In het kort
Kinderen maken in de periode van zes tot twaalf jaar een continue ontwikkeling door op sociaal en cognitief vlak. Een van de belangrijkste ontwikkelingen is toenemende interesse in leeftijdgenoten en de klas als sociale context.
Begrip voor anderen, zelfcontrole en emotieregulatie
Een van de cognitieve ontwikkelingen die kinderen doormaken, is die van Theory of Mind. Vanaf zesjarige leeftijd leren ze andermans gedrag begrijpen en de motivaties daarachter. In de jaren daarna neemt het begrip voor de acties en het perspectief van anderen toe.
Een andere ontwikkeling heeft te maken met executieve functies. Kinderen worden beter in zelfcontrole en emotieregulatie. Daardoor kunnen kinderen doelgerichter dan voorheen nieuwe contacten leggen. Emotieregulatie heeft een positieve invloed op hoe aardig leeftijdgenoten een kind vinden. Kinderen zijn steeds beter in staat om complexere en wederkerige relaties met leeftijdgenoten aan te gaan.
Geen bewijs voor plotselinge ontwikkelingen op tienjarige leeftijd
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er op tienjarige leeftijd een plotselinge ontwikkeling plaatsvindt op sociaal of cognitief vlak. Hetzelfde geldt voor de groepsdynamiek vanaf groep 6.
Het lijkt erop dat sprake is van een geleidelijke groei in sociale en cognitieve vaardigheden tussen zes en twaalf jaar. In vergelijking met zes- en achtjarigen, zien tienjarigen hun vriendschappen meer als een wederzijdse relatie waarin beide partijen zich aanpassen. Tienjarigen zijn beter in staat om het perspectief van de ander in te nemen. Ook gebruiken ze betere strategieën om vrienden te maken dan jongere kinderen.
Gedrag leerkracht heeft invloed op groepsdynamiek
Het gedrag van leerkrachten heeft eveneens invloed op de groepsdynamiek in de klas. Wanneer leerkrachten veel steun bieden aan leerlingen, blijken leerlingen elkaar meer te mogen. Daarentegen mogen leerlingen elkaar juist minder, wanneer er in de klas veel conflicten ontstaan tussen leerkracht en leerlingen. Ook vertonen leerlingen meer agressief en minder sociaal gedrag naar elkaar toe wanneer een leerkracht zichtbaar een voorkeur heeft voor leerlingen met goede schoolprestaties.
Strategieën om groepsdynamiek te verbeteren
Leerkrachten kunnen verschillende strategieën hanteren om de groepsdynamiek te verbeteren. Door goed in te spelen op de onderliggende verhoudingen in de klas kunnen zij een positieve invloed uitoefenen op de heersende groepsdynamiek. Het helpt bijvoorbeeld om leerlingen met verschillende vaardigheden samen te laten werken aan opdrachten, zodat zij van elkaar kunnen leren. Deze samenwerking stimuleert positieve sociale interacties tussen leerlingen. Vooral voor verlegen leerlingen helpt het als leerkrachten ze meer kansen geven om vrienden te maken door contacten in de klas af te wisselen.
Een andere strategie is pro-sociaal gedrag stimuleren en uitdragen. Leerkrachten benadrukken gelijkwaardige relaties tussen leerlingen en bieden leerlingen steun. Deze omgangsvormen helpen tegen agressie en kunnen leerlingen anders leren denken over klasgenoten. Verder kunnen leerkrachten via de populairste leerling de klas bereiken. Populaire leerlingen dicteren door hun positie vaak de heersende gedragsnormen in de klas.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Armaghan Efat (kennismakelaar Kennisrotonde). Zij heeft hiertoe Marielle Balledux (ontwikkelingspsycholoog en expert opgroeien en opvoeden) geconsulteerd.