Bij pictolezen ondersteunt beeldschrift het leesproces. Er zijn geen aanwijzingen voor de meerwaarde van picto’s bij het aanvankelijk leren lezen bij leerlingen met een verstandelijke beperking. Het lijkt er zelfs op dat het gebruik van picto’s tot minder goede resultaten op onder meer letterkennis, technisch lezen en spelling leidt.
Leerlingen in groep 3 kunnen het goed aan om gelijktijdig in twee talen te leren lezen en schrijven. Het kan zelfs sneller gaan dan wanneer ze beide talen na elkaar leren. Dat geldt vooral voor talen die qua klank en alfabet op elkaar lijken. Er zijn geen nadelen. Het is het effectiefst als leerlingen op jonge leeftijd starten met tweetalig spreken en ouders de ontwikkeling stimuleren van de taal die de kinderen niet op school spreken. Daarnaast moeten leerkrachten beschikken over specifieke expertise over meertaligheid.
Geïntegreerd begrijpend lees- en zaakvakonderwijs vergroot de leesmotivatie van leerlingen. Het is daarbij belangrijk dat de leerkracht de self-efficacy van de leerlingen (het vertrouwen in eigen kunnen) bevordert. Ook moet het om interessante teksten gaan die een verbinding leggen tussen het dagelijks leven en onderwerpen in de les. Met een breed aanbod kunnen leerlingen zelf keuzes maken in teksten en verwerkingsactiviteiten. Ook vrije keuze in samenwerking is cruciaal om de leesmotivatie te bevorderen.
Het aanleren van schoolse en digitale vaardigheden tijdens een alfabetiseringscursus vergroot de zelfredzaamheid van analfabete anderstalige volwassenen. Welke vaardigheden precies cruciaal zijn, is niet duidelijk; daarover zijn geen studies gevonden. Wel is er iets te zeggen over de didactiek. Om schoolse en digitale vaardigheden aan te leren, lijkt het effectief om authentieke leersituaties te creëren die aansluiten bij de leerbehoeftes van cursisten.
Thuis boeken en verhalen lezen heeft een positieve relatie met prestaties op begrijpend leestaken op school. Voor het lezen van tijdschriften is dat veelal niet of beperkt het geval. Een combinatie van leesmaterialen thuis – zoals tijdschriften en boeken – lijkt wel van meerwaarde voor het leesbegrip. Het is aannemelijk dat dit ook op school geldt. Aangezien keuzevrijheid in leesmateriaal de motivatie bevordert, zou het aanbieden van tijdschriften in de klas naast ander aanbod de leesmotivatie van leerlingen kunnen verhogen.
Vakoverstijgend onderwijs en vakkenintegratie dragen niet of nauwelijks bij aan leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Daarom is ook niets te zeggen over de manier waarop vakoverstijgend onderwijs of vakkenintegratie meer of minder effectief zou zijn voor leerprestaties.
De taalontwikkeling in de vroege kindertijd heeft invloed op de taalvaardigheid op de basisschoolleeftijd. Daarom is signalering van taalproblemen op jonge leeftijd belangrijk. Ouders kunnen dan bijvoorbeeld geholpen worden een taalrijke thuisomgeving te creëren. Op tijd spraak- en taalproblemen aanpakken verbetert de communicatievaardigheden van kinderen. Taalinterventies op jonge leeftijd kunnen daadwerkelijk voor betere taalvaardigheid, zoals lezen, zorgen. Effecten op de schrijfvaardigheid zijn niet bekend.
Leerlingen met een slecht handschrift hebben vaak problemen bij het maken van rekensommen. Dat komt doordat zij hun eigen handschrift niet goed lezen of sommen bijvoorbeeld slordig opschrijven. Als leraar kun je met aandacht voor de fijne motoriek leerlingen helpen hun handschrift te verbeteren. Vooral overschrijven van teksten en het natekenen van figuren kunnen helpen om beter te leren schrijven en dat kan waarschijnlijk de rekenprestaties verbeteren.
Droedelen heeft bij (jong)volwassenen een positief effect op het luisterbegrip en op het onthouden en het monitoren van informatie. Het is niet bekend wat het effect van droedelen is op de luistervaardigheid van basisschoolleerlingen. De verwachting is dat droedelen tijdens het voorlezen bij leerlingen in groep 5 eerder een positief dan een negatief effect zal hebben.
Meer dan tachtig procent van de leraren gebruikt een formele methode voor het leesonderwijs. Er lijken weinig verschillen te zitten tussen de leeropbrengsten van de verschillende methodes voor leesvaardigheid. Onderzoek naar wat een leesmethode nou juist zo effectief maakt, is er nauwelijks. Belangrijk voor goede leesresultaten is in ieder geval dat leraren zelf nadenken over de doelen van het leesonderwijs en dat zij een leesmethode doelgericht inzetten.