Geactualiseerd: 10 januari 2024
Aandacht voor de interesse van de student en sociale interactie zijn belangrijk om het lezen te bevorderen. Daarnaast zijn routine en rust bevorderlijk, evenals het actief betrekken van studenten bij de invulling van het lezen. Verder is het wenselijk dat er voldoende faciliteiten zijn, zoals begeleiding en toegankelijk leesaanbod. Ook een positieve leescultuur ondersteunt het lezen.
Klassenmanagement kan ordeverstoringen in de klas verminderen, wat kan leiden tot beter leren. Het gaat erom te zorgen voor regels en routine in de klas en ook is het belangrijk om consequent om te gaan met ordeverstorend gedrag. Een goede relatie tussen docent en leerlingen is van invloed, maar vooral: alertheid van de docent. Hoewel er geen onderzoek bekend is dat specifiek gaat over leerprestaties van mbo’ers, lijken deze strategieën ook in het mbo toe te passen.
Om evenredigheidsvergelijkingen binnen natuurkunde op te lossen hebben leerlingen meerdere vaardigheden nodig, ook wiskundige. Ze moeten kunnen werken met breuken, verhoudingen en evenredigheden. En ze moeten inzicht hebben in en begrip hebben van verschillende wiskundige representaties van een evenredig verband, zoals weergegeven in een tekst, formule, grafiek of figuur. Verder moeten leerlingen wiskundige vaardigheden inzetten in een natuurkundige context, en de natuurkundige betekenis van de constanten en variabelen begrijpen. Ten slotte hebben zij vaardigheden nodig om vergelijkingen op te lossen. Een werkzame aanpak is dat leerlingen deze vaardigheden in samenhang verwerven.
Het weinige onderzoek naar afname van klassikale vragenlijsten laat zien dat studenten minder twijfels hebben over de vertrouwelijkheid van hun gegevens als er een onderzoeker aanwezig is. Als ze ruimer tijd hebben om de vragenlijst in te vullen, ronden meer studenten de vragenlijst af. Uit onderzoek buiten het onderwijs blijkt dat bij het individueel afnemen van vragenlijsten de resultaten betrouwbaarder zijn als de vragen verduidelijkt worden voor respondenten. Het kan dus behulpzaam zijn, als docenten vragen verhelderen bij klassikale afname van een vragenlijst.
Bij het trainen van studievaardigheden is het belangrijk dat het in een context gebeurt en dat taken of opdrachten passen bij de vakinhoud. Ook vraagt het een actieve inzet van de student en metacognitief bewustzijn. Of studievaardigheden het beste individueel, in groepjes of klassikaal aangeleerd kunnen worden, wordt niet geheel duidelijk uit de onderzoeksliteratuur. Wel blijkt dat coöperatief leren en interactie helpen bij het ontwikkelen van studievaardigheden, omdat studenten elkaar ondersteunen en hun denken door discussie inzichtelijk maken.
Of het gebruik van digitale middelen bij het lesgeven leidt tot een hogere efficiëntie of vermindering van werkdruk bij leraren is niet wetenschappelijk bewezen. Het is onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk om met ict de werkdruk te verminderen. Daarvoor moet een leraar toegang hebben tot ict-faciliteiten op school en thuis, het dagelijks gebruiken en vertrouwen hebben in eigen kunnen (self-efficacy). Ook de kwaliteit van scholing en training kan leiden tot minder werkdruk. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de inzet van ict voor individueel onderwijs, bij lesvoorbereiding en nakijkwerk, een tijdsbesparing kan opleveren.
Het lijkt bevorderlijk als docenten in het vmbo en het mbo theorie en praktijk in authentieke opdrachten met elkaar verbinden. Een brede blik op het beroep kan helpen om dit te realiseren. Authentiek leren vraagt van docenten ook ontwerpvaardigheden. Docenten kunnen verschillende vormen gebruiken om leerlingen en studenten te begeleiden. Bij elk van deze vaardigheden en activiteiten is het belangrijk om dit te doen in samenwerking met de opdrachtpartners.
Werkzame kenmerken van afstandsonderwijs zijn constructieve doelgerichte dialoog tussen student en docent, een goede en flexibele structuur van het programma en gevoel van autonomie bij de student. Online-onderwijs gecombineerd met face-to-face momenten (blended onderwijs) lijkt effectiever te zijn dan alleen online- of face-to-face-onderwijs. Dit blijkt in elk geval voor in het hoger onderwijs en volwassenenonderwijs. Over effectiviteit en kenmerken van afstandsonderwijs specifiek in het mbo is weinig bekend.
Een homogene groepsindeling (waarin leerlingen ongeveer hetzelfde niveau hebben) en een heterogene groepsindeling (waarin de niveaus uit elkaar lopen) brengen elk hun eigen aandachtspunten met zich mee. In een homogene groep moet de docent ervoor zorgen dat studenten met een lager startniveau worden uitgedaagd. In heterogene groepen is het vooral belangrijk dat ook studenten met een hoog startniveau zich verder kunnen ontwikkelen. Door te wisselen van groepssamenstelling is het mogelijk om de voordelen van beide indelingen te benutten. Doorslaggevend voor de beste leerprestaties is dat docenten de werkvorm, instructiestijl, het lesmateriaal en tempo goed laten aansluiten bij het niveau van de studenten.
Goed leermateriaal ondersteunt het leren en oogt aantrekkelijk. Digitaal leermateriaal spreekt meerdere zintuigen tegelijkertijd aan. Visuele elementen zijn beeld en tekst, auditieve elementen geluid en gesproken tekst. Algemeen geldt dat het directe leereffect op de korte termijn sterker wordt bij het combineren van beeld en gesproken tekst. Er zijn aanwijzingen dat voor leren op de lange termijn de combinatie van beeld met geschreven tekst effectiever is. Specifiek onderzoek over educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers, ontbreekt.