Wat is de relatie tussen de leefomgeving van leerlingen en onderwijsprestaties in het voortgezet onderwijs?

Over de directe invloed van de eigen leefomgeving van middelbare scholieren op hun onderwijsprestaties is weinig bekend. Wel zijn er aanwijzingen dat er een positieve relatie bestaat tussen onderwijsprogramma’s waarin de leefomgeving van leerlingen centraal staat en leerprestaties. Deze programma’s leggen bewust de verbinding tussen de leefwereld binnen en buiten de school.

Gepubliceerd:

© Ground Picture / Shutterstock leefomgeving leerlingen po

De leefomgeving is de wereld waarin iemand vrijwel dagelijks verkeert voor school of werk, winkelen en recreatie.

Leerlingen leren ook in andere omgevingen dan school

Leerlingen bewegen zich tussen verschillende leefwerelden, zowel binnen als buiten school. Ze leggen hier steeds verbindingen tussen, en leren op formele en informele wijze. Wanneer de verschillende leefwerelden consistent zijn met elkaar, ervaren leerlingen continuïteit in hun leerproces. Is dat niet het geval dan is er sprake van discontinuïteit in het leerproces. Er zijn hierbij vier typen verbindingen tussen binnen- en buitenschools leren te onderscheiden.

Vanzelfsprekende continuïteit. Daarbij lijkt verbinding leggen moeiteloos te gaan. Bijvoorbeeld bij vergelijkbare activiteiten die leerlingen op school en in hun vrije tijd doen.

Ontbrekende continuïteit. Een vorm van discontinuïteit waarbij leerlingen moeite hebben met verbindingen leggen. Bijvoorbeeld wanneer de schoolomgeving en de thuisomgeving structureel of cultureel van elkaar afwijken.

Kansrijke continuïteit. De inzet van een krachtige buitenschoolse setting verrijkt het schoolse leren. Leerlingen nemen bijvoorbeeld spullen van thuis mee naar school of bezoeken een museum.

Bewuste discontinuïteit. Hierbij worden de binnen- en buitenschoolse werelden expres gescheiden. Bijvoorbeeld gymlessen loskoppelen van ‘echte’ sportprestaties.

De leefomgeving als mogelijke leercontext

Als het gaat om de invloed van de leefomgeving op onderwijsprestaties lijkt kansrijke continuïteit de veelbelovendste vorm van verbinding te zijn. Leraren kunnen de leefomgeving van leerlingen bewust centraal stellen in hun onderwijs. Niet als doel op zich, maar als context om begrippen, concepten en vaardigheden te verhelderen en te oefenen. Een bekende vorm is omgevingsonderwijs. Dit leent zich vooral voor zaakvakken als geschiedenis, aardrijkskunde en biologie. Leerlingen kunnen bijvoorbeeld hun eigen woonomgeving vergelijken met een omgeving elders in de stad of in een ander land. Maar ook exacte vakken, talen en beeldende vorming lenen zich er goed voor. Bijvoorbeeld door aandacht te geven aan het plaatselijke dialect of door een kunstmuseum te bezoeken.

Relatie tussen de leefomgeving en onderwijsprestaties

Het is niet bekend of de eigen leefomgeving van middelbare scholieren ‘onbedoeld’ van invloed is op hun onderwijsprestaties. Er is namelijk geen onderzoek gedaan naar de directe invloed van de leefomgeving op onderwijsprestaties. Er is wel enige kennis beschikbaar over de relatie tussen voortgezet onderwijsprogramma’s waarin de leefomgeving van leerlingen bewust centraal staat. Leerlingen die programma’s volgen die verbinding leggen tussen de binnen- en buitenschoolse context, behalen betere onderwijsprestaties dan leerlingen die traditioneel onderwijs volgen.

Een voorbeeld daarvan zijn programma’s voor milieueducatie, die positieve invloed hebben op het gebied van milieukennis, -houding en -vaardigheden bij leerlingen. Die positieve invloed geldt hier ook voor academische prestaties en maatschappelijke betrokkenheid van leerlingen.

Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Eline den Tuinder (antwoordspecialist) en Marloes de Lange (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    GIS kan een positief effect hebben op het inzicht in geografische vraagstukken. Het is een manier om ruimtelijk inzicht te stimuleren en te ondersteunen. Maar positieve effecten van GIS gelden niet voor alle leerlingen. Leerlingen met een niet-westerse achtergrond profiteren bijvoorbeeld meer van GIS dan andere leerlingen. Over het algemeen geldt dat de kwantiteit, hoe vaak per week GIS wordt gebruikt, en de kwaliteit, hoe de lessen met GIS worden vormgegeven, belangrijk zijn. Essentieel is het ontwerp van de lessen met GIS. In een goed ontwerp staan complete en heldere doelen centraal. Het bevat opdrachten waarin leerlingen zelf ontdekken en verkennen. En leerlingen werken vijf keer per week aan de opdrachten en bespreken deze klassikaal.

    Lees meer