Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen zich even veilig ontwikkelen in een kleine klas als in een grote klas. Blijkbaar is de grootte van de klas geen bepalende factor voor leerlingen als het gaat om mentale gezondheid en welzijn. Dat beeld komt naar voren uit een beperkt aantal wetenschappelijke publicaties.
Het lijkt bevorderlijk als docenten in het vmbo en het mbo theorie en praktijk in authentieke opdrachten met elkaar verbinden. Een brede blik op het beroep kan helpen om dit te realiseren. Authentiek leren vraagt van docenten ook ontwerpvaardigheden. Docenten kunnen verschillende vormen gebruiken om leerlingen en studenten te begeleiden. Bij elk van deze vaardigheden en activiteiten is het belangrijk om dit te doen in samenwerking met de opdrachtpartners.
Leraren hebben met verschillende didactische en pedagogische interventies invloed op het klimaat in de klas. Voorbeelden zijn instellen van gedragsregels, toewijzen van zitplaatsen, praten met ordeverstoorders, ingrijpen bij pestgedrag, en leerlingen laten werken aan groepstaken. De samenstelling van een klas heeft doorgaans weinig invloed op klimaat en leerprestaties. Veranderen van de groepssamenstelling kan mogelijk wel helpen als het werk- en leerklimaat verstoord is en interventies in de bestaande klas niet voldoende opleveren. Onderzoek hiernaar ontbreekt echter.
Onderwijsprofessionals gebruiken inzichten uit onderzoek gemakkelijker als op hun school een structuur voor kennisbenutting aanwezig is en er een onderzoekscultuur heerst. De houding en vaardigheden van onderwijsprofessionals spelen ook een rol, maar hoe deze tot uiting komen is afhankelijk van de schoolcontext. Er zijn sterke aanwijzingen dat onderwijsprofessionals eerder kennis benutten wanneer zij die samen met onderzoekers creëren en ze een gelijkwaardige relatie met hen hebben.
Samenwerking bevordert de prestaties bij het leren van een nieuwe taal. Het draagt bij aan betere leerprestaties op taal in het algemeen, en op afzonderlijke onderdelen als lezen, woordenschat, grammatica, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid. Leerlingen die samenwerken hebben directe mogelijkheden om te oefenen met communiceren en kennis uit te bereiden. Ook is er een indirect effect op vertrouwen en motivatie door het groepsgevoel.
Periodiseren is het aanbieden van bepaalde vakken in een deel van het schooljaar. Dit laatste biedt minder mogelijkheden voor gespreid leren en afwisselend leren. Van deze wijzen van leren is bekend dat het sterke en grote positieve effecten heeft op de leerprestaties van leerlingen op de langere termijn. Periodisering in het rooster heeft daarmee vermoedelijk een ongunstig langetermijneffect op leerprestaties, die niet kunnen worden gecompenseerd door afwisselend leren.
Middenmanagers in het voortgezet onderwijs krijgen een steeds grotere rol in de ontwikkeling van hun school als lerende organisatie. Hoe zij positieve invloed kunnen uitoefenen op de leercultuur en de ontwikkeling van een lerende organisatie is nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. Wel kunnen we uit onderzoek afleiden dat middenmanagers leerprocessen op school positief kunnen beïnvloeden als zij professionele leergemeenschappen bouwen waar leraren samen onderzoeken en ontwikkelen. Ook spelen zij een belangrijke rol bij het creëren van draagvlak voor vernieuwingen. Middenmanagers blijken nogal eens te verschillen in hun communicatie met docenten. Daardoor zijn niet alle docenten even goed op de hoogte van zaken die te maken hebben met de professionele leercultuur.
Geactualiseerd: 28 oktober 2023
Er is veel aandacht in de wetenschappelijke literatuur voor de transfer van kennis. Er is echter geen empirisch bewijs dat onderwijskennis direct effect kan hebben op de onderwijspraktijk. Welke kenmerken van bijeenkomsten waar onderzoekers en leraren elkaar ontmoeten bevorderlijk zijn voor de transfer van kennis, is op basis van onderzoek dan ook niet te zeggen. Onderzoekers en onderwijsprofessionals zijn van mening dat het voor de transfer van kennis van belang is dat ze elkaar (geregeld) ontmoeten.
Er is weinig wetenschappelijke steun voor positieve effecten van mindsetinterventies in het onderwijs. Veel onderzoeken hebben onvoldoende kwaliteit of er zijn geen effecten gevonden. Als er wel effecten zijn, dan is dat vooral bij specifieke groepen. Bij jonge kinderen hebben mindsetinterventies soms positieve resultaten. Bij oudere kinderen en studenten is er weinig tot geen effect, en soms zelfs een negatief resultaat.
Er is nog onvoldoende bekend of leerlingen beter een Augmented Reality-bril (AR-bril) kunnen gebruiken dan een AR-toepassing op een device om 2D-werktekeningen te begrijpen. Ook voor vmbo-techniekleerlingen met een beperkter ruimtelijk inzicht is de meerwaarde niet bekend. De theorie over cognitieve belasting voorspelt wel dat de AR-bril leerlingen met een zwakker visueel-ruimtelijk werkgeheugen en zwakker voorstellingsvermogen beter zal ondersteunen bij het begrijpen en de beeldvorming van een 3D-bouwobject. De theorie zegt echter niet dat deze leerlingen dan ook beter worden in het zelf lezen van 2D-werktekeningen.