Van een plotselinge verandering in de sociale vaardigheden of groepsdynamiek bij tienjarigen zijn geen aanwijzingen gevonden. De processen die plaatsvinden, zijn geleidelijke voortzettingen van de ontwikkeling die kinderen vanaf hun zesde jaar doormaken. Leerkrachten kunnen verschillende strategieën inzetten om groepsdynamiek te verbeteren. Een daarvan is leerlingen met verschillende vaardigheden samen te laten werken aan opdrachten, zodat zij van elkaar kunnen leren.
Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften tijdig ondersteunen kan (ergere) problemen voorkomen. Het is echter onduidelijk in welke onderwijsomgeving deze ondersteuning het beste geboden kan worden. Voor leerprestaties en socialisatie lijkt regulier onderwijs voordelen te hebben, maar voor zelfbeeld juist speciaal onderwijs. Over de timing van de verwijzing laat onderzoek wisselende resultaten zien. Amerikaans onderzoek laat zien dat leerprestaties beter zijn als leerlingen vroeger worden verwezen. Terwijl Nederlands onderzoek aantoont dat leerlingen bij latere verwijzing beter scoren op gedrag en werkhouding en ‘hogere’ schooladviezen krijgen.