Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

248 resultaten

    Wanneer het taalonderwijs gebruikmaakt van de inhoud van andere vakken, heeft dat een groot, positief effect op de tweedetaalontwikkeling van studenten, zo blijkt uit internationaal onderzoek. Of dit vakgerichte taalonderwijs net zo effectief is voor de ontwikkeling van het Nederlands als eerste taal van vmbo-leerlingen is niet zeker.

    Lees meer

    De vorm van aanvulaantekeningen heeft waarschijnlijk invloed op hoe goed leerlingen de stof verwerken als ze aantekeningen maken. Het is echter niet duidelijk welke vorm wanneer het meest geschikt is voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het lijkt uit te maken hoe complex de informatie is die leerlingen moeten leren en welke vaardigheden ze moeten gebruiken. Het meest geschikt voor complexe informatie is een matrix of een andere vorm waarin relaties tussen onderwerpen worden gelegd. Zo’n ordenende vorm zorgt ook voor betere leerresultaten bij leerlingen die moeite hebben om zelf informatie te structureren.

    Lees meer

    De inzet van leesstrategieën lijkt in zijn algemeenheid een positief effect op het leesbegrip van leerlingen te hebben. Maar het is niet duidelijk welke leesstrategieën het beste werken bij welke leerlingen en in welke omstandigheden. Het is zelfs zo dat resultaten op gestandaardiseerde toetsen zeer kleine effecten of geen effect laten zien. Mogelijk vinden leerlingen het lastig om de transfer van geoefende strategieën naar toetsing te maken. Betrouwbare uitspraken over welke leesstrategieën effectief kunnen zijn om specifiek de Engelse leesvaardigheid op het vmbo te verbeteren, zijn niet te doen.

    Lees meer

    In een klas met leerlingen met externaliserend probleemgedrag lijkt de kans groter dat klasgenoten lagere leerresultaten halen voor rekenen en taal. Dit komt mogelijk doordat leraren meer tijd nodig hebben voor klassenmanagement, wat dan ten koste gaat van de effectieve leertijd. Of andere leerlingen nemen het externaliserend gedrag over, waardoor ze minder goed gaan presteren. Er is echter meer onderzoek nodig om beter zicht te krijgen op het effect van externaliserend gedrag en verklaringen hiervoor.

    Lees meer

    Het is (nog) niet bekend welke didactische aanpak bij de inzet van AI-schrijftools, zoals ChatGPT en Copilot, effectief is voor de ontwikkeling van de schrijfvaardigheid van mbo-studenten. AI-schrijftools zijn zo nieuw, dat er nog geen grootschalige effectstudies zijn uitgevoerd. Bovendien komen er regelmatig nieuwere, verbeterde versies van de tools beschikbaar. Waar wel voldoende kennis over is zijn de eigenschappen van AI-schrijftools en de mogelijke consequenties daarvan in het onderwijs. Deze kennis zou logischerwijs onderdeel moeten zijn van het didactisch repertoire van docenten en de competenties van studenten.

    Lees meer

    Hoewel verschillende kenmerken van startende leraren relevant lijken voor de vormgeving van hun begeleiding, is het niet goed te zeggen voor wie nou precies welk arrangement het meest geschikt is. Maatwerk in overleg met starters lijkt het beste, waarbij het belangrijk is dat de begeleiding breed en doelgericht is. Bij zij-instromers is het belangrijk om collegiaal contact te stimuleren en relevante expertise uit hun eerdere loopbaan actief te waarderen.

    Lees meer

    In het voortgezet onderwijs blijkt er geen relatie te zijn tussen het aantal toetsen dat leerlingen moeten maken en hun ervaren toetsdruk of toetsstress. Dit sluit aan bij bevindingen in het hoger onderwijs, waar die relatie evenmin wordt gevonden. Andere factoren zoals geslacht, migratieachtergrond, onderwijstype of prestatiecultuur spelen een grotere rol in de ervaren toetsdruk dan het aantal toetsen.

    Lees meer

    Hoe meer leerlingen met externaliserend probleemgedrag er in een klas zitten, hoe groter de kans dat klasgenoten ook dergelijk gedrag gaan vertonen. Het risico is het grootst als er veel leerlingen met externaliserend gedrag in een klas zitten, en klasgenoten deze leerlingen als vriend beschouwen. Externaliserend gedrag van leerlingen vergroot ook de kans op internaliserend gedrag bij klasgenoten, zoals terugtrekken en neerslachtigheid. Voor leerlingen met externaliserend gedrag kan het juist positief uitpakken als zij in de klas zitten met klasgenoten zonder dit gedrag.

    Lees meer

    In het regulier onderwijs is het raadzaam met maximaal drie niveaugroepen te werken. Dat is in het speciaal basisonderwijs een uitdaging, want daar zijn de verschillen tussen leerlingen vaak fors. Een flexibele benadering, waarbij de leerkracht regelmatig de groepssamenstelling herziet op basis van de individuele ontwikkeling van de leerlingen, is effectief. Als sbo-scholen gerichte extra ondersteuning in het leesonderwijs willen geven, moet er eerst goed zicht zijn op de aard van de leerachterstand of de leesproblemen. Voor het rekenonderwijs geldt in grote lijnen hetzelfde, al is dat niet in het speciaal basisonderwijs onderzocht.

    Lees meer

    Klaslokaalkenmerken, zoals temperatuur en licht, beïnvloeden de cognitieve ontwikkeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het lijkt er wel op dat deze leerlingen minder gevoelig zijn voor bepaalde omgevingsprikkels dan leerlingen in het basisonderwijs. Klaslokalen op middelbare scholen zijn meestal ingericht voor specifieke vakgebieden. Leerlingen wisselen vaak elk lesuur van lokaal en ondervinden daarom meer variatie in hun fysieke leeromgeving. Of dat van betekenis is voor hun ontwikkeling is niet bekend.

    Lees meer