Sommige leerlingen die Nederlands als tweede taal leren (NT2-leerlingen) spreken niet veel in het Nederlands, en oefenen daardoor weinig. Dat kan bijvoorbeeld komen door angst om in een andere taal te spreken of door cultuurverschillen. Er is nauwelijks onderzoek gedaan naar de spreekvaardigheid van stillere NT2-leerlingen. Algemenere aanbevelingen om spreekvaardigheid te bevorderen gelden mogelijk ook voor deze groep. Zo dienen leraren een veilig spreekklimaat in de klas te creëren. Daarnaast kunnen leraren zorgen dat alle leerlingen veel mogelijkheden krijgen om te spreken en hun veel feedback geven.
Schoolleiders kunnen op verschillende manieren stimuleren dat leraren onderzoekend werken. Door het belang ervan expliciet te onderstrepen, leraren te stimuleren om onderzoeksliteratuur te gebruiken, en te zorgen voor voldoende tijd en begeleiding. Hoeveel effect de verschillende interventies hebben is nog niet goed onderzocht.
Er is een positieve samenhang tussen de veerkracht van leerlingen en hoe veilig ze zich voelen op school. Maar het is niet duidelijk hoe de relatie precies in elkaar zit. Zorgt veerkracht voor een groter veiligheidsgevoel op school, of andersom?
Om de leesvaardigheid van zwakkere lezers in het vwo te verbeteren kunnen docenten het best inzetten op een grotere woordenschat, leesmotivatie en leesstrategieën. Leerlingen verbeteren hun leesvaardigheid echter niet alleen tijdens taallessen. Daarom zouden ook docenten van andere vakken er aandacht aan moeten besteden. Om dit voor elkaar te krijgen is taalbeleid nodig dat door alle docenten wordt gedragen.
Over de directe invloed van de eigen leefomgeving van middelbare scholieren op hun onderwijsprestaties is weinig bekend. Wel zijn er aanwijzingen dat er een positieve relatie bestaat tussen onderwijsprogramma’s waarin de leefomgeving van leerlingen centraal staat en leerprestaties. Deze programma’s leggen bewust de verbinding tussen de leefwereld binnen en buiten de school.
Het vertrek van leerkrachten en nieuwe leerkrachten aannemen op een basisschool heeft een negatief effect op de leerprestaties voor taal en rekenen. Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met de tijdelijke verstoring die personeelswisselingen met zich meebrengen. Nieuwe leerkrachten moeten zich inwerken in een bestaand team en een bestaande organisatie. Ook in het voortgezet onderwijs blijkt dat het verloop onder leraren de leerprestaties van leerlingen nadelig kan beïnvloeden.
De leesvaardigheid van leerlingen in de eerste twee leerjaren van het vwo wordt grotendeels verklaard door leerlinggebonden factoren. Het gaat om intelligentie, achtergrondkennis, taalbegrip en intrinsieke motivatie. Daarnaast heeft de instructiekwaliteit van docenten grote invloed op de leesprestaties. Een effectieve didactiek met een gedifferentieerd aanbod en integratie met andere vakken bevorderen het leesbegrip van leerlingen.
De volgende vier meetinstrumenten zijn betrouwbaar en valide om het welbevinden van vmbo-leerlingen te monitoren: Mental Health Continuum-Short Form, Kidscreen-27, de SchoolVragenLijst en de Cantril-ladder. De eerste drie instrumenten meten meerdere dimensies van welbevinden en geven daardoor rijkere informatie. Nadeel is dat ze meer tijd kosten om af te nemen. Verder verschillen de instrumenten in de leeftijdsgroep waarvoor ze het geschiktst zijn.
Wanneer leerlingen in het praktijkonderwijs problemen hebben met technisch lezen, kan gelijktijdig luisteren naar de tekst het begrip van de te lezen tekst vergroten. Dit blijkt voor zowel narratieve als informatieve teksten het geval te zijn. Bij goede lezers is luisteren tijdens het lezen alleen voordelig voor het tekstbegrip als zij geen invloed hebben op het lees- en luistertempo. In de lespraktijk bepalen de leerlingen echter zelf het leestempo.
Leerlingen met een midden- of hogere sociaal-economische status en gesteund door hun ouders, lopen minder risico op uitval in het mbo. Realistische verwachtingen over de opleiding en toekomstige beroepen vergroten de kans op een goede studievoortgang. Aandacht voor loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het voortgezet onderwijs helpt leerlingen om weloverwogen studiekeuzes te maken. De inzet van registratiesystemen voor vroegsignalering kunnen mogelijk uitval voorkomen. Dat zijn factoren die bijdragen aan een succesvolle aansluiting vmbo-mbo en intrede in het mbo. Specifiek onderzoek naar de overstap van havo naar mbo ontbreekt.