Buitenspelen kan zorgen voor minder stress, betere sociale vaardigheden en meer zelfvertrouwen en veerkracht. Door kinderen vaker en langer te laten pauzeren in de open lucht en ze daarbij vrij te laten spelen, zorg je als school voor hun algehele ontwikkeling en welzijn.
Er is een positieve samenhang tussen de veerkracht van leerlingen en hoe veilig ze zich voelen op school. Maar het is niet duidelijk hoe de relatie precies in elkaar zit. Zorgt veerkracht voor een groter veiligheidsgevoel op school, of andersom?
De volgende vier meetinstrumenten zijn betrouwbaar en valide om het welbevinden van vmbo-leerlingen te monitoren: Mental Health Continuum-Short Form, Kidscreen-27, de SchoolVragenLijst en de Cantril-ladder. De eerste drie instrumenten meten meerdere dimensies van welbevinden en geven daardoor rijkere informatie. Nadeel is dat ze meer tijd kosten om af te nemen. Verder verschillen de instrumenten in de leeftijdsgroep waarvoor ze het geschiktst zijn.
Een schoolhond kan een positieve bijdrage leveren aan het sociaal-emotioneel welbevinden van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. De hond lijkt het positieve in leerlingen te versterken, zoals emotionele stabiliteit, sociaal gedrag en zelfvertrouwen. Ook kan de hond gedragsproblemen en angst verminderen. De schoolhond draagt daarnaast bij aan een positief leerklimaat en overbrugt sociale barrières.
Preventief welzijnsaanbod voor risicogroepen en studenten die aan het begin van problemen staan, kan helpen om zwaardere mentale problemen te voorkomen. Een algemeen preventief programma dat op alle studenten gericht is, heeft een kleiner effect dan specifieke aanpakken. De effectiviteit van preventieve ondersteuning hangt ook af van de inhoud van het aanbod en de betrokkenheid van studenten. Onderzoek naar effectieve communicatie over preventief aanbod ontbreekt. Wel kunnen richtlijnen voor communicatie met studenten over welzijnsaanbod in het algemeen mogelijk behulpzaam zijn.
Effecten van inclusief onderwijs op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften variëren. Die lopen uiteen van geen effecten op sociaal gedrag, zelfvertrouwen, zelfbeeld en werkhouding tot negatieve of positieve effecten. Inclusie is dan vooral negatief op zelfvertrouwen en positief voor sociale integratie. Leerlingen zonder extra ondersteuningsbehoeften worden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling over het algemeen positief beïnvloed. Inclusief onderwijs leidt dan onder andere tot meer acceptatie voor onderlinge verschillen, minder stereotype beelden en iets meer zelfvertrouwen.
Er is geen onderzoek gevonden naar effecten van feedback vragen door een leerkracht aan leerlingen en deze feedback vervolgens benutten om het pedagogisch-didactisch klasklimaat te verbeteren.
Universitaire studenten kunnen verschillende hulpbronnen inzetten om hun welzijn te verbeteren. De voornaamste zijn professionele, sociale en technologische ondersteuning, en een gezonde levensstijl. Deze hulpbronnen zorgen onder andere voor meer veerkracht. Studenten leren ook beter omgaan met problemen en ze ervaren minder stress, angst en depressie. Studenten zoeken echter nauwelijks hulp of doen dat te laat. Zij geloven niet dat het helpt, staan er negatief tegenover vanwege prestatiedruk en stigmatisering of zijn bang voor negatieve gevolgen voor hun studieresultaten.
Sense-of-belonging gaat om een gevoel van verbinding met de universitaire opleiding, docenten en medestudenten. Er is een relatie tussen dit gevoel en studentenwelzijn en studiesucces. Beperkt onderzoek geeft aanwijzingen dat je sense-of-belonging op verschillende manieren kunt versterken. Vooral activerende en verbindende didactiek en extra-curriculaire activiteiten blijken effectief. Deze elementen dragen ook bij aan een groter studiesucces.
Hoge werkdruk van docenten is een belangrijke voorspeller voor verminderd docentenwelzijn. Er zijn aanwijzingen dat goed docentenwelzijn een positief effect heeft op de kwaliteit van docent-studentrelaties in het hoger onderwijs. Het directe effect van de werkdruk van docenten in het hoger onderwijs op de kwaliteit van deze relaties is echter niet bekend. Daar is geen onderzoek naar gedaan.