Net als leerlingen die geletterd raken, moeten volwassen ongeletterde NT2-leerders op hetzelfde niveau en in dezelfde volgorde de basisbeginselen van geletterdheid leren. Voor beide groepen geldt dat aandacht voor fonemisch bewustzijn, woordenschatontwikkeling en leesstrategieën belangrijk is bij leren lezen. Daarbij moet de instructie wel zijn afgestemd op de belevingswereld van de doelgroep. Volwassen ongeletterde NT2-leerders hebben behoefte aan expliciete en systematische instructie in een voor hen betekenisvolle context.
Er is enig bewijs dat een meertalig kind met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer baat heeft bij ondersteuning in alle talen die het spreekt dan bij ondersteuning in één taal. Aannemelijk is dat logopedisten die gespecialiseerd zijn in meertaligheid hierin uitkomst kunnen bieden. Voor een goede diagnostisering van een TOS is het van belang om een kind te testen in alle talen die het spreekt. Ook het proces van het taalleren moet in kaart worden gebracht.
Leerlingen met hardnekkige lees- en spellingproblemen, al dan niet gediagnosticeerd als dyslexie, kunnen baat hebben bij fonologische spellingbehandeling. Deze behandeling richt zich op het expliciet aanleren van de klankstructuur van woorden en strategieën om de juiste klank-tekenkoppelingen te maken. Vooral zeer zwakke spellers kunnen zodoende opklimmen tot een gemiddeld niveau.
Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.
NT2-leerlingen kunnen bij de start van de basisschool moeite hebben met de uitspraak van Nederlandse klanken. Er lijkt echter geen specifieke of extra instructie of oefening nodig te zijn om de correcte uitspraak van het Nederlands aan te leren. Uitspraakfouten bij jonge kinderen verdwijnen in de loop van de tijd vanzelf, naarmate ze meer zijn blootgesteld aan de Nederlandse taal. Vooral tijdens de sensitieve fase – die loopt tot het einde van de puberteit – kunnen leerlingen een hoog beheersingsniveau behalen in de tweede taal.
Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.
Leerlingen woorden laten overschrijven kan effectief zijn om ze te leren spellen. Het is nog effectiever wanneer de leerkracht leerlingen een visueel dictee aanbiedt. Het woord wordt eerst getoond en verdwijnt daarna, zodat de leerling de eigen spelling kan vergelijken met de juiste spellingwijze. Hierbij is het – in tegenstelling tot een traditioneel, auditief dictee – niet nodig om eerst de woorden te horen.
Om goed te kunnen spellen heeft een leerling taalkundige kennis nodig, onder andere over de structuur en betekenis van woorden. Door expliciet aandacht te besteden aan woordstructuur in de spellingdidactiek verbetert de spellingvaardigheid van leerlingen. Aandacht voor woordbetekenis heeft een positief effect op technische leesvaardigheid en aannemelijk is dat dit ook geldt voor spelling. Leerlingen blijken woorden waarvan ze de betekenis kregen uitgelegd beter te spellen.
Woorden opschrijven uit het geheugen en peer- en zelfevaluatie bevorderen de spellingvaardigheid van leerlingen. Een visuele weergave van spellingregels zou leerlingen daarbij kunnen helpen. Op veel scholen hangen dan ook spellingregels in de klas om leerlingen te ondersteunen bij het automatiseren en toepassen van de spellingregels bij spellingopdrachten. Er is echter geen onderzoek bekend naar het effect daarvan.
Interactief voorlezen op school heeft een positief effect op de woordenschat en de spreekvaardigheid van leerlingen van verschillende leeftijden. Het is aannemelijk dat dit ook voor peuters op de peuterspeelzaal geldt. Leerkrachten kunnen bijdragen aan de effectiviteit van interactief voorlezen. Bijvoorbeeld door alle leerlingen er actief bij te betrekken, verdiepende vragen te stellen, feedback te geven en het taalgebruik af te stemmen op de leerling. Onderzoek naar effecten op de denkontwikkeling van peuters ontbreekt.