Heeft het in de kleuterklas inzetten van oefeningen gericht op lateralisatie een positief effect op het lateralisatieproces in de hersenen en taal/schrijfvaardigheid?

De afwezigheid van een duidelijke handvoorkeur bij leerlingen van zes en zeven jaar hangt niet samen met taalproblemen of geletterdheid. Lateralisatie van de hersenen – verschillen in specialisatie van beide hersenhelften – is een complex en overwegend genetisch bepaald proces, dat zich grotendeels los van handvoorkeur ontwikkelt. Er is geen bewijs dat lateralisatieoefeningen bijdragen aan het versterken van de handvoorkeur of aan het lateraliseren van de hersenen.

Gepubliceerd:

Ground Picture / Shutterstock
Figuur 1. De verwachte (blauw), gevonden (groen) en niet-gevonden (rood) relaties tussen lateralisatie van hersenen, handvoorkeur en taal/schrijfvaardigheden, en de relatie met (pre)natale factoren en/of training.

Lateralisatie en handvoorkeur

Met lateralisatie wordt bedoeld dat bepaalde functies dominant gerepresenteerd zijn in één kant van het lichaam of in het brein. Het is een fase in de ontwikkeling van de hersenen en de motoriek van een kind (zo tussen de 5 en 9 jaar). Het brein bestaat uit een linker- en rechterhersenhelft, die samenwerken om ingewikkelde taken uit te voeren. Maar beide hersenhelften hebben ook vaak specifieke verantwoordelijkheden voor bepaalde functies. Lateralisatie in het brein verwijst naar die gespecialiseerde functies. Zo zijn bepaalde taalfuncties, zoals spraak en taalbegrip, vaak (grotendeels) gelateraliseerd in de linkerhersenhelft  Knecht, S., Drager, B., Deppe, M., Bobe, L., Lohmann, H., Floel, A., Ringelstein, E., & Henningsen, H (2000). Handedness and hemispheric language dominance in healthy humans. Brain. 123(Pt 12):2512–2518.
 Het verwerken of herkennen van emoties en sociale informatie lijkt met name in de rechterhersenhelft gelateraliseerd  Güntürkün, O., Ströckens, F., & Ocklenburg, S. (2020) Brain Lateralization: A Comparative Perspective. Physiology Reviews. 2020 Jul 1;100(3):1019-1063.

Wanneer er binnen het onderwijs gesproken wordt over lateralisatie, wordt meestal handvoorkeur bedoeld. Dat gaat over de duidelijke voorkeur voor het uitvoeren van motorische taken met de rechter- of de linkerhand, zoals schrijven of knippen. Van de volwassen is 90% rechtshandig, ca. 9% linkshandig en 1% heeft geen duidelijke handvoorkeur (ambidexter)  Willems, R.M., Van der Haegen, L., Fisher, S.E. & Francks C. (2014). On the other hand: including left-handers in cognitive neuroscience and neurogenetics. Nature Reviews Neuroscience. Mar;15(3):193-201.
Hoewel dit nog niet bij alle jonge kinderen zichtbaar tot uiting komt, hebben baby’s al een aangeboren handvoorkeur  Young, G., &  Gagnon, M. (1990). Neonatal laterality, birth stress, familial sinistrality, and left brain inhibition. Developmental Neuropsychology 6, 127–150.
 Daarnaast blijkt dat handvoorkeur in de baarmoeder (gemeten als welke duim de foetus vaak in de mond heeft), voorspellend is voor handvoorkeur op 12-jarige leeftijd  Hepper, P.G., Wells. D.L., & Lynch. C (2005). Prenatal Thumb Sucking is Related to Postnatal Handedness. Neuropsychologia. 43:313–315.
 Deze bevindingen duiden er dus op dat lateralisatie van handvoorkeur al ver voor de kleuterleeftijd is bepaald.

Onjuiste beweringen over handvoorkeur, lezen en schrijven

Diverse websites vermelden dat lateralisatie belangrijk is voor de ontwikkeling van een voorkeurshand en de fijne motoriek. Ook is daar vaak te lezen dat leerlingen als ze naar groep 3 gaan en nog geen duidelijke handvoorkeur hebben, problemen zouden krijgen met lezen en schrijven. Daarnaast zou bij het leren schrijven een voorkeurshand nodig zijn om de lettersporen op een vaste manier aan te leren. Verder zouden leerlingen zonder duidelijke handvoorkeur meer moeite hebben om zinnen vloeiend te lezen en zouden zij vaker letters spiegelen bij het schrijven, dan leerlingen die in de kleutertijd al wel een duidelijke handvoorkeur hebben.

Voor al deze beweringen, aannames en veronderstellingen ontbreekt echter de wetenschappelijke onderbouwing. Onderzoek toont aan dat er geen verband is tussen de afwezigheid van een duidelijke handvoorkeur bij kinderen van zes en zeven jaar en problemen met taal/geletterdheid  Pritchard, V.E., Malone, S.A., Burgoyne, K., Heron-Delaney, M., Bishop, D.V.M., & Hulme, C. (2019). Stage 2 Registered Report: There is no appreciable relationship between strength of hand preference and language ability in 6- to 7-year-old children. Wellcome Open Research. May 13;4:81.
 Ook in een grote meta-analyse bij volwassenen en kinderen is geen verband gevonden tussen handvoorkeur en vaardigheden in taal en geletterdheid  Somers, M., Shields, L.S., Boks, M.P., Kahn, R.S.,& Sommer, I.E. (2015). Cognitive benefits of right-handedness: a meta-analysis. Neuroscience and Biobehavioral Reviews;51:48–63.

Breinlateralisatie, lezen en schrijven

Wel lijken bijvoorbeeld leesproblemen bij jonge kinderen samen te hangen met minder lateralisatie van het brein (dat is dus iets anders dan de handvoorkeur). Kinderen met leesproblemen gebruiken meer gebieden in de rechter- en linkerhersenhelft, terwijl kinderen zonder leesproblemen alleen gebieden in de linkerhersenhelft gebruiken  Yamada, Y., Stevens, C., Dow, M., Harn, B. A., Chard, D. J., & Neville, H. J. (2011). Emergence of the neural network for reading in five-year-old beginning readers of different levels of pre-literacy abilities: An fMRI study. Neuroimage, 57, 704-713.
 Op basis van onderzoek waaruit blijkt dat ook diverse diersoorten gelateraliseerde breinen hebben  Forssberg, H. (1999). Neural control of human motor development. Current Opinion in Neurobiology 9 (6), 676-682.
 is geopperd dat minder sterk gelateraliseerde breinen te maken heeft met minder cognitieve capaciteit en dus eventueel lees-/leerproblemen. 

Breinlateralisatie noch handvoorkeur zijn te trainen of te beïnvloeden 

Lateralisatie is een complex biologisch proces is dat grotendeels genetisch bepaald is. Er is geen bewijs dat lateralisatie-oefeningen bijdragen aan het versterken van de handvoorkeur en aan het lateraliseren van de hersenen. Dat geldt dus ook voor de zogenaamde ‘Lateralisatie-oefeningen’ die een voorkeurshand of de niet-dominante lichaamshelft zouden stimuleren (kruislings overgooien, een spelletje Twister of ‘Papegaaitje leef je nog’). 

Ook het in het onderwijs nog steeds veel gebruikte neuro-motorische ontwikkelingsmodel van  Mesker, P. (1969). De menselijke hand. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de handvaardigheid in relatie tot die van de cerebrale organisatie gedaan bij leesgestoorde kinderen. Nijmegen/Utrecht: Dekker & Van de Vegt N.V.; 218pp.
is achterhaald. Dat model stelt dat de ontwikkeling van een duidelijke handvoorkeur rond de vijf jaar een vereiste zou zijn voor de ontwikkeling van lateraliteit in het brein (een proces dat zich, volgens dit model, voordoet tussen de 5 en 9 jaar). Dit neuro-motorische ontwikkelingsmodel past niet bij de bevinding dat handvoorkeur al grotendeels vastligt in of vóór de babytijd  Hepper, P.G., Wells. D.L., & Lynch. C (2005). Prenatal Thumb Sucking is Related to Postnatal Handedness. Neuropsychologia. 43:313–315.
Ook kan al bij 2-jarige kinderen de hersenlateralisatie van taalgebieden in het brein worden vastgesteld  Emerson, R.W., Gao W. & Lin, W. (2016). Longitudinal Study of the Emerging Functional Connectivity Asymmetry of Primary Language Regions during Infancy. Journal of Neuroscience 19, 36 (42) 10883-10892.
Daarnaast is het niet aangetoond dat een sterkere handvoorkeur verband houdt met meer hersen-lateralisatie Rogers, L.J. (2017). A Matter of Degree: Strength of Brain Asymmetry and Behaviour. Symmetry  9, 57.

Kennismakelaar: Sjerp van der Ploeg 
Antwoordspecialist: Jiska Peper 
Geraadpleegde experts: Dr. T.J. Snijders, neuroloog (UMCU); Drs. K. Kho, neurochirurg (Medisch Spectrum Twente) en Dr. D.W. Smits, bewegingswetenschapper en pedagoog.

Geraadpleegde bronnen

Knecht, S., Drager, B., Deppe, M., Bobe, L., Lohmann, H., Floel, A., Ringelstein, E., & Henningsen, H (2000). Handedness and hemispheric language dominance in healthy humans. Brain. 123(Pt 12):2512–2518.
Güntürkün, O., Ströckens, F., & Ocklenburg, S. (2020) Brain Lateralization: A Comparative Perspective. Physiology Reviews. 2020 Jul 1;100(3):1019-1063.
Willems, R.M., Van der Haegen, L., Fisher, S.E. & Francks C. (2014). On the other hand: including left-handers in cognitive neuroscience and neurogenetics. Nature Reviews Neuroscience. Mar;15(3):193-201.
Young, G., &  Gagnon, M. (1990). Neonatal laterality, birth stress, familial sinistrality, and left brain inhibition. Developmental Neuropsychology 6, 127–150.
Hepper, P.G., Wells. D.L., & Lynch. C (2005). Prenatal Thumb Sucking is Related to Postnatal Handedness. Neuropsychologia. 43:313–315.
Pritchard, V.E., Malone, S.A., Burgoyne, K., Heron-Delaney, M., Bishop, D.V.M., & Hulme, C. (2019). Stage 2 Registered Report: There is no appreciable relationship between strength of hand preference and language ability in 6- to 7-year-old children. Wellcome Open Research. May 13;4:81.
Somers, M., Shields, L.S., Boks, M.P., Kahn, R.S.,& Sommer, I.E. (2015). Cognitive benefits of right-handedness: a meta-analysis. Neuroscience and Biobehavioral Reviews;51:48–63.
Yamada, Y., Stevens, C., Dow, M., Harn, B. A., Chard, D. J., & Neville, H. J. (2011). Emergence of the neural network for reading in five-year-old beginning readers of different levels of pre-literacy abilities: An fMRI study. Neuroimage, 57, 704-713.
Forssberg, H. (1999). Neural control of human motor development. Current Opinion in Neurobiology 9 (6), 676-682.
Mesker, P. (1969). De menselijke hand. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de handvaardigheid in relatie tot die van de cerebrale organisatie gedaan bij leesgestoorde kinderen. Nijmegen/Utrecht: Dekker & Van de Vegt N.V.; 218pp.
Hepper, P.G., Wells. D.L., & Lynch. C (2005). Prenatal Thumb Sucking is Related to Postnatal Handedness. Neuropsychologia. 43:313–315.
Emerson, R.W., Gao W. & Lin, W. (2016). Longitudinal Study of the Emerging Functional Connectivity Asymmetry of Primary Language Regions during Infancy. Journal of Neuroscience 19, 36 (42) 10883-10892.
Rogers, L.J. (2017). A Matter of Degree: Strength of Brain Asymmetry and Behaviour. Symmetry  9, 57.

Ceunen, S., Evens, I., Gonnissen, K., Jeurissen, K., Kelchtermans, L., Vanderlinde, L. & Vonckx, M. (2007). Literatuuronderzoek naar het gebruik van assessmentinstrumenten ter detectie van lateraliteitsproblemen. Afstudeeronderzoek Hogeschool PXL, Hasselt. 

Collard, D.C.M., Boutkan, S., Grimberg, L., Lucassen, J.M.H., & Breedveld, K. (2014). Effecten van sport en bewegen op de basisschool: voorstudie naar de relatie tussen sport en bewegen op school en schoolprestaties. Mulier Instituut.

Emerson, R.W., Gao W. & Lin, W. (2016). Longitudinal Study of the Emerging Functional Connectivity Asymmetry of Primary Language Regions during Infancy. Journal of Neuroscience 19, 36 (42) 10883-10892.

Forssberg, H. (1999). Neural control of human motor development. Current Opinion in Neurobiology 9 (6), 676-682.

Güntürkün, O., Ströckens, F., & Ocklenburg, S. (2020) Brain Lateralization: A Comparative Perspective. Physiology Reviews. 2020 Jul 1;100(3):1019-1063.

Hepper, P.G., Wells. D.L., & Lynch. C (2005). Prenatal Thumb Sucking is Related to Postnatal Handedness. Neuropsychologia. 43:313–315.

Hiscock, M., & Kinsbourne, M. (1987). Specialization of the Cerebral Hemispheres: Implications for Learning. Journal of Learning Disabilities, 20(3), 130–143. 

Kennisrotonde. (2016, 2023). Is het waar dat leerlingen die bewegend leren beter presteren? Zo ja: Hoe is dit te verklaren? Voor welke leeftijdsgroep(en) en bij welke leerinhouden werkt bewegend leren? (KR.002A). Kennisrotonde.

Knecht, S., Drager, B., Deppe, M., Bobe, L., Lohmann, H., Floel, A., Ringelstein, E., & Henningsen, H (2000). Handedness and hemispheric language dominance in healthy humans. Brain. 123(Pt 12):2512–2518.

Mesker, P. (1969). De menselijke hand. Een onderzoek naar de ontwikkeling van de handvaardigheid in relatie tot die van de cerebrale organisatie gedaan bij leesgestoorde kinderen. Nijmegen/Utrecht: Dekker & Van de Vegt N.V.; 218pp.

Pritchard, V.E., Malone, S.A., Burgoyne, K., Heron-Delaney, M., Bishop, D.V.M., & Hulme, C. (2019). Stage 2 Registered Report: There is no appreciable relationship between strength of hand preference and language ability in 6- to 7-year-old children. Wellcome Open Research. May 13;4:81.

Rogers, L.J. (2017). A Matter of Degree: Strength of Brain Asymmetry and Behaviour. Symmetry  9, 57.

Somers, M., Shields, L.S., Boks, M.P., Kahn, R.S.,& Sommer, I.E. (2015). Cognitive benefits of right-handedness: a meta-analysis. Neuroscience and Biobehavioral Reviews;51:48–63.

Vandermosten, M., Vanderauwera, J., Theys, C., De Vos, A., Vanvooren, S., Sunaert, S. et al. (2015). A DTI tractography study in children at risk for dyslexia. Developmental Cognitive Neuroscience 14: 8-15.

Willems, R.M., Van der Haegen, L., Fisher, S.E. & Francks C. (2014). On the other hand: including left-handers in cognitive neuroscience and neurogenetics. Nature Reviews Neuroscience. Mar;15(3):193-201.

Yamada, Y., Stevens, C., Dow, M., Harn, B. A., Chard, D. J., & Neville, H. J. (2011). Emergence of the neural network for reading in five-year-old beginning readers of different levels of pre-literacy abilities: An fMRI study. Neuroimage, 57, 704-713.

Young, G., &  Gagnon, M. (1990). Neonatal laterality, birth stress, familial sinistrality, and left brain inhibition. Developmental Neuropsychology 6, 127–150. 


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 2 februari 2023

    Beweging en sport hebben niet alleen positieve effecten op de gezondheid van kinderen, maar ook op het leren. Er zijn kleine effecten aangetoond op concentratie en leeropbrengsten. Daarbij lijkt het weinig uit te maken of beweging en leren echt zijn geïntegreerd, zoals bij ‘bewegend leren’, of dat het losstaat van de leeractiviteit, zoals bij energizers. De positieve invloed van beweging op schoolprestaties verloopt vermoedelijk via effecten op de hersenstructuur, executieve functies, aandacht en concentratie.

    Lees meer