Maak studenten duidelijk waarom voor een interdisciplinaire insteek is gekozen en welke leeruitkomsten ze kunnen behalen. Dat is een van de ontwerpprincipes van interdisciplinair onderwijs in het hoger onderwijs. Daarnaast is het belangrijk de juiste mindset bij docenten en studenten te ontwikkelen en evenwicht aan te brengen tussen de te integreren disciplines. Voor het welslagen van de integratie is een veilige, neutrale en gedeelde onderwijsomgeving van belang, evenals goede handleidingen. Docenten zijn coaches en werken als team.
In een klas met leerlingen met externaliserend probleemgedrag lijkt de kans groter dat klasgenoten lagere leerresultaten halen voor rekenen en taal. Dit komt mogelijk doordat leraren meer tijd nodig hebben voor klassenmanagement, wat dan ten koste gaat van de effectieve leertijd. Of andere leerlingen nemen het externaliserend gedrag over, waardoor ze minder goed gaan presteren. Er is echter meer onderzoek nodig om beter zicht te krijgen op het effect van externaliserend gedrag en verklaringen hiervoor.
Hoewel verschillende kenmerken van startende leraren relevant lijken voor de vormgeving van hun begeleiding, is het niet goed te zeggen voor wie nou precies welk arrangement het meest geschikt is. Maatwerk in overleg met starters lijkt het beste, waarbij het belangrijk is dat de begeleiding breed en doelgericht is. Bij zij-instromers is het belangrijk om collegiaal contact te stimuleren en relevante expertise uit hun eerdere loopbaan actief te waarderen.
Studenten die beoordeeld worden aan de hand van een woordschaal (zoals ‘onvoldoende’ of ‘goed’) lijken even hard te werken als studenten die beoordeeld worden aan de hand van cijfers. Zij zijn even vaak aanwezig bij studieactiviteiten en besteden evenveel tijd aan hun studie. Wel zijn er aanwijzingen dat beoordelen met woorden andere aspecten van het studeergedrag positief beïnvloedt. Maar op studieresultaten is er geen effect; studenten die worden beoordeeld met woorden halen vergelijkbare studieresultaten als studenten die cijfers krijgen.
Studenten beoordelen met woorden in plaats van met cijfers zorgt doorgaans voor een beter welzijn van studenten. Ze ervaren minder angst, depressie en stress, en meer positieve emoties en energie. Ook zijn ze tevredener over hun studie en hun persoonlijke leven. Dit lijkt vooral zo te zijn als een woordbeoordelingsschaal bestaat uit twee categorieën, bijvoorbeeld ‘voldaan’ of ‘niet voldaan’.
Hoe meer leerlingen met externaliserend probleemgedrag er in een klas zitten, hoe groter de kans dat klasgenoten ook dergelijk gedrag gaan vertonen. Het risico is het grootst als er veel leerlingen met externaliserend gedrag in een klas zitten, en klasgenoten deze leerlingen als vriend beschouwen. Externaliserend gedrag van leerlingen vergroot ook de kans op internaliserend gedrag bij klasgenoten, zoals terugtrekken en neerslachtigheid. Voor leerlingen met externaliserend gedrag kan het juist positief uitpakken als zij in de klas zitten met klasgenoten zonder dit gedrag.
Directe individuele feedback tijdens het maken van een opdracht is effectief om leerlingen kennis en vaardigheden aan te leren. Een leerkracht kan echter telkens maar één leerling feedback geven. Digitale tutors zorgen voor gelijktijdige directe individuele feedback voor alle leerlingen. Als digitale tutors adaptief reageren op elke stap die een leerling neemt in een opdracht werken ze even goed of beter dan feedback in klassikale omgevingen. Dit geldt voor afgebakende en goed gestructureerde kennis- en vaardigheidsdomeinen.
Er is geen onderzoek gevonden naar effecten van feedback vragen door een leerkracht aan leerlingen en deze feedback vervolgens benutten om het pedagogisch-didactisch klasklimaat te verbeteren.
De vijfvingertest is een methode om leerlingen zelf te laten beoordelen of het boek dat zij kiezen, aansluit bij hun leesvaardigheidsniveau. Leerkrachten en bibliotheekmedewerkers zetten de vijfvingertest regelmatig in. Omdat onderzoek naar het effect van de vijfvingertest ontbreekt, kunnen er geen uitspraken gedaan worden over de geschiktheid van de methode.
Verschillende factoren dragen bij aan een voor leerlingen succesvolle overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Belangrijk is dat leerlingen zich thuis voelen op de middelbare school. Daarnaast gaat het om werken aan relaties tussen leerlingen en leraren en aandacht hebben voor relaties tussen leerlingen onderling. Maar ook een doorlopende pedagogisch-didactische lijn uitzetten en ouders bij het proces betrekken.