Expliciete woordenschatinstructie, visuele ondersteuning en herhaalde blootstelling en oefening zijn effectief om de ontwikkeling van diepe woordkennis van leerlingen met taalproblemen te bevorderen. Voor deze doeleinden kan een woordmuur helpend zijn. Daarbij zijn een actieve inbreng van leerlingen en betekenisrelaties tussen woorden verbeelden van belang. Hoewel een woordmuur een populair hulpmiddel is om woordenschat te onderwijzen, is het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit ervan beperkt.
De leesvaardigheid van leerlingen in de eerste twee leerjaren van het vwo wordt grotendeels verklaard door leerlinggebonden factoren. Het gaat om intelligentie, achtergrondkennis, taalbegrip en intrinsieke motivatie. Daarnaast heeft de instructiekwaliteit van docenten grote invloed op de leesprestaties. Een effectieve didactiek met een gedifferentieerd aanbod en integratie met andere vakken bevorderen het leesbegrip van leerlingen.
Wanneer het taalonderwijs gebruikmaakt van de inhoud van andere vakken, heeft dat een groot, positief effect op de tweedetaalontwikkeling van studenten, zo blijkt uit internationaal onderzoek. Of dit vakgerichte taalonderwijs net zo effectief is voor de ontwikkeling van het Nederlands als eerste taal van vmbo-leerlingen is niet zeker.
Vakinhoudelijke en vakdidactische expertise van docenten hebben een positief effect op de voortgang van het leerproces van studenten. Of er verschillen zijn in taalvaardigheid van studenten die les krijgen van docenten met NT1-expertise of van docenten met NT2-expertise is niet bekend. Daar is geen onderzoek naar gedaan. Het verschil in focus tussen wat er nodig is in een NT1- en NT2-klas maakt het echter aannemelijk dat specifieke expertise over lagere orde-vaardigheden en het taalverwervingsproces bevorderlijk is voor de taalverwerving van NT2-studenten.
Een rijke taal- en woordenomgeving ondersteunt de ontwikkeling van de woordenschat en woordkennis van leerlingen. Een schoolbibliotheek inrichten draagt daar al aan bij. Verder kan de school een talige omgeving creëren door vakoverstijgend woordenschatonderwijs aan te bieden door dit te integreren in alle schoolvakken. Een effectieve manier om expliciet woordenschatonderwijs vorm te geven, is het viertaktmodel. Dat model onderscheidt vier fasen, te weten kennismaking met het nieuwe woord, betekenis geven, herhalen en controleren. Voor elk van deze fasen zijn effectieve didactische principes en werkvormen bekend.
Er is geen onderzoek bekend naar het verschil tussen schrijven of typen bij basisschoolleerlingen voor diepe informatiewerking en ook niet bij leerlingen met ernstige spellingproblemen. Bij leerlingen in het basisonderwijs speelt de mate van automatisering van typen of schrijven wel een grote rol. Als automatisering van typen (door geringe ervaring) of schrijven (bijvoorbeeld door ernstige spellingproblemen) onvoldoende tot stand is gekomen, is het voor leerlingen moeilijker om zich te focussen op relevante informatie.
Basisscholen hebben behoefte aan adequate toetsen voor NT2-leerlingen. In hoeverre leerkrachten accuraat en objectief de Nederlandse taalvaardigheid van NT2-leerlingen kunnen meten met gestandaardiseerde toetsen, is onzeker. Daar is nauwelijks onderzoek naar gedaan. Bij authentieke taaltoetsen verschillen de beoordelingen van leerkrachten over taalvaardigheden, net als de criteria die zij belangrijk achten voor hun beoordeling. Het is dus onduidelijk met welke toetsvormen leerkrachten de taalvaardigheid van NT2-leerlingen accuraat en objectief kunnen meten.
De directe invloed van NT2-docenten om de kans op werk van vluchtelingen te vergroten, is beperkt. Hun belangrijkste bijdrage zit in het versterken van de taalvaardigheid van de inburgeraars en ze mogelijkheden aanreiken om het geleerde toe te passen in de werkpraktijk. Verder kunnen de docenten iets doen aan de gezondheid van inburgeraars, door gezondheidsproblemen bij hen te signaleren en door in de lessen aandacht te besteden aan gezondheidsvaardigheden.
Rijke taal en teksten zijn authentiek en bevatten gevarieerde en laagfrequente woorden. Door deze voor te lezen en te bespreken in de klas, kunnen leerlingen hun woordenschat en tekstbegrip versterken. Ook bij wereldoriëntatie zorgt het integreren van rijke teksten voor een betere taalontwikkeling.
NT2-leerlingen hebben op school vaak meer moeite met tekstbegrip dan leerlingen met Nederlands als moedertaal. Lezen van teksten combineren met over de teksten schrijven, blijkt effectief. In hoeverre narratieve teksten schrijven bijdraagt aan tekstbegrip van informatieve teksten is niet bekend; daar is geen onderzoek naar gedaan. Een effectieve werking is echter wel aannemelijk, omdat lezen en schrijven vergelijkbare cognitieve processen omvatten én er een samenhang lijkt te zijn tussen deze vaardigheden.