Geactualiseerd: juli 2024
Voor hoogbegaafde leerlingen is verrijking van lesstof effectief. Of dat ook opgaat voor goede spellers is niet onderzocht. Wel is bekend dat het vergroten van de taalkundige kennis met aandacht voor spellingprincipes bij brugklassers effectief is. Deze aanpak maakt nu geen deel uit van het taalonderwijs op de basisschool. Het zou geschikt verdiepend aanbod kunnen zijn voor goede spellers in de bovenbouw van de basisschool. Overigens zouden ook mindere spellers baat kunnen hebben bij dit aanbod.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Zowel een functionele als een grammaticale onderwijsbenadering kan in het volwassenenonderwijs bijdragen aan het leren van een tweede taal. Aansluiting bij de behoeften van deelnemers en een leeromgeving waarin hun eigen context centraal staat, leveren goede leerresultaten op. Het gaat dan om de functionele benadering met onder meer voldoende oefenmomenten en authentieke leeractiviteiten. Expliciete instructie van grammatica werkt eveneens. Daarbij gebruiken docenten sleutelwoorden of klanken, bieden zij categorische woordenlijsten aan of zetten de methode van uitgebreid lezen in (de grammaticale benadering).
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Voor volwassen tweede taalleerders lijkt blended onderwijs ten opzichte van online onderwijs meer effect te sorteren. Wil blended onderwijs voor deze groep succesvol zijn, dan moet de docent naast expert en mentor ook een motivator zijn. Verder dienen leermaterialen en -contexten aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van de deelnemer en de leeractiviteiten betekenisvol te zijn.
Taalactiviteiten die de taalontwikkeling van kleuters in het algemeen stimuleren, zijn interactief voorlezen, mindmapping en dialogische gesprekken voeren. Leerkrachten kunnen veel van deze activiteiten voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong richten op hogere cognitieve vaardigheden. Daardoor worden deze kleuters uitgedaagd en verwerven ze nieuwe inzichten.
Bij het integreren van taal in andere vakken ligt de nadruk op lezen en schrijven. Kennis van tekstsoorten, structuren en verbanden dragen bij aan tekstbegrip en schrijven. Ook achtergrondkennis en woordenschat zorgen daarvoor. Goed tekstbegrip leidt tot meer toegang tot en opbouw van kennis in de andere vakken. De ontwikkeling op een bepaald taaldomein, bijvoorbeeld lezen, heeft ook een positief effect op andere taaldomeinen, zoals schrijven en spreken.
Of een leerkracht de afname- en beoordelingsprocedure van een dictee mag aanpassen bij dyslectische leerlingen hangt af van het doel. Als de leerkracht de leerling wil vergelijken met andere leerlingen in de klas of met een landelijke norm, zijn wijzigingen niet toegestaan. Wil de leerkracht het dictee als formatieve toets gebruiken, om de leerling verder te helpen in het leren, dan zijn wijzigingen wel mogelijk. Het verdient aanbeveling om op schoolniveau door de leerjaren heen dezelfde wijzigingen toe te passen. Alleen dan is het namelijk mogelijk om resultaten van de leerling met eerdere resultaten te vergelijken.
Begrijpend luisteren vertoont een duidelijke relatie met begrijpend lezen. De vaardigheid begrijpend luisteren in groep 1 en 2 heeft zelfs een voorspellende waarde voor het leesbegrip op latere leeftijd. Dit komt onder meer door gedeelde subvaardigheden als het maken van inferenties (leerlingen leggen verbanden tussen de tekst en hun kennis van de wereld). Het aanleren van subvaardigheden in groep 1 en 2 kan ervoor zorgen dat leerlingen deze vaardigheden ook gebruiken bij het begrijpend lezen in groep 4.
De validiteit van de eindtoets basisonderwijs is in het geding als de leerling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Vanuit de literatuur zijn geen ondergrenzen voor het taalbeheersingsniveau bekend om een eindtoets te maken. Doel van de eindtoets is echter om het referentieniveau op taal- en rekenniveau bij leerlingen in groep 8 vast te stellen. Aan het einde van de basisschool is voor taal een referentieniveau van 1F gewenst. Toetsontwikkelaars houden daar rekening mee. Daarom kun je er vanuit gaan dat bij nieuwkomers een taalbeheersingsniveau van rond 1F afdoende is om een valide meting te krijgen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Omdat methodisch lesmateriaal voor laagopgeleide volwassenen met Nederlands als moedertaal nagenoeg ontbreekt, kunnen docenten volwasseneneducatie lesmaterialen Nederlands als tweede taal gebruiken. Om de taal aan te leren moeten de docenten NT2-materiaal tot en met Niveau A2 aanreiken. Het is dan wel belangrijk om ruimte te bieden voor communicatieve vaardigheden, naast expliciete instructie voor grammatica. Dat alles afgestemd op de behoeften en mogelijkheden van de deelnemer. Ook zorgen authentieke materialen voor leerwinst en kan invoering van leren leren onafhankelijkheid van de deelnemer bewerkstelligen.
Technische leesvaardigheid en passieve woordenschat zijn, samen met begripsvaardigheden, essentiële onderdelen van het leren lezen. Die relatie is wederkerig. Zowel het aantal woorden dat een leerling kent, als wat hij weet over een woord (vorm, betekenis en gebruik) draagt bij aan het snel en accuraat leren lezen van woorden. Daarnaast kan een leerling door technisch lezen nieuwe woorden leren. En er ontstaat ruimte in het werkgeheugen van de leerling om aandacht te besteden aan de betekenis van woorden en aan tekstbegrip.